Behoeder van de Zwitserse neutraliteit; HENRI GUISAN

Wie heden ten dage een wandeling maakt door een willekeurig Zwitsers dorp of stad, zal onvermijdelijk stuiten op een straat, plein of boulevard die naar de veldheer Henri Guisan (1874-1960) is vernoemd. Bij zijn verscheiden, in de nacht van 7 op 8 april 1960, weende gans Zwitserland, en menigeen memoreerde nogmaals in extenso de verdiensten van deze militair die Zwitserland door de jaren van de Tweede Wereldoorlog had geloodst. Zijn begrafenis werd een ongekend emotionele aangelegenheid die door tienduizenden werd bijgewoond.

Inmiddels is een aantal boeken verschenen waarin de eerste pogingen tot ontmythologisering van Guisan werden ondernomen. De belangrijkste daarvan is het tamelijk onthullende General Henri Guisan. Die schweizerische Armeefuhrung im Zweiten Weltkrieg. Het werd geschreven door Willi Gautschi, die met deze biografie een ondankbare taak op zijn schouder nam. Want de generaal is nauw verweven met een andere mythe die zo mogelijk nog heiliger is: de mythe van de onbezoedelde Zwitserse neutraliteit. Wie de neutraliteitslegende wil aanpakken, zal eerst door een muur van patriottisme moeten breken. In Zwitserland heerst namelijk de opvatting dat het land juist door de strikt neutrale opstelling ongeschonden door de oorlog is gekomen. Gemakkelijk was dat niet en praktisch geen volk heeft meer moeten doorstaan, is de stellige overtuiging van de Zwitsers. Maar dankzij vastberadenheid, gekoppeld aan een niet aflatende bereidheid om het land tot de laatste snik te verdedigen, heeft men het geklaard. Het leger was fantastisch uitgerust en in een permanente staat van hoogste paraatheid, en had daardoor vijanden doeltreffend afgeschrikt. Het vormde samen met de bevolking een massief blok waartegen vechten een onbegonnen zaak was.

Dat is, enigszins gechargeerd, het beeld van de oorlogsjaren dat zich in het Zwitserse nationale bewustzijn heeft genesteld.

De waarheid is minder heroisch. Dat blijkt zonneklaar uit General Henri Guisan. Het kreeg dan ook een ijzig onthaal bij het Zwitserse publiek, al werd er in de pers ruime aandacht aan besteed. Gautschi's boek heet een biografie te zijn, hoewel ruim negentig procent van de tekst aan de periode 1939-1945 is gewijd. Daar kan echter weinig bezwaar tegen bestaan, want die episode is voor de lezer het meest interessant. De jaren die buiten de oorlog vallen, worden wat plichtmatig afgehandeld. Het leven van Henri Guisan verliep dan ook behoorlijk saai. Hij werd in 1874 als zoon van een dorpsarts geboren. Hij was evenwichtig en op zijn tijd innemend, zeker niet opvallend intelligent of begaafd, maar wel uitermate plichtsgetrouw. Zijn militaire carriere werd gekenmerkt door wat Gautschi omschrijft als een 'erstaunlich gleichmassigen und vom Gluck begunstigten Aufstieg'.

FRANJE

Hoewel Guisan zichzelf als a-politiek omschreef, wist hij zijn afkeer van socialisten en sociaal-democraten nauwelijks te verbergen. In de jaren twintig en dertig stond hij uitgesproken sceptisch tegenover de parlementaire democratie en sympathiseerde met corporatistische ideeen. Later neigde hij meer naar een soort conservatief-liberalisme. Guisan was al vijfenzestig jaar oud toen hij bij het uitbreken van de oorlog werd benoemd tot opperbevelhebber. Dat gebeurde niet vanwege zijn strategische kwaliteiten, maar omdat hij volgens de regels van de militaire hierarchie gewoon 'aan de beurt was'.

Willi Gautschi heeft zich in zijn boek tot taak gesteld om generaal Guisan van alle franje te ontdoen en hij kwijt zich op uiterst integere wijze van die taak. Het was niet zijn bedoeling om Guisan, voor wie hij (gepaste) bewondering koestert, te verguizen. Hij wil hem slechts laten zien zoals hij eigenlijk was: een gewone militair die niets menselijks vreemd was. Gautschi heeft voor zijn studie veel nieuw materiaal boven water weten te halen. Helaas werkt hij een en ander zo minutieus uit, dat het soms afbreuk doet aan de leesbaarheid van zijn werk.

Het doel van het Zwitserse veiligheidsbeleid was en is Kriegsverhinderung durch Verteidigungsbereitschaft oftewel 'gewapende neutraliteit'. Anders dan bijvoorbeeld de Zweedse neutraliteit, is die van Zwitserland in de grondwet vastgelegd en tijdens het Congres van Wenen (1815) door de toenmalige grootmachten gegarandeerd. De eerste taak van Guisan was om die gewapende neutraliteit zo geloofwaardig mogelijk te maken. Het internationale recht schrijft voor dat neutrale landen zich afzijdig dienen te houden en aan geen der oorlogvoerende partijen steun mogen verlenen. Stiekeme afspraken over de landsverdediging maken, mag natuurlijk evenmin. Maar dat was precies wat Guisan deed. De generaal had het namelijk op een akkoordje met Frankrijk gegooid.

De Franse legerleiding stelde, niet ten onrechte, bar weinig vertrouwen in de uitrusting en capaciteiten van het Zwitserse leger. Men hield serieus rekening met een Duitse aanval op Frankrijk via Zwitserland om zodoende de Franse Maginot-linie te omzeilen. Ook Guisan zelf sloot die mogelijkheid niet uit. Samen met de Franse legertop besloot hij, in strijd met alle neutraliteitsprincipes, een gezamenlijk verdedigingsplan op te stellen. De Franse generaals streefden naar een 'voorwaartse verdediging' op Zwitsers grondgebied en sloten daartoe met Guisan een gedetailleerde overeenkomst.

HALVE LEUGENS

Helaas vielen de voor Zwitserland uitermate belastende documenten van die overeenkomst midden juni 1940 in Charite-sur-Loire in handen van het Duitse leger. Hitler werd persoonlijk van de vondst op de hoogte gesteld, maar tot stappen tegen Zwitserland kwam het niet. Wel was de positie van Guisan zwaar gecompromitteerd. De Zwitserse regering, die uiteraard geen enkel belang had bij een schandaal, besloot evenwel het voorval met de mantel der liefde te bedekken. Dat de Duitsers de kwestie hebben uitgespeeld, staat vast. De documentenvondst bij La Charite bleef Guisan de gehele oorlog als een zwaard van Damocles boven het hoofd hangen en gaf hem kennelijk ook het gevoel dat hij wat goed te maken had in Berlijn. Het is zeer waarschijnlijk dat hij om die reden de chef van de Zwitserse geheime dienst, Roger Masson, heeft toegestaan om een riskante rechtstreekse verbinding met SS-generaal Walter Schellenberg te onderhouden. Zelfs ging de generaal zo ver om Schellenberg diverse malen persoonlijk op Zwitsers grondgebied te ontmoeten.

Opnieuw stond de geloofwaardigheid van de Zwitserse neutraliteit op het spel. Bovendien ging Guisan zelf als opperbevelhebber zijn boekje ver te buiten door zich op het gebied van de buitenlandse politiek te begeven. Maar net als in het geval van La Charite deinsde hij er niet voor terug om met hele en halve leugens zijn huid te redden. Commissies die zowel tijdens als na de oorlog zijn gedrag aan een nader onderzoek moesten onderwerpen, lieten zich met een kluitje in het riet sturen.

DOODSTRAF

Gautschi stelt in zijn boek niet alleen Guisans gesjoemel met de waarheid stevig aan de kaak, maar ook de bijna komische naiviteit van de Zwitserse inlichtingendienst. Zo werd in maart 1943 plotseling groot alarm geslagen. Er kwamen berichten dat Duitsland van plan zou zijn om Zwitserland binnen te vallen. In de paniek die daarop ontstond, wist de inlichtingendienst niets beters te doen dan rechtstreeks bij 'Schelli', zoals de SS-generaal voor intimi heette, te informeren in hoeverre de meldingen op waarheid berusten. Het is dan ook geen verrassing dat het hoofd van de geheime dienst Roger Masson zich slechts kon handhaven omdat Guisan hem persoonlijk dekte. Lang niet iedereen echter kon op een dergelijke clementie van Guisan rekenen.

In Zwitserland werden tijdens de oorlog drieendertig doodvonnissen wegens landverraad (spionage ten gunste van Duitsland) geveld, waarvan er zeventien ook daadwerkelijk werden voltrokken. Bij het eerste geval was Guisan direct betrokken. Hij meende dat er een afschrikwekkend voorbeeld gesteld diende te worden en wendde al zijn invloed aan om de aangeklaagde voor het vuurpeloton te krijgen. Hij kreeg zijn zin. De veroordeelde kon tegen het vonnis in beroep gaan, maar de 'begenadigingscommissie' stond onder voorzitterschap van een kamerlid wiens naam bij voorbaat alle hoop de bodem insloeg: Karl Killer. Overigens stond het gros van de bevolking achter de doodstraf. Zelfs de befaamde theoloog Karl Barth toonde zich op theologische gronden voorstander van de executies, hoewel hij na de oorlog zijn spijt over dat standpunt heeft betuigd.

Toen de Duitse Wehrmacht Frankrijk eenmaal grotendeels onder controle had, stuurde de Zwitserse legerleiding begin juli 1940 het grootste deel van het leger naar huis. Dat betekende echter niet dat Guisan het bijltje erbij neer had gegooid. Op 25 juli kondigde hij aan dat Zwitserland zich zou blijven verdedigen, maar dat leger zich in een 'reduit' in de Alpen zou terugtrekken. Concreet betekende dit dat het leger zich in een klein, goed verdedigbaar gebied in de bergen verschanste. In feite betekende de nieuwe strategie dat zowel het grootste deel van het land, als het merendeel van de bevolking onverdedigd aan zijn lot werd overgelaten. Veel keus had de legerleiding overigens niet, want het leger had aan letterlijk alles gebrek. Niet alleen aan goed en voldoende materieel, maar ook aan een doelmatige operationele planning.

Aan dat feit was de generale staf natuurlijk zelf in de allereerste plaats schuldig. Guisan wist dat echter met een feilloos gevoel voor show en dramatiek te camoufleren door zijn Reduit-concept op de historische weide van Rutli te presenteren. Op Heilige Grond dus, want de overlevering wil dat Wilhelm Tell op die plek het sein gaf tot de vrijheidsstrijd tegen de Habsburgers. Opmerkelijk is dat zelfs nu nog veel Zwitsers Wilhelm Tell en generaal Guisan op een lijn plaatsen, hoewel moet worden aangetekend dat Tell vooral de held van de jeugd en Guisan die van de oudere generatie is.

OORLOGSBUIT

Hoewel Gautschi aan het tijdstip van de demobilisatie helaas maar weinig aandacht besteedt, blijft het overigens de vraag of die demobilisatie van 6 juli 1940 militair gezien wel verantwoord was. Want uitgerekend op dat moment bevond zich een grote Duitse legermacht bij de Zwitserse west- en noordwestelijke grenzen. Zo werd tweederde van de manschappen gedemobiliseerd op een moment dat het land zich, vanuit het oogpunt van landsverdediging, in een uitermate kritieke situatie bevond. De gedachte achter die voortijdige demobilisatie was dat men Nazi-Duitsland niet wilde irriteren. In feite was hier dus sprake van een knieval voor Hitler. Maar ook om een andere reden kwam deze grootscheepse troepenvermindering Hitler uitstekend van pas. Hij was immers zeer gebaat bij een goed functionerende Zwitserse industrie. De Zwitserse overste Struby verwoordde dat destijds onomwonden: ' Aus Soldaten werden wieder Arbeiter, die fur Deutschland produzieren.'

Het staat vast dat de Zwitserse machine- en wapenindustrie vier jaar lang grotendeels voor de export naar Duitsland heeft gewerkt, vaak op krediet. Evenmin deinsden de Zwitsers ervoor terug om als heler voor Hitlers oorlogsbuit op te treden. Ruim driehonderd ton aan geroofd goud werd door de Zwitserse Rijksbank omgewisseld in harde Zwitserse franken, die de Duitsers voor hun oorlogvoering broodnodig hadden. In hoeverre Guisan weet heeft gehad van deze activiteiten ten gunste van het Derde Rijk en in hoeverre hij zich er zelf mee heeft bemoeid, komt in dit boek helaas niet uit de verf.

Overigens heeft Hitler nooit serieus overwogen Zwitserland te onderwerpen. Henry Picker heeft het waarom daarvan in zijn Hitlers Tischgesprache im Fuhrerhauptquartier kort en bondig samengevat. Zwitserland was voor Duitsland als '... Schutzmacht und als internationaler Knotenpunkt fur diplomatische Aktivitaten, Spionage, Devisen-Geschafte und die Lieferung von Mangelwaren, zum Beispiel an Rustungsgutern und Rustungsrohstoffen, unvergleichlich wertvoller denn als Satellit.'

Na de oorlog trok Guisan zich met zijn vrouw terug op 'Verte Rive', hun landgoed aan het meer van Geneve, om daar de laatste jaren te slijten. Zijn tijd vulde hij met reizen, lezen en met zijn grote passie, namelijk paardrijden. Het openbare leven eiste echter het grootste deel van zijn tijd op. Zijn enorme populariteit bracht zo'n omvangrijke correspondentie met zich mee, dat hij zelfs een verzoek indiende om voor de rest van zijn leven te worden vrijgesteld van portokosten.

Guisan was niet de God de Vader waarvoor zijn landgenoten hem zijn gaan houden. Als zijn grootste verdienste noemt Gautschi het feit dat hij de bindende factor vormde tussen volk en leger. Daarnaast was het vertrouwen dat hij uitstraalde in de goede afloop van de oorlog, van groot belang, want op die manier wist hij het moreel van zowel de strijdkrachten, als van de bevolking krachtig op te vijzelen en op peil te houden. Als militair strateeg stelde hij echter weinig tot niets voor. En dat, terwijl de mythe juist wil dat Zwitserland dankzij Guisans briljante militaire inzichten aan een Duitse bezetting wist te ontkomen.