DE ANTI-RACISTEN

Onder de indische Nederlanders die eind jaren veertig, begin vijftig naar Nederland kwamen zaten velen met een niet-blanke huidskleur. Toch is het maar zeer de vraag of zij zich zullen herkennen in de huidige terminologie van het anti-racisme, dat de samenleving verdeeld in 'witten' en 'zwarten'. Geen indeling op grond van ras of kleur, maar een onderscheid dat een politiek verschil aangeeft. Ook een Fin in Zweden kan bij voorbeeld zwart zijn. Drie 'zwarte' academici over gekleurde helden en uncle Toms: 'Zwarte Piet en Sinterklaas? Die tackelen we wel, dat is een kwestie van een paar jaar en dan houdt het op.'

Onder ons is het nooit van belang geweest hoe 'wij' ons noemden. Zich in termen van 'wij-indischen' versus 'zij-Hollanders' uitlaten was, net zoals het gebruik van maleise woorden in nabijheid van 'totoks', not done. Uiteraard waren er allerlei inclusieve benamingen in omloop; indo-europeanen, euraziaten, indische Nederlanders, etc. Toch was de vraag of mensen van 'gemengd bloed' in een aparte categorie thuis hoorden, afgezet tegen de 'blanken', nooit aan de orde. Er was nauwelijks een 'wij'-gevoel, laat staan een 'zwart' wij-gevoel. Het beroep om zich 'zwart' te voelen, wordt nu echter wel op 'ons' gedaan.

Steeds meer mensen houden zich vanuit het 'anti-racisme' beroepsmatig bezig met de achtersstandspositie van etnische minderheidsgroeperingen. Henri Dors zit in de stadsdeelraad van Amsterdam Zuidoost en werkt als pedagoog bij het Advies en Begeleidingscentrum voor het onderwijs. Hij is van Afrikaans-Surinaamse komaf en bepleit een grotere solidariteit onder 'mensen van kleur'. Aan een carre van aangeschoven tafels in een vergaderzaaltje dat uitzicht biedt op de Bijlmer ontbloot Dors de wortels van het racisme.

Dors: ' Men heeft u wijsgemaakt dat de Nederlandse samenleving multicultureel is. Maar die visie is ontdaan van politieke implicaties. Het zijn geen conflictvrije culturen die horizontaal, op basis van gelijkwaardigheid, naast elkaar bestaan. De veelheid van culturen wil ik niet ontkennen, maar in werkelijkheid is er een dominante cultuur bepaald door witte mannen van de middenklasse, die aan andere culturen grenzen stelt in de zin van wat mag en wat niet mag.'

Dors bedoelt niet een verbod op bloedwraak of polygamie, ' Het gaat erom, ' verduidelijkt hij, ' dat personen van kleur in termen van cultuur worden beschreven, terwijl het gaat om belangengroepen die zich politiek zouden moeten definieren. Het zijn groepen die zich aan het emanciperen zijn binnen de samenleving. Etnische minderheidsgroepen zijn meer dan mensen die feestvieren, exotische hapjes eten en rondlopen in klederdrachten.'

Het beeld doemt op van de Haagse Pasar Malam, vroeger inderdaad een gelegenheid om lemper te eten, tjendol te drinken en naar danseressen in sarong te kijken. Oubollig misschien, maar verwerpelijk?

' Vanuit hun machtspositie zullen witte mensen natuurlijk nooit een neutrale definitie maken voor etnische groepen. Er wordt een beeld opgehangen van een samenleving waarin de culturen statisch opereren, men ziet de individuen als dragers van groepsculturen en men ziet de culturen als onveranderbaar. Turkse en Marokkaanse kinderen worden benaderd alsof ze de dragers van de cultuur van hun ouders zijn, alsof ze niet interacteren met de hun omringende omgeving.

' Ik heb ook moeite met woorden die etnische minderheden presenteren als niet deel uitmakend van de samenleving. De Molukkers schijnen de derde generatie te zijn, dat betekent dat men ze eens zal beschrijven als mensen van de achtste, negende generatie, 'but they'll never get in'. Ik heb principieel bezwaar tegen woorden als autochtoon en allochtoon. Dat zijn twee racistische begrippen. De autochtoon geeft nooit aan wanneer hij begonnen is mensen autochtoon te noemen, en wanneer houden allochtonen - ' wat dat ook moge zijn' - op om allochtoon te zijn? Witte mensen noemen zich autochtoon. Dat is gevaarlijk, ik kan nauwelijks een land bedenken waar dit soort denken bestaat.'

'Autochtoon' en 'allochtoon' mag niet, 'neger' is taboe, 'multicultureel' is een versluierend begrip. Maar waar bestaat het racisme in Nederland precies uit?

Dors: ' Hier in Zuidoost wonen 80.000 mensen en er is een enorme werkloosheid, vooral onder de mensen van kleur. Tegelijkertijd is in dit stadsdeel een bloeiende industrie. Kijk naar buiten dan ziet u allemaal banken of kantoren die bevolkt worden door witte mensen die hier 'sochtends uit de metro stappen en 'savonds weer naar huis gaan.'

De ongelijke verdeling in arbeid waar Dors op wijst, heet binnen het anti-racisme 'institutioneel racisme'. Dors: ' Institutioneel racisme is onbewust, maar als je gaat analyseren in termen van effecten, dan kom je tot andere conclusies. Dankzij het wervelende optreden van Chris Mullard [Britse socioloog van Westindische komaf, gespecialiseerd in etnische studies - red.] in het begin van de jaren tachtig is er belangstelling ontstaan voor het anti-racisme dat verder gaat dan interacties. Allerlei dingen werden toch nooit ter discussie gesteld?'

Zoals zwarte Piet en Sinterklaas?

' Bij voorbeeld, maar goed, die tackelen we wel, dat is een kwestie van een paar jaar, dan houdt het op. Belangrijker is racisme in de verdeling van arbeid, je kan het vergelijken met de manier waarop vrouwen uitgesloten worden van bepaalde beroepen. Niemand zal zeggen dat ze niet mogen, maar ze worden wel in een bepaalde rol geduwd.'

Alledaags racisme

Binnen de wetenschappelijke stroming van 'het anti-racisme' wordt vaak verwezen naar het boek Alledaags racisme van Philomena Essed. Dat boek bestaat voor een belangrijk deel uit interviews met zwarte vrouwen die over 'racistische' ervaringen vertellen. Dit voorjaar promoveerde zij op een vergelijking tussen alledaags racisme in Nederland in de VS. De portee van dit proefschrift was dat er geen wezenlijk verschil in racisme tussen beide landen bestaat.

Essed laat haar respondenten over talloze ervaringen vertellen waarbij sprake is van een ervaring van 'racisme'. De aanhalingstekens zijn van mij omdat sommige weergaven van 'racistische' incidenten - indien onwelwillend gelezen - de gedachte oproepen dat als voornaamste meetinstrument natte vingers en lange tenen zijn gebruikt.

Die onwelwillendheid verbaast anti-racisten allerminst, maakt volgens hen zelfs onderdeel uit van een racistische houding. Omdat 'witte' mensen niet gediscrimineerd worden, zo gaat de redenering, ontbreekt het hen aan een basale gevoeligheid te weten wanneer iemand gediscrimineerd wordt. Daarbij willen 'witte' mensen zelden erkennen dat zij racistisch zijn, dus nemen ze weergaven van als racistisch beleefde incidenten niet serieus. Alleen zwarte mensen weten wat racisme is en heten bij uitstek aangewezen om daarnaar onderzoek te doen en daarvan melding te maken.

Chris Mullard, is de promotor van Philomena Essed en hoofd van het CRES, het Centrum voor Etnische Studies in Amsterdam. Het CRES is ondergebracht in het pedagogisch instituut van de Universiteit van Amsterdam. Posters aan muren en deuren vragen om solidariteit met vervolgden of roepen op tot actie voor voorbije manifestaties. Van de stoel in de gang ontbreekt een armleuning.

Volgens Mullard getuigt het van riooljournalistiek om het antiracisme standpunt weer te geven met: 'all whites are racists'. ' Holland heeft een geschiedenis van kolonialisme en racisme. Dit permeeert door de samenleving, racisme is een geinstitioneerde werkelijkheid in Frankrijk, Duitsland, Holland, Engeland, Belgie... '

In alle blanke, kapitalistische maatschappijen?

' Het zou moeilijk zijn een uitzondering te vinden, maar je mag niet zeggen dat een samenleving, omdat zij wit of kapitalistisch is, ook racistisch is. Het bewustzijn van een maatschappij met een koloniaal verleden is racistisch.'

Weerzinwekkende geur

Anti-racisten gaan er van uit dat 'mensen van kleur' de ervaring delen van gediscrimineerd worden door de dominante groep. Zij openen nadrukkelijk hun poorten voor 'zwarten' die bruin, geel of iets daartussen zijn. Het heeft iets buitengewoon genants zich als 'mens van kleur' te afficheren. Ter verdediging kan ik alleen zeggen, 'zij' zijn begonnen.

Zo maakte ooit een medeleerling op de lagere school een onuitwisbare indruk op me met de vraag aan een schelp te ruiken. Er kwam een weerzinwekkende geur uit. Die mededeling verbaasde hem oprecht; zijn vader had hem namelijk verteld dat indische mensen alles lekker vonden wat stonk. Enigszins aan het twijfelen gebracht rook ik nogmaals, en bezwoer hem ten tweede male dat de schelp buitengemeen vies rook. We waren er beiden van overtuigd dat er ergens een misverstand in het spel moest zijn. Het zou nog jaren duren voor we het woord 'vooroordeel' konden spellen.

Wanneer wordt een opmerking racistisch?

Er is me in het (nog nabije) verleden beleefd gevraagd of het me hier beviel, er is me dreigend gezegd dat ik blij mocht zijn dat ik hier was. Ik ben op vriendelijke toon met 'jullie' aangeduid, op onvriendelijke met 'die Chinees'. Ik ben tot 'buitenlander' gebombardeerd voor ik iets zei. Er is me gezegd dat 'jullie geen echte Nederlanders zijn'. En onlangs, in de rij voor mijn OV-kaart, wees een dame voor mij naar het opschrift boven het NS-loket. Zij keek me doordringend aan en sprak, langzaam articulerend - voor ik nog iets gevraagd had - 'Hier g-e-e-n ka-ar-tjes ver-ko-pen'. Toch heb ik nooit ook maar een seconde gedacht dat Nederland een racistische samenleving was.

Er waren naieve, slecht geinformeerde mensen, werd mij thuis altijd voorgehouden, die konden soms domme vragen stellen, maar daar moest je je niets van aantrekken. Dat soort mensen had je nu eenmaal onder alle bevolkingsgroepen. Deze vergoelijkende houding wordt door de anti-racisten rigoureus afgewezen. Zij zeggen dat het een misvatting is te denken dat racisme alleen voorkomt bij domme individuen. Volgens hen is racisme geen individuele kwestie, maar is de samenleving als zodanig racistisch. Henri Dors wordt niet moe nogmaals een poging te doen uit te leggen waarom Nederland racistisch is.

' Bepaalde etnische groepen hebben op strategische gebieden in de samenleving, zoals de woningmarkt, arbeidsmarkt, onderwijs etc. ten opzichte van de dominante etnische groep een minimale inbreng. De samenleving is geleed naar sexe, etnische komaf en klasse. In die samenleving is een reeks van verborgen procedures, structuren, regels, gewoonten, te zien, die bestaande machtsongelijkheid produceren en reproduceren. Die produktie en die reproduktie is van dien aard dat mensen op individueel interactioneel niveau niet aangemoedigd worden om gelijkwaardig met elkaar om te gaan.'

Maar waar bestaat die ongelijkwaardigheid dan uit?

Dors: ' Concreet, ik ben wit en ik zit op een school waar ook gekleurde kinderen bij zitten en waar de meester en de juffrouwen regelmatig zeggen: wij zijn mensen en we zijn allemaal gelijkwaardig. Maar tegelijkertijd word ik geconfronteerd met een andere, hardere boodschap, namelijk: alle mensen die les geven zijn wit, gekleurde werkers in de school zie je pas wanneer de witte mensen naar huis gaan en de schoonmakers binnen komen. Is dat een structuur die mij vertelt: mensen zijn gelijkwaardig? Flauwekul. Witte mensen hebben power. En de witte boodschap dat alle mensen gelijkwaardig zijn, zeggen de anti-racisten, moet je ontmantelen, blootleggen. Je moet verder gaan, vinden ze, je moet zorgen dat die ongelijke structuren ophouden te bestaan. Het enige waar de anti-racisten in geinteresseerd zijn is feitelijke macht.'

Misschien heb ik geluk gehad. Begin jaren zestig zaten op het Grotius-lyceum in Den Haag veel leerlingen van euraziatische afkomst, en ook het lerarencorps bestond voor een belangrijk deel uit indische Nederlanders. Racisme, zo dat toen al ooit ter sprake kwam, was iets dat zich in Amerika afspeelde en uitsluitend negers betrof.

Toch werd mijn vader zijn eerste jaren in Nederland een leidinggevende baan onthouden met het argument dat de mensen die hij onder zich zou krijgen niet gewend waren aan een donkere chef en werd mijn oma kamers geweigerd omdat zij 'buitenlandse' was. Een dosis geluk en een zekere mate van fatalisme hebben er waarschijnlijk toe geleid dat niemand in de familie de Nederlandse samenleving racistisch zal noemen. Anti-racisten menen dat het mensen die wel eens gediscrimineerd zijn, maar Nederland niet racistisch willen noemen, aan bewustzijn ontbreekt.