De natie 8

Bij aankomst in Eindhoven blijkt Philips zwijgplicht te hebben afgekondigd, men gebruikt er diverse synoniemen voor: 'absoluut spreekverbod', 'radiostilte', 'communicatiestop'. Ir Frits Philips zal zich er ook aan houden, laat zijn echtgenote weten.

Het is een week na de onheilstijding van Jan Timmer. Niet licht zal men de perfecte timing vergeten waarmee hij lange pauzes tussen zijn woorden liet vallen en nog een slok water nam vlak voor hij het ongeluksgetal noemde: 35.000 tot 45.000 arbeidsplaatsen zullen vervallen. Toen hij achterover leunde en de duimen achter zijn bretels zette, registreerde de televisiecamera dat deze gebloemd waren. De plaatselijke krant vraagt zich af waar hij ze koopt. Op diezelfde dag jubileerde Frans van Tilburg, die als 16-jarige bij Philips begon en er nu, veertig jaar later, nog werkt - bij Medical Systems in Best, ook in de gevarenzone. In zijn ouderlijk huis hing het portret van Anton Philips in de goei kamer en zijn opa, zijn vader, zijn broers, zijn vrouw, zijn dochter, zijn schoonzoon, allemaal werkten ze bij de Kumpenie. Maar anderhalf jaar geleden werd zijn vrouw in het kader van de Vrom-regeling ('Vriendelijke regeling oudere medewerkers') naar huis gestuurd. Frans denkt, zei hij tegen de plaatselijke krant, dat meneer Timmer de geknipte figuur is om Philips er weer bovenop te helpen: ' Hij wordt voor dit werk betaald. Het is trouwens een speciaal soort mensen dat dit werk doet. Anders zouden zij met zulke beslissingen nooit kunnen leven. Op zulke mensen ben ik jaloers.' Met mij wil de jubilaris niet meer praten, vanwege de zwijgplicht. Maar de oudere Philipsers bij wie ik aanschel laten zich daar niks aan gelegen liggen: ' Je kunt niet zestigduizend mensen het zwijgen opleggen.' En trouwens: ' Met zo'n spreekverbod jaag je alleen de geruchtenstroom maar op.' Over de kansen op welslagen van de president zijn ze minder optimistisch dan Frans: ' Ik denk niet dat Jan Timmer het redt.'

Ik word op de koffie en het bier genood in huiskamers in de wijk Tempel, waar de huizen van Philips waren en door Philips werden onderhouden. Maar het woningbestand is al als 'branchevreemd' afgestoten: ' Eerst zijn ze in de franje gaan knippen, nou zijn ze aan het tafelkleed zelf bezig.' Het valt op hoe de veteranen heen en weer geslingerd worden tussen verering en verguizing van Philips. Enerzijds zijn er die 'weergaloos knappe koppen' van het NatLab ('onvoorstelbaar wat daar is uitgedacht'), de 'hoogwaardige produkten waar niemand aan kan tippen', de 'mooiste produktiehallen van Europa, zo niet van de wereld', anderzijds is er de 'cultuur' van het concern die alle initiatief, durf en kritiek smoort en die tot een 'beangstigende demotivatie' heeft geleid. De oude vakbondsman die twintig jaar lang zijn 'ziel en zaligheid' opofferde voor betere arbeidsomstandigheden zag hoe er parket kwam in de machinehallen, en airco, en warme maaltijden in de pauze, maar nog altijd is zestig procent van de werknemers nooit naar hun mening gevraagd.

'Er was nooit sprake van dialoog, alleen van het doorgeven van commando's.' In die prachtige machinehallen krijgen 'topmonteurs' hun orders in 'zwarte mappen' waar precies in staat wanneer ze welk schroefje uit welk doosje moeten halen. ' Die mensen zitten de klok uit de muur te kijken, omdat het ze geen ene mallemoer meer interesseert.' Voor elke vraag op sociaal gebied staat het antwoord en detail in de 'blauwe bijbel', alles is 'tot in de finesses uitgedacht'. Als ergens in het bedrijf een stopcontactje of een afzuigertje moet worden aangelegd, komen er zoveel heren met adviezen en formulieren aan te pas dat je een paar maanden en honderden guldens verder bent eer het er is - een 'parafencultuur'. Dito in het groot: ' Van idee naar ontwerp naar produkt, het gaat allemaal te traag, te log. Iedereen werkt zich te barsten en toch lukt het niet.'

De veteranen zijn gebelgd over Timmers suggestie dat er bij Philips niet hard genoeg gewerkt is. Er is juist 'gepeesd', de laatste jaren steeds harder, maar het effect daarvan verzandt in die concerncultuur. ' Niet zozeer een bureaucratie als een conglomeraat van macht en mismacht. Philips is een samenvatting van volkstuintjes en iedereen flikkert het onkruid bij de buurman in de tuin - van het laagste tot het hoogste niveau.' Ze wijzen op de overhead die 'veel te groot is', op al die 'hoofden van dienst die in hun eigen koninkrijkjes hun eigen macht handhaven' en 'hun verantwoordelijkheid afschuiven', op de 'tweehonderd van Philips' als 'clan' aan de top, waar 'geen verkeerde in zit', waar 'geen afwijkende mening wordt getolereerd' en die eigenlijk bestaat uit 'lafaards' - anders waren ze wel zelf als ondernemer begonnen en niet 'beschermd binnen Philips'. Een ondoordringbare machtsstructuur, waarop geen effectieve controle is, omdat de 'echte macht' zit bij de prioriteitsaandelen van de Philipsen en de Ottens, 'dus op de Nederlandse Antillen'. Er is geen durf en geen elan, straks is alleen de sector Licht nog over, dan zijn we 'terug bij Af', op de Emmasingel. Het is 'zonde van de onderneming', het 'doet pijn' maar men heeft 'het geloof verloren'.

Inmiddels moet Timmer (checken is onmogelijk vanwege de communicatiestop) hoogstpersoonlijk met zijn operatie Centurion zijn begonnen. Op een ochtend is hij in het krieken, te zes uur, op het vliegveld Eindhoven verschenen. Philips is de grootste particuliere luchtvaartonderneming van Nederland. De president wilde van al die incheckende managers wel eens weten waarom ze naar Rio of Singapore moesten. Was er dan geen fax, telex, telefoon? Op die morgen alleen al bespaarde hij tachtigduizend gulden aan vliegkosten. De veteranen vernemen het met zichtbaar genoegen, maar ze denken niet dat Jan Timmer het redt.