Coordinatie troepen blijft probleem

ROTTERDAM, 3 nov. Het oogt indrukwekkend: een internationale strijdmacht van ruim 300.000 militairen uit meer dan twintig landen, tot de tanden bewapend en zo goed als klaar om in actie te komen tegen een gezamenlijke vijand. Saddam Hussein zou er bang van moeten worden en eieren voor zijn geld moeten kiezen. Net als de Amerikanen weet de Iraakse president echter waar de zwakke plek zit.

Een brede multinationale strijdmacht klinkt politiek gewichtig, zolang er geen schot wordt gelost, maar is in de praktijk van het oorlogvoeren een enorme handicap. Het vooruitzicht met soldaten en wapens uit meer dan twintig landen een gecoordineerde woestijnoorlog te moeten voeren, genereert volgens militaire deskundigen voor de generaals en admiraals in het gebied vooral nachtmerries.

Alleen al in de woestijn bij de grenzen van Koeweit en Irak staan militairen uit meer dan tien landen, varierend van Senegal tot Bangladesh. Het zijn combinaties van grotere of kleinere eenheden met eigen commandanten, met radio's die elkaar niet kunnen verstaan, met tactieken die niet op elkaar aansluiten en overlegprocedures die vooral worden bepaald door nationale tradities. Het is een gigantisch en volgens sommigen onoplosbaar probleem daar een gecoordineerde strijdmacht van te maken. De Amerikanen spreken eufemistisch van een geweldige uitdaging.

Zelfs binnen de NAVO, met een 40-jarige traditie van militaire samenwerking en overleg, verlopen massale internationale oefeningen zelden vlekkeloos. Verschillen in training, wapens, verbindingen en afspraken blijven permanente hindernissen voor grootschalige militaire operaties.

Pag.4: Vervolg

    • Dick van der Aart