Rotterdam vult sociale vernieuwing nader in

ROTTERDAM, 2 nov. Burgemeester en wethouders van Rotterdam willen voor 1995 vijfduizend langdurig werklozen aan een baan helpen, zesduizend allochtone analfabeten leren lezen en schrijven en in de oudere stadsdelen overlegorganen voor wijkbeheer oprichten. Dit staat in de nota over sociale vernieuwing die het college gisteren presenteerde.

In de nota 'inzet van de gemeente' geeft het college aan wat de Rotterdamse overheid de komende vier jaar aan de sociale vernieuwing wil bijdragen. Om aan te geven dat sociale vernieuwing niet alleen een taak van het gemeentebestuur is, zijn in de nota tien pagina's nog blanco gelaten. Daar moeten de plannen van anderen komen. Op 20 november is een Dag van de Inzet, waarvoor organisaties en burgers worden uitgenodigd hun ideeen te presenteren.

Burgemeester en wethouders noemen het onaanvaardbaar dat niet alle burgers profiteren van de economische en culturele opbloei van de stad. Stedelijke en economische vernieuwing waren noodzakelijk maar niet voldoende, aldus het college. Sociale vernieuwing is een herijking van het achterstandsbeleid. Maar het is een proces dat al gaande is en er is behalve voor banenpools en basiseducatie geen extra geld beschikbaar, waarschuwt het college. 'Een hijgerige interpretatie van vernieuwing is een valkuil'.

In het arbeidsbeleid van de gemeente komt, aldus de nota, de leuze 'liever een baan dan een uitkering' centraal te staan. In het onderwijsbeleid luidt het motto: niemand de deur uit zonder diploma.

Concrete maatregelen die worden voorgesteld zijn onder andere het scheppen van banen voor langdurig werklozen en een alfabetiseringscampagne waarbij allochtonen tussen de 18 en 40 jaar voorrang krijgen. Zij worden verplicht Nederlands te leren en krijgen een garantie op een baan of een mogelijkheid zich verder te scholen. Als een werkloze analfabeet een aangeboden plaats in het programma weigert, moet zijn uitkering kunnen worden gekort.

Verder is er in de oudere wijken een 'Wijkoverleg beheer' in oprichting. Daarin nemen bewonersorganisaties, woningcorporaties, gemeentelijke diensten en de politie gezamelijk verantwoordelijkheid om verpaupering, vervuiling en criminaliteit tegen te gaan. Elke vooroorlogse en vroeg-naoorlogse wijk krijgt daarvoor gemiddeld 20.000 gulden per jaar. Een deel van deze plannen was ook te lezen in het college-programma dat enkele maanden geleden is opgesteld.