Bridge

Als een toernooi tegen zijn eerste lustrum loopt, begint het een aardige kans te maken tot de 'klassiekers' van de jaarlijkse toernooikalender uit te groeien. Vier jaar geleden begonnen als een speciaal evenement om het 10-jarig jubileum luister bij te zetten, is het toernooi van het tot de Hoogovensgroep behorende ingenieursbureau ESTS inmiddels goed op weg die klassiekerstatus te verwerven. Ook in het vierde jaar van zijn bestaan gaf een zeer aanzienlijk deel van de Nederlandse bridgetop acte de presence: niet alleen hadden zowel het Nederlandse vrouwenteam als het Nederlandse jeugdteam ingeschreven, maar ook titelpretendenten uit de Meesterklasse als HOK (Mulder-Wintermans/Tammens-Vergoed), Modalfa (Borm-Maas/Leufkens-Westra) en WAC Dopharma (Berendregt-Van Besouw/Holzscherer-Kolen). In de voorlaatste van de 7 rondes van 7 spellen profiteerde het jeugdteam van twee kostbare missers van het Journalistenteam dat tot dat moment ook nog enig uitzicht had op een hoge eindklassering. Hier is zo'n misser:

(Schoppen) A V 9 6

(Harten) B 8 5 2

(Ruiten) 9 7 6

(Klaver) A 6

(Schoppen) H 10 8 3

(Harten) 10 9 3

(Ruiten) V 8

(Klaver) 7 4 3 2

(Schoppen) B 7 4

(Harten) V

(Ruiten) H B 10 3

(Klaver) H V 10 9 8

(Schoppen) 5 2

(Harten) A H 7 6 4

(Ruiten) A 5 4 2

(Klaver) B 5

Na een 1-(Klaver)-opening van O bereikten NZ na een 1-(Harten)-volgbod en een 2-(Klaver)-cuebid van N, gedoubleerd door O, 4 (Harten). In plaats van met partners (Klaver)-kleur uit te komen verkoos Rob van den Bergh een troefstart. Het is duidelijk dat er 3 vaste verliezers zijn en dat het succesvol vermijden van een (Schoppen)-verliezer nodig is om het contract thuis te brengen. De leider zag een mogelijkheid om niet alles te zetten op het goed zitten van (Schoppen) H. Hij trok troef, sloeg (Ruiten) A en speelde (Ruiten) na in de hoop dat O met (Ruiten) H-tweede of als de (Ruiten)'s 3-3 zaten, hiermee zou worden ingegooid. Het (Klaver)-naspel kan immers met (Klaver) A worden genomen waarna O in (Klaver) wederom kan worden ingegooid. O moet dan in dubbele renonce of in de (Schoppen)-vork spelen. Dat zou een elegante wending zijn geweest, maar het liep jammerlijk af doordat O over een 4-kaart (Ruiten) beschikte en gewoon de 4de (Ruiten) naspeelde. Die moest in N worden getroefd en nu had Z geen mogelijkheid meer om uit de dummy te komen en alsnog de (Schoppen)-snit te nemen. Tot overmaat van ramp bleek toen ook nog W (Schoppen) H te hebben en had een simpele snit wel winst gebracht. Aan de andere tafel werd tegen hetzelfde contact met (Schoppen) gestart en had de leider geen andere keus dan meteen de (Schoppen)-snit te nemen.

Toch lijkt er een weg te zijn om zowel de kans op een ingooi te benutten als de mogelijkheid van de snit open te houden en wel als de communicatie tussen de N- en de Z-hand intakt blijft. Z moet dus niet troeftrekken, maar meteen (Klaver) A en (Klaver) na spelen. O wint en trekt (Ruiten) B na. Het lijkt nu waarschijnlijk dat O geen (Harten) meer heeft en als voorkomen kan worden dat W aan slag komt om andermaal (Harten) te spelen, kan een eindspel tegen O lukken. Z duikt dus en blijf O aan slag, dan moet hij met (Ruiten) vervolgen. Nu wint Z met (Ruiten) A en brengt O opnieuw met (Ruiten) aan slag. Heeft O een 3-kaart (Ruiten) gehad, dan is Z's opzet gelukt, en als O nu de 4de (Ruiten) speelt, troeft Z op tafel een incasseert (Harten) B en (Harten) H waarna de (Schoppen)-snit wordt genomen. Maar W kan dit plan verijdelen door de (Ruiten) B van O met (Ruiten) V over te nemen en weer (Harten) te spelen. Als Z nu kiest voor het eindspel tegen O in plaats van voor de snit tegen W, gaat hij down. Als O de 4de (Ruiten) naspeelt, moet deze met een kleine (Harten) op tafel worden getroefd omdat (Harten) B nodig is om de laatste troef ((Harten) 10) bij W te trekken, en dan zit de leider ook aan tafel geplakt. Zou de leider om dit te voorkomen de 2de (Harten)-ronde in de dummy hebben genomen, dan gaat hij down doordat W de 4de (Ruiten) met (Harten) 10 troeft en de dummy geen hogere troef meer bezit. Kortom, tegen dit tegenspel zit er voor de leider niets anders op dan zich te verlaten op het goed zitten van (Schoppen) H en af te zien van elegantere speelwijzen.

In de slotronde wisten Timo van den Berg-Jeroen Top/Rob van den Bergh-Hans Kelder het hoofd koel te houden tegen het team van het nieuwe bridgetijdschrift IMP (Van Cleeff-Klaver/Cremers-Jansma). Een opmerkelijk verschil in kaartwaardering zorgde voor een nuttige 'swing' op dit spel:

(Schoppen) A 6 4

(Harten) - - -

(Ruiten) B 9 7 5

(Klaver) A H V 5 4 2

(Schoppen) H V 10 5 2

(Harten) 10 9 4 3

(Ruiten) H 2

(Klaver) 7 3

(Schoppen) B

(Harten) H V 8 7 5

(Ruiten) 10 6 4

(Klaver) 10 9 8 6

(Schoppen) 9 8 7 3

(Harten) A B 6 2

(Ruiten) A V 8 3

(Klaver) B

Na Van den Bergs 1-(Klaver)-opening meende Van Cleeff zich met de O-hand een 1-(Harten)-volgbod te kunnen permitteren. Z gaf een negatief doublet en W sprong preemptief naar 3 (Harten). Maar al dit (Harten) bieden maakte de N-hand alleen maar sterker en N had er geen moeite mee zijn mooie hand nu met een 4-(Klaver)-bod goed te omschrijven. Dat was voldoende voor Jeroen Top om er ondanks zijn singleton troef-B 5 (Klaver) van te maken. 11 slagen bleken geen probleem.

Aan de andere tafel zweeg Hans Kelder met de O-hand discreet en antwoordde Cremers op N's 1-(Klaver)-opening met 1 (Harten). Hier knapte de N-hand natuurlijk niet van op, al lijkt mij Jansma's 2-(Klaver)-herbieding nadat W nog 1 (Schoppen) had geboden, toch wel erg timide. Z was nu niet meer vooruit te krijgen en bij dit tamme deelscoretje bleef het. Het leverde het jeugdteam 6 imps op en dat droeg het zijne bij aan de overwinning met 23-7 die de eindzege veilig stelde. En dat is natuurlijk een resultaat dat een belofte voor de toekomst inhoudt.