Oman beleeft de Golfcrisis ontspannen

MUSCAT (OMAN), 2 nov. Tientallen kortgeknipte Amerikanen verdringen zich bij de balie van het grote internationale hotel in de Omaanse hoofdstad Muscat. Hun oorlogsschip is net afgemeerd in de haven enkele kilometers verderop en ze zijn hier voor 'R and R' (Rest and Relaxation), vertelt een zeeman, opgetogen na twee maanden op zee weer vaste grond onder de voet te hebben.

De Amerikanen vallen nauwelijks op temidden van al die andere zeer kort geknipte, jeugdige gasten van het hotel: de Britse militairen van de Nimrod-luchtverkenningseenheid die hier sinds de zomer is gelegerd. Geen toeristen dit jaar, maar militairen: dat is de Golfcrisis in Oman. Maar de bar doet waanzinnig goede zaken.

Duizend kilometer naar het zuiden, bij de grens met Jemen, zijn veel Omaniers er al voor het belangrijke vrijdaggebed van 12 uur 's middags op uitgegaan. Als ze niet vroeg zijn, zijn de nieuwe paviljoens die de regering voor picknickers op het strand laat bouwen, al door andere gezinnen bezet. Anderen gaan de bergen in, in hun 'Four Wheel Drive' met hun immense gezinnen, waar ze met buren of vrienden hebben afgesproken. In het gebied van Itin, bij Salalah, hebben de autoriteiten kort geleden hele kleine boompjes aangeplant die de picknickers, die hier in drommen komen, op den duur schaduw moeten geven. Als de altijd hongerige kamelen de jonge aanplant tenminste niet opeten. Het leven gaat zijn gewone gang.

'We zitten lelijk klem in het Midden-Oosten', zegt een Omaanse regeringsfunctionaris. 'Of het wordt nu oorlog, als de Britten en Amerikanen Irak aanvallen of Irak komt er genadig van af, en valt vervolgens ergens anders binnen, en dan is het ook oorlog. It is a mess.' In een modern centrum in de bergen bij Salalah winkeltjes, school, ziekenhuisje, andere voorzieningen voor de verspreid wonende bevolking zegt Mohammed, die in de stad op de middelbare school zit: 'We zijn bezorgd. We praten er veel over.' Maar het is ver weg, voegen beiden eraan toe, en dat is het refrein dat ik overal te horen krijg, van ministers en journalisten, van ambtenaren en hotelpersoneel, van Omaniers en buitenlanders. Misschien wordt het oorlog, Allah verhoede het, maar niet hier.

In de Verenigde Staten en Europa heeft men geen idee hoever Oman van Irak afligt, zegt een ambtenaar, 'U bent toch ook niet bang voor het geweld in Noord-Ierland? En dat ligt veel dichterbij.' 'Irak heeft iedereen met zijn raketten bedreigd', zegt minister van informatie Abdul Aziz bin Mohammed al Rowas. 'Maar hoever reiken die? 600 tot 700 kilometer. Die kunnen Oman lang niet halen.'

De sfeer in Oman is opmerkelijk ontspannen. In vergelijking met andere Arabische landen zijn er nauwelijks veiligheidsmaatregelen, zelfs in Salalah, in de buurt waarvan zich toch tot redelijk kort geleden (1975) de Dhofar-opstand afspeelde. Is Oman dan niet bang voor nieuwe pogingen van het pro-Iraakse Jemen om in het gebied onrust te stoken? 'De situatie is veranderd. De realiteit is veranderd. Rationeel denken heeft de overhand gekregen' in Jemen, meent minister Rowas.

Pag.4: Vervolg

'Er valt niets te destabiliseren', stelt een ambtenaar die het van de andere kant bekijkt. 'Iedereen is gelukkig.' Goede voorzieningen gratis onderwijs en gezondheidszorg en sterk centraal gezag hebben de voedingsbodem voor onrust weggenomen. Ook buiten Dhofar geldt dat, en bovendien: 'We hebben geen Palestijnen' om terreurdaden uit te voeren.

Menige Omanier beroept zich wat dit betreft op het verstandige beleid van sultan Qaboos, die het land sinds zijn aantreden in 1970 heeft gepacificeerd, met de hulp van de kort voor zijn aantreden ontdekte olie en Britse adviseurs. Tevreden stelt men van de fouten van de andere Golfstaten te hebben geleerd.

Een belangrijke fout was, zo ziet men dat hier, dat ze te veel

estijnen hadden toegelaten, die nu (Koeweit!) als vijfde colonne worden beschouwd. 'Er waren hier wat Libanese Palestijnen, maar toen die te onafhankelijk werden, heeft Zijne Majesteit het hun steeds moeilijker gemaakt visa te krijgen.'

Een hoge functionaris begint vrolijk te grijnzen als ik naar de Palestijnse afwezigheid vraag. PLO-voorzitter Arafat, tot de Golfcrisis een geziene gast in de Arabische landen, werd hier pas vorig jaar voor het eerst ontvangen, nadat hij Israels bestaan had erkend. De Palestijnse ambassade die hem is toegezegd, is er echter nog niet. 'En die zal nu zeker nog wel een jaar of vijf op zich laten wachten', denkt een Omaanse zegsman.

Onafhankelijk

Oman heeft zich in het Arabisch-Israelische conflict altijd wat gematigder opgesteld dan andere Arabische landen. Het steunde als een van de heel weinige de Egyptisch-Israelische Akkoorden van Camp David. Maar er zijn meer voorbeelden van zijn onafhankelijke opstelling. Het land is bij voorbeeld geen lid van de OPEC, de Organisatie van olieproducerende landen.

In de oorlog tussen Iran en Irak nam het een wat afstandelijker houding aan ten aanzien van Irak dan zijn buren. 'Saoedi-Arabie en Koeweit hebben zich blauw betaald om Irak af te kopen en kijk eens wat ervan is gekomen', zegt een ambtenaar. Oman deed dat niet, het onderhield ook niet onplezierige banden met Iran en probeerde wat te bemiddelen.

Ook in de huidige Golfcrisis wil het graag zijn eigen politiek bepalen. 'We staan niet toe dat het conflict ons denkvermogen kidnapt', zegt de minister van informatie. Dat wil zeggen, Oman heeft onmiddellijk en onomwonden de invasie van Koeweit veroordeeld, en het heeft militaire samenwerkingsakkoorden met de Verenigde Staten en Groot-Brittannie, die voorzien in de legering van militairen in Oman in tijd van nood, geactiveerd vandaar de RAF-militairen in het grote hotel; de Amerikanen zitten op het eiland Masira. En het steunt van ganser harte alle relevante resoluties van de Veiligheidsraad.

Maar waar het in de eerste weken na de invasie evenals de buurstaten een tamelijk oorlogszuchtige positie innam, is het daar nu voorzichtig wat van teruggekomen. De regering sluit, met zoveel woorden, oorlog niet uit, maar allerwegen hamert men nu op de verkieslijkheid van een vreedzame oplossing: die sancties zullen uiteindelijk wel werken, en misschien zijn de buren wel ten tweede male wat overhaast en overenthousiast.

Oman denkt daarbij ook aan zijn eigen belang. In een klimaat van oorlog en onzekerheid blijven de buitenlandse investeerders weg, terwijl het nu, zoals de minister van handel en industrie onderstreept, na een aanvankelijke inzinking weer heel goed gaat en een heleboel bedrijven overwegen uit de andere Golfstaten naar Oman te verhuizen. De minister voor oliezaken wijst er op zijn beurt op dat in het geval van oorlog Irak mogelijk de Koeweitse olievelden zal saboteren. In elk geval voorziet hij dat een oorlog de olieprijzen tot ongekende hoogte zal opdrijven, terwijl zijn land belang heeft bij een olieprijs van circa 20 dollar waar moet Oman met zijn olie heen als de wereld om zich heen failliet gaat?

Historisch

Omans opstelling is natuurlijk ook historisch bepaald. Het ligt in de verste uithoek van de Arabische wereld, en de blik is traditioneel naar buiten gericht, op Azie en Oost-Afrika. Oman was een zeevarende natie: in de 8ste eeuw voer een Omanier als eerste Arabische zeeman naar China en de Omaanse Leeuw van de Zee, de oceanograaf Kitab al Fawa'id, assisteerde aan het eind van de 15de eeuw de Portugees Vasco da Gama Kaap de Goede Hoop te ronden (en hielp de Portugezen op deze manier de controle over de zeehandel op het Verre Oosten aan de Omaniers te ontworstelen). In 1840, tijdens een nieuwe Omaanse bloeiperiode, arriveerde de Omanier Ahmed ibn Na'man als eerste Arabische afgezant in de Verenigde Staten. Pas in 1958 stond Oman zijn laatste buitenlandse steunpunt (Gwadar in Pakistan) af, hoewel het verval al veel eerder had ingezet. Stammentwisten waren de oorzaak daarvan en het verlies van de koopvaardijvloot bij de vroegere kolonie Zanzibar, het Oostafrikaanse eiland dat nog steeds voortleeft in de vele zwarte Omaniers. De legendarische Sindbad de Zeeman vertrok ook waarschijnlijk uit een Omaanse haven het nu vervallen Sohar hoewel die eer ook door het Iraakse Basra wordt opgeeist.

Bijna huilend zegt een hotelemploye in Salalah: 'We waren volgeboekt. We kregen directe vluchten uit Zurich stelt u eens voor: directe vluchten!' Troostend zeg ik: 'Maar jullie kregen in plaats daarvan Koeweitse gasten vluchtelingen'. Hij maakt een verachtelijk wegwerpgebaar. Van die gasten moet hij niets hebben.

In het grote hotel in Muscat is men blij dat de Koeweitse gasten ook daar weer weg zijn, op kosten van de sultan ondergebracht in woonhuizen. Geen kleine jongetjes meer die met hun spelletjes de lift permanent bezet houden, geen gegil en geren meer in de gangen, geen Chinese kindermeisjes met peuters in de coffeeshop.

Een hoge regeringsfuctionaris vraagt zich hardop af waarom de Koeweiti's eigenlijk niet hebben gevochten. 'Jullie hebben dat toch ook gedaan in de Tweede Wereldoorlog?' En al die verhalen over plundering 'ze betaalden hun huispersoneel heel slecht, misschien hebben die mensen wat meegenomen.' Koeweit heeft, samen met onder andere Saoedi-Arabie, de opstand in Dhofar betaald, herinnert een andere Omanier zich. Het is duidelijk dat Omans onafhankelijke positie niet wordt gehinderd door overgrote liefde voor deze Arabische broeders.