De geschonden grenzen van Ingoesjetie; 'Ik zeg je, er gaatbloed vloeien'

Onder Stalin werden de Ingoesjen gedeporteerd naar Kazachstan. Van de ene dag op de andere waren hun dorpen in de Kaukasus leeg, zodat er 'Lebensraum' kwam voor Russen en Osseten. Die zijn gebleven, ook toen de oorspronkelijke bewoners in 1956 het recht kregen om terug te keren. Hun land hebben de Ingoesjen echter nog altijd niet volledig terug gekregen en vooral de jeugd wordt langzamerhand ongeduldig.

De wind giert om het natuurstenen huis, hoog in de Noordkaukasische bergen. De elektriciteit is uitgevallen. Gedronken en gegeten wordt er bij het lichtvan een olielamp. De tamada, de tafeloudste, die de toespraken streng in dehand houdt, krijgt tranen in de ogen en een brok in de keel. Beschaamd zalhij zich daarvoor nog meermaals excuseren. Een Kaukasische bergbewoner huiltniet.

Salman had voor dat brok in de keel overigens alle reden. In een lange emotionele toespraak schilderde hij de geschiedenis van zijn volk, de Ingoesjen, zijn eigen geschiedenis. Als zevenjarige jongen werd hij op 23 februari 1944 met zijn hele volk van de ene dag op de andere uit de bergen gedeporteerd. ' Systematische beroving van naburige volkeren', was de eerste officiele beschuldiging tegen het Ingoesjenvolk, later werd daar collaboratie met de Duitsers aan toegevoegd, de beschuldiging die ook de Krimtataren, de Tsjetsjenen, de Wolgaduitsers, de Balkaren en de andere door Stalin gedeporteerde volkeren trof. De operatie stond onder directe leiding van volkscommissaris van binnenlandse zaken Lavrenti Beria. Het moet de geheime politie heel wat moeite gekost hebben alle Ingoesjen uit de bergen en dalen rondom Ordzjonikidze - inmiddels teruggedoopt in Vladikavkaz - te kammen. In sommige hooggelegen dorpen werd de bevolking gewoon bijeengedreven en gedood. In de dalen was het eenvoudiger: de dorpen werden omsingeld, de mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen, en allen in veewagens gepropt en naar Kazachstan afgevoerd. De reis duurde ongeveer een maand. Duizenden kwamen om. Van de ene dag op de andere was Ingoesjetie leeg maar al snel maakte men een begin met de herbevolking door Russen, Noord-Osseten en andere 'naburige volken'. In de hoogste bergen verscholen bleven hier en daar Ingoesjen achter, die bij nacht en ontij te paard overvallen deden op de nieuwe bewoners en nog jarenlang wraak namen voor de schande die hun volk was aangedaan.

In Kazachstan, vertelt Salman, moesten de Ingoesjen met blote handen een nieuw bestaan opbouwen. Ze werden gedwongen ingekwartierd bij de plaatselijke bevolking, die van tevoren tegen de nieuwkomers was opgezet. In de eerste winter stierven duizenden mensen van honger en kou. Volgens de NKVD-archieven waren begin oktober 1945 in totaal 405.900 Tsjetsjenen en Ingoesjen gedeporteerd. Ruim 90.000 daarvan waren Ingoesjen. Volgens archiefmateriaal woonden in 1945 in Kazachstan ongeveer 45.000 Ingoesjen en dus kun je ervan uitgaan dat ongeveer de helft van de bevolking is omgekomen. De Ingoesjen bleven dertien jaar in Kazachstan en een jeugd heeft Salman niet gehad.

Klokkende keelklanken

Gebruikmakend van een luwte in de wind flitst de lamp weer aan en het zoveelste glas wordt geheven, het zoveelste brok schapenvlees in de knoflooksaus gedoopt. De tamada wordt daarbij geruisloos ter zijde gestaan door zijn twee jongste neven Roeslan en Ibragim, acteurs van het Ingoesjentheater van Grozny, de huidige hoofdstad van de republiek van de Tsjetsjenen en Ingoesjen. Zij hebben niet het recht om in aanwezigheid van hun oom te gaan zitten en spelen de hele avond voor jongste bediende. Daarnaast verzorgen zij het muzikale gedeelte van de maaltijd met prachtige droevig klinkende Ingoesjen-liederen, rijk aan klokkende keelklanken, afgewisseld met het ijzeren Russische repertoire van Galitsj, Okoedzjava en Vysotski.

De volgende ochtend nemen de Ingoesjen ons mee diep de bergen in, waar de relikwieen van hun voorvaders staan: hoge ongenaakbare torens van vijfhonderd jaar oud, die dienst deden als woning en wachttoren tegelijk. Met behulp van vuren op het dak van die torens waarschuwden de Ingoesjen elkaar voor naderend gevaar. En weer wordt schapenvlees aan pennen geregen voor van het vet druipende sjaslik en wodka ingeschonken en op de vriendschap tussen de volkeren gedronken.

Om in de bergen bij de beroemde, door Michail Lermontov bezongen Georgische militaire hoofdweg te komen, moesten we Vladikavkaz passeren, nu de hoofdstad van de Noord-Ossetische autonome republiek, een stad die in tweeen wordt gedeeld door de bergrivier de Terek. Vroeger was die rivier de scheidslijn tussen het Osseetse en het Ingoesjeetse gedeelte van de stad. Vroeger, dat was voor de deportatie. Nu wonen er bijna alleen nog Osseten in de stad, die door de Ingoesjen gekscherend, maar tegelijk in alle ernst 'vijandig' wordt genoemd. Op de terugweg luisteren we naar de radio, die verslag doet van de zitting van de Opperste Sovjet van Noord-Ossetie. De zitting was bijna geheel gewijd aan de gespannen politieke situatie in het gebied. Een televisieuitzending van de centrale televisie over het onrecht dat de Ingoesjen is aangedaan, heeft bij de Osseten tot grote woede geleid: in een resolutie vraagt men om het ontslag van de directeur van Gosteleradio en wordt een aantal veiligheidsmaatregelen aangekondigd die de indruk wekken dat de oorlog op uitbreken staat. Voor Vladikavkaz zullen geen woonvergunningen meer worden uitgereikt, aan Ingoesjen mogen geen huizen in de stad worden verkocht, auto's uit Tsjetsjeno-Ingoesjetie moeten gecontroleerd worden op wapentransport. Als ze oorlog willen, zullen ze die krijgen, mompelen onze begeleiders verbeten en verslagenheid en een zekere droefenis hangen in het busje waarmee we bij het krieken der dagen op Grozny aankoersen.

Bloedwraak

De Kaukasische bergketen, nu de natuurlijke scheidslijn tussen de Russische federatie (de RSFSR) en de Transkaukasische republieken Armenie, Azerbajdzjan en Georgie, wordt bewoond door ontelbare volkjes, elk met een eigen taal en een eigen krijgshaftig verleden. Net als hun buurvolken leefden de weerbarstige Ingoesjen op gespannen voet met de tsaristische kolonisten en dus ontvingen zij de bolsjewieken met open armen. In 1919 riepen zij met de Tsjetsjenen, die tot dezelfde Kaukasische taalgroep behoren, de Socialistische bergrepubliek uit, maar in 1924 werd die door de centrale autoriteiten ontbonden. Ingoesjetie en Ossetie werden twee afzonderlijke provincies met als gezamenlijke hoofdstad Ordzjonikidze, dat echter onder direct gezag van Moskou werd geplaatst. In 1936 voegde Moskou Tsjetsjenie en Ingoesjetie aaneen tot een autonome republiek met als hoofdstad Grozny. Ook de provincie Ossetie werd in 1936 tot republiek opgewaardeerd met Ordzjonikidze als hoofdstad. De situatie was in die jaren zeer gespannen. De Tsjetsjenen en Ingoesjen, gewend als zij waren aan een eigen vorm van op sterke familiebanden gebaseerde landbouw, verzetten zich fel tegen de collectivisatie. De hen opgelegde dwang prikkelde aloude tradities als bloedwraak en gewapende groepen trokken zich in de bergen terug om vandaar overvallen te doen op de gehate kolchozen. Hoewel de Duitsers geprobeerd hebben daar gebruik van te maken zijn er geen bewijzen voor collaboratie. De Duitsers zijn trouwens niet eens tot Grozny gekomen. De deportatie was dan ook veeleer bedoeld om eens en voor altijd een haard van onrust op te ruimen.

In 1944 raakten de Ingoesjen alles kwijt. In 1956 kregen ze dankzij Chroesjtsjovs gedeeltelijke destalinisering het recht naar hun vaderland terug te keren en in 1957 werd de republiek Tsjetsjeno-Ingoesjetie hersteld, maar de Ingoesjen kregen maar ongeveer de helft van hun land terug, de rest bleef bewoond door, voornamelijk, Osseten. En al is door Gorbatsjov de totale rehabilitatie van alle gedeporteerde volkeren afgekondigd, hun land en hun bezittingen hebben de Ingoesjen niet teruggekregen, evenmin als de Krimtataren en de Wolgaduitsers. In hun huizen wonen Osseten en dat idee is onverdraaglijk voor de Ingoesjen.

' De Osseten horen niet thuis in de Kaukasus, ze wonen hier pas zeven eeuwen', zegt Isropil Esmozjijev, vice-directeur van de nieuwe onderneming Avikon, die handelt in onderdelen voor vliegende objecten. Avikon huist in een voormalige raketbasis, niet ver van het stadje Nazran, het centrum van een van de in tact gebleven provincies van Ingoesjetie. ' De verhoudingen zijn nog nooit zo gespannen geweest als nu. In Ossetie zijn meetings en demonstraties waarop de mensen te kennen geven dat ze niet van plan zijn iets terug te geven. Wij eisen het herstel van de oude sovjet-grenzen. De Osseten mogen er blijven wonen, maar dit gebied moet opnieuw Ingoesjetie heten.' Hoe meer bewijzen van ons gelijk wij aanvoeren, aldus Isropil, hoe hardnekkiger de oppositie van onze buren wordt en hoe besluitelozer de autoriteiten zich tonen. Als er niets gebeurt volgt er binnen drie, vier maanden een ontploffing.

De Ingoesjen hebben vorige maand een grote delegatie naar Moskou gestuurd, naar Boris Jeltsin, want de Noord-Kaukasus hoort staatkundig bij de Russische federatie. Jeltsin heeft beloofd dat het volgende Volkscongres van de Russische federatie, dat in december plaats zal vinden, geheel gewijd zal zijn aan de kwestie van de zogenaamde autonome gebieden binnen de federatie, die zich steeds luidruchtiger beginnen te roeren. De RSFSR telt maar liefst 16 van die gebieden, waar de oorspronkelijke bevolking niet-Russisch is. Ook zal een wet worden aangenomen waarin de gedeporteerde volkeren hun staatkundige eenheid terugkrijgen, belooft Jeltsin. De Ingoesjen geven hem het voordeel van de twijfel. ' Maakt hij zijn belofte niet waar dan gaat er bloed vloeien en zal Karabach kinderspel blijken', aldus de Ingoesjen. ' De jeugd is al tot alles bereid. Het zijn de ouderen in de dorpen die hen voorlopig tot rede brengen en hen bezweren zich niet te laten verleiden tot handgemeen. De ouderen genieten bij ons traditioneel groot gezag.'

Hoe ver die rede van de ouderen gaat is overigens nog maar de vraag. In tot aan de kin dichtgeknoopte hemden, de tradionele papacha (rechtopstaande Kaukasische bontmuts) op het hoofd ontvangen ze ons in de dorpssovjet van het dorp Soerchachi. Bij hun terugkeer in 1957 hebben ze hun have en goed in ontredderde toestand aangetroffen nadat de Osseten een goed heenkomen hadden gezocht. Volgens Kerm Aoesjev (65), de gepensioneerde dorpsboekhouder, hebben de Osseten alles meegenomen wat los en vast zat. Stalin, zelf een halve Osseet, heeft de Ingoesjen gedeporteerd om voor de Osseten meer Lebensraum te creeren, denkt Aoesjev, die ervan overtuigd is dat de Osseetse mafia in Moskou een rechtvaardige oplossing van de kwestie in de weg zit. De andere ouderen vallen hem bij. Is Politburolid Aleksandr Dzasochov soms geen Osseet en heeft hij Politburolid Jevgeni Primakov onlangs soms niet aan zijn dochter gekoppeld? Het zijn allemaal onfrisse acties achter de schermen, daarover is men het eens.

Moslimscholen

De architect Achmed Belcharojev (61) werd in 1944 als kleine jongen door de NKVD-troepen uit de schoolbanken in Ordzjonikidze gehaald. Zijn moeder stierf onderweg van de honger. Hijzelf is in leven gebleven dankzij een Oekraiens gezin in Kazachstan. ' In ons huis in Ordzjonikidze, op de Frunzestraat, wonen nu Osseten. Ik wilde er een kijkje nemen maar ben onder bedreiging met de politie van de binnenplaats verjaagd. Mijn zoon studeert in Ordzjonikidze. Hij is door drie Osseten in elkaar geslagen en daarna hebben ze acht maanden geprobeerd hem daarvoor te veroordelen'.

Belcharojev is voorzitter van de religieuze gemeenschap in Soerchachi en de architect, aannemer en bouwer van de nieuwe moskee, die in twee jaar tijds naast de dorpssovjet is verschenen. Men legt nu de laatste hand aan het gebedshuis, dat helemaal door de gelovigen is gefinancierd. ' Vroeger joeg de KGB 'snachts op de ouderen als ze bijeenkwamen voor hun gebedsdiensten, dat is nu allemaal voorbij. Het geloof groeit in de dorpen, overal worden moskees gebouwd, er bestaan al moslimscholen. Het is ze niet gelukt het geloof uit te roeien. Wij zijn naar Kazachstan vertrokken met ons geloof in God en met Allah zijn we teruggekeerd.' Trots laat Belcharojev de moskee zien, die van rode baksteen is gebouwd. Hij heeft Kaukasische, Oezbeekse maar ook Russische bouwstijlen in zijn ontwerp verwerkt en de koepels zijn met onverslijtbaar aluminium bedekt. Dat staat er voor de eeuwigheid, lijkt de architect te wilen zeggen, en de ouderen poseren op een rij voor het gietijzeren hek.

Persona non grata

De Ingoesjen hebben al twee volkscongressen georganiseerd waarop de kwestie van het herstel van de oude landsgrenzen is besproken. In februari was Grozny het toneel van dagenlange manifestaties, waarop in Ordzjonikidze met tegendemonstraties werd gereageerd. De twee volksbewegingen Nischo (Gelijkheid) en Edinstvo (Eenheid) staan op het punt zich tot een echte politieke partij aaneen te smeden en Mustafa Bekov, in het dagelijks leven directeur en regisseur van het Ingoesjentheater in Grozny, speelt in dit gistingsproces een niet onbelangrijke rol. De jonge Bekov vecht al jarenlang voor de verwezenlijking van zijn droom: een eigen theater voor het Ingoesjenvolk.

Tijdens Brezjnev paste dit niet in het russificeringsbeleid en dus werd Bekov in Tsjetsjeno-Ingoesjetie tot persona non grata verklaard en uit de republiek verbannen. Nu heeft hij inmiddels zijn eigen theatergebouw, maar hij klaagt steen en been over de tegenwerking van de regering en de mafiapraktijken van de overheid. Zijn theater staat al twee jaar in de steigers en het toneelgezelschap heeft al die tijd niet kunnen optreden, met het gevolg dat de helft van de acteurs zijn heil en broodwinning elders heeft moeten zoeken. Als het conflict met de Osseten niet wordt opgelost wacht ons een tragedie, zegt Bekov. De Ingoesjen, meldt hij trots, zijn een van de snelst groeiende volkeren van de Sovjet-Unie. Hun aantal ligt nu op 250.000. Bekov zelf komt wat dat betreft uit een weinig typisch gezin. Met zijn moeder en zijn drie volwassen broers woont hij in een ruim, zelfgebouwd huis in een buitenwijk van het vervuilde industriestadje Grozny. Er zijn in huis geen kinderen en maar een schoonzuster, tot groot verdriet van zijn bejaarde moeder Liza, die er de scepter zwaait. Zijzelf is tijdens de deportatie - ze was toen 22 jaar - haar zesjarige dochtertje kwijtgeraakt.

Dat wens je je ergste vijand niet toe, wat wij hebben meegemaakt, zucht Liza, die even oud is als de Oktoberrevolutie. ' Als vee zijn we ingeladen, als vliegen op elkaar geperst in de wagons. In Kazachstan zijn we op sleden door de barre kou naar de kolchoz vervoerd. Velen hebben we onderweg begraven. Ik was zo geschokt dat ik geen tranen had.' Liza houdt van Gorbatsjov, hij heeft de moslims weer laten bidden, maar in zijn omgeving zitten helaas louter Osseten. ' De Osseten hebben al onze kerkhoven en monumenten geschonden. Ik kan mijn broer niet op ons voorvaderlijk kerkhof begraven. In mijn ouderlijk huis in Bazorkino wonen Osseten. Waar zij heen moeten? Dat is ons probleem niet. Ik zeg je, er gaat bloed vloeien. De jongeren zijn heethoofdig. De ouderen bezweren hen geduld te hebben. Arme Ingoesjen, klein volk van me'. Zacht jammerend sluit ze de ogen. Telegram van Beria aan Stalin, gedateerd1 maart 1944.

Volgens de stand van 29 februari zijn uit hun huizen verdreven en in spoorwagons geladen 478.479 man, van wie 91.250 Ingoesjen. Er zijn 177 treinen ingeladen, waarvan 157 treinen al naar hun plaats van bestemming zijn vertrokken. Uit enkele plekken in het in het hooggebergte gelegen rayon Galantsjozj zijn 6.000 Tsjetsjenen nog ongedeporteerd gebleven vanwege de grote sneeuwval en de onbegaanbaarheid van de wegen, hun inlading zal in twee dagen voltooid zijn. De operatie voltrekt zich georganiseerd en zonder serieus verzet en andere incidenten. Tijdens de operatie zijn onder de Tsjetsjenen en Ingoesjen 1016 anti-Sovjetelementen gearresteerd. Er zijn 20.072 wapens in beslag genomen, waaronder 4868 jachtgeweren en 479 machinegeweren.

L. Beria. 1.03.1944.