Stellingen voor nieuw landbouwbeleid

Een werkgroep van 'agrarische vertrouwenslieden' en deskundigen, waarvan een aantal oud-ministers en landbouwkundige hoofdambtenaren deel uitmaakt, heeft vandaag een manifest gepubliceerd waarin initiatieven worden aanbevolen om een duurzaam samengaan van landbouw, natuur en milieu te bereiken. Met hun manifest, waaraan negen stellingen zijn gehecht, hopen de ondertekenaars 'de traagheid in het politieke denken over landbouw, natuur en milieu' te doorbreken. De auteurs hebben onderstaand manifest en stellingen aan de bewindslieden van Landbouw en Visserij aangeboden.

Stellingen voor nieuw landbouwbeleid

Nederland is een land waar grond schaars is. Een samenhangende lange termijnvisie voor de verdeling van de grond over de agrarische, stedelijke en natuursectoren is daarom van het grootste belang. De leefbaarheid van Nederland vraagt om een duurzaam samengaan van landbouw, natuur en milieu waarbij de kwaliteit van zowel een efficiente landbouwproduktie als van natuur en milieu worden gegarandeerd. Doordat er bij de verdeling van deze functies tegengestelde belangen in het spel zijn roept dat spanningen op, vooral ook omdat de landbouw nu eenmaal geen garanties kan bieden voor het duurzaam voortbestaan van in Nederland voorkomende plant- en diersoorten. De Werkgroep De Zeeuw/ Albrecht heeft daarom negen stellingen geformuleerd voor een kwalitatief hoogwaardige landbouw in combinatie met een kwalitatief hoogwaardige natuur binnen de algehele randvoorwaarde van handhaving van een gezond leefmilieu. De werkgroep meent dat haar concept voor het jaar 2000 gerealiseerd moet zijn omdat het milieu in met name Nederland onaanvaardbaar zwaar is belast.

Stelling 1. Debelangen van een gezonde leefomgeving en een gezonde landbouw lopen in hoge mate parallel. De boer kan niet zonder een gezond milieu en een gezonde natuur om de voor de produktie noodzakelijke natuurlijke proccessen duurzaam te kunnen laten verlopen en daarmee het producerende vermogen duurzaam in stand te houden. Stelling 2. Duurzame landbouw vereist onder andere: een adequaat inspelen op de teverwachten wijziging in het landbouwbeleid, waarbij handelsverstorende steun wordt verminderd en de toegang tot de markten meer wordt geliberaliseerd, waardoor versterking van de concurrentiepositie en beter inspelen op de reele marktmogelijkheden mogelijk wordt; ontwikkeling van een produktiewijze, die voldoet aan strenge eisen, ter voorkoming van schadelijke effecten aan milieu en natuur;

Stelling 3. Voor het duurzaam voortbestaan van de van nature aanwezige verscheidenheid aan wilde plante- en diersoorten moet een samenhangend netwerk van grote en kleine natuurgebieden worden gerealiseerd. Gezien de zorgwekkende toestand waarin de natuur in Nederland zich bevindt, dient ten behoeve daarvan de komende tien jaar het areaal van veiliggesteld natuurgebied te verdubbelen (nu 200.000 hectare van het landareaal). Uiteindelijk zal ten minste 20 procent van het landareaal voor het ecologische netwerk moeten worden bestemd; Stelling 4. Voorzien wordt dat het voor landbouwproduktie benodigde areaal afneemt. Zodanige sturing dient plaats te vinden dat niet meer voor landbouwproduktie benodigde gronden worden bestemd voor het versterken van het ecologische netwerk; Stelling 5. Naast gebiedenmet een hoofdfunctie landbouw of natuur moet er ruimte en aandacht zijn voor oude cultuurlandschappen met hoge natuurwaarde. Het huidige beleid in dezen dient met kracht gecontinueerd te worden; Stelling 6. De omschakeling van de bestaandelandbouw naar duurzame landbouw dient voor het jaar 2000 tot stand te komen via een maatregelenpakket van wetgeving, heffingen en premies. Het doel ervan is om op ieder landbouwbedrijf te komen tot een evenwicht tussen mineralen-input afkomstig uit meststoffen en veevoer en mineralen-output via landbouwprodukten. Tevens dienen bodem, water en lucht van moeilijk of niet afbreekbare stoffen gevrijwaard te worden;

Stelling 7. In het maatregelenpakket passen: een wettelijkkader waarin de grenzen van toegestane milieubelastingen en de rechten en verplichtingen van de bedrijven voor een lange termijn worden vastgelegd; een heffingstelselop overmatig gebruik van mineralen in meststoffen en krachtvoer. De hoogte van de surplusheffing is zodanig dat milieuvriendelijke produktie aantrekkelijk wordt. Vanaf het jaar 2000 mag het milieu met niet meer mineralen en gewasbeschermingsmiddelen belast worden dan het vanuit het oogpunt van duurzaam functioneren van de ecosystemen kan verwerken; eenoverbruggingspremie als incentive (vooralsnog voor een termijn van vijf jaar) voor diegenen die de omschakeling naar een gezonde landbouwproduktie (mineralen-evenwicht en geen gebruik van moeilijk of niet afbreekbare stoffen) snel en innoverend ter hand nemen. Gedacht kan worden aan een degressieve toeslag van 1.000 tot 1.500 gulden per hectare per jaar voor de producent die aantoont het evenwicht bereikt te hebben. De financiering van deze overbruggingsperiode komt allereerst uit voornoemde heffingen;

Stelling 8.

Bedrijven of bedrijfstakken die er niet in slagen om na verloop van enige jaren natuur- en milieuvriendelijk te produceren hebben geen toekomstperspectief. Opheffing van deze bedrijven, casu quo inkrimping van deze bedrijfstakken zal dan aanvaard moeten worden, met inachtneming van een bedrijfsbeeindigingsregeling; Stelling 9. In de te sluiten overeenkomst van de huidige Uruguay-ronde van het GATT zal er rekening mee moeten worden gehouden dat de landen het recht hebben hun milieu en natuurlijke hulpbronnen te beschermen; binnen het GATT dienen hiervoor regels te worden opgesteld.

PAGINA 15

Toelichtingen van Albrecht en De Zeeuw