Zes jaar geeist voor doden van man op carnavalsfeest

ROTTERDAM, 2 nov. Zes jaar gevangenisstraf eiste de officier van justitie in Rotterdam gisteren tegen de dertigjarige U. J. G., die in juli dit jaar een33-jarige man doodschoot tijdens een Antilliaanse carnavalsoptocht in Rotterdam.

G. had aanvankelijk beweerd dat hij had geschoten met een vuurwapen dat hij het slachtoffer uit handen had genomen, maar daar kwam hij gisteren op terug. Zes getuigen hebben verklaard dat G. het wapen, een Walther PPK 7.65, uit zijn overhemd haalde en gericht schoot op een man die hooguit anderhalve meter van hem vandaan stond. Het slachtoffer werd in het hoofd geraakt en was direct dood.

Er zijn geen aanwijzingen voor een koelbloedige moord, aldus gisteren de officier, mr. A. Zwaneveld. Volgens haar ging het om 'een aanleiding van niks'. Een dertigjarige oom van G. had ruzie gekregen met een man die klaagde over geduw tijdens het feestgewoel. In het handgemeen dat volgde, had de man een pot sateh van een kraampje gepakt en naar G.'s oom gegooid. G. was te hulp gesneld en had direct zijn pistool getrokken en geschoten. In paniek, verklaarde hij gisteren. Het wapen had hij volgens zijn verklaring de dag tevoren in een goktent gekocht van iemand die geld nodig had.

De raadsman pleitte voor een lagere straf, verwijzend naar het psychiatrisch onderzoek dat sprak van verminderde toerekeningsvatbaarheid. 'Het publiek zal misschien zeggen dat zes jaar een milde eis is, maar in vergelijkbare gevallen wordt wel eens drie of vier jaar opgelegd.'

De uitspraak is op 14 november.