Matatma's goedheid; De problemen van Gandhi met seksualiteiten vaderschap

Wat ik schreef over Gandhi is mij niet overal in dank afgenomen. En toch had ik me beperkt tot wat over hem ter sprake kwam in Mother India van Katherine Mayo, en dat is nog betrekkelijk tam in vergelijking met wat later, na zijn dood bekend is geworden. Sommige boeken over Gandhi zijn in India nog steeds verboden en een ervan, My Days with Gandhi door Nirmal Kumar Rose, was zelfs bijna van de aardbodem verdwenen zoals Arthur Koestler ontdekte toen hij zich voor zijn studie over diverse vormen van Oosterse wijsheid (gepubliceerd als The Lotus and the Robot) in het leven van Gandhi wilde verdiepen: 'De aanhangers van Gandhi zijn zo grondig te werk gegaan bij het uitwissen van ieder spoor van dit schandaal, dat Rose's boek niet alleen in India, maar ook in het British Museum niet te krijgen is.' Ook The Lotus and the Robot werd kort na verschijning in India verboden.

Wat was de reden voor die geheimzinnigheid? Het antwoord, in grote lijnen, is Gandhi's opvattingen over seksualiteit.

Toen Gandhi de leeftijd van veertig bereikte besloot hij de seksualiteit voorgoed uit te bannen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor de bewoners van zijn Ashram en ook bij voorbeeld voor zijn zoons, Manilal en Harilal. Toen bleek dat Manilal op zijn 23ste een seksuele relatie had met een vrouw 'maakte Bapoe er een openbaar schandaal van, ging in vasten, dwong de vrouw zich het haar af te scheren en zei dat hij Manilal nooit toestemming zou geven te trouwen' (Louis Fischer: The Life of Mahatma Gandhi).

Manilal overleefde het maar zijn oudere broer, Harilal, stierf voortijdig, in 1948. 'Hij had de vermetelheid', schrijft Koestler, 'op zijn 18de te willen trouwen (Gandhi zelf was op zijn 13de getrouwd). Bapoe weigerde toestemming en verstootte hem; maar toen zijn vrouw stierf en hij op zijn 30ste wilde hertrouwen werd het een herhaling van hetzelfde verhaal. Daarna ging het mis met Harilal.' Hij raakte in financiele moeilijkheden door een zakenschandaal, en zijn vader weigerde hem niet alleen hulp, maar maakte hem ook nog zwart in een zalvende open brief in het tijdschrift Young India van 18 juni 1925: 'Inderdaad ben ik toevallig de vader van Harilal M. Gandhi. Als hij naar mij had willen luisteren zou hij in mijn verschillende openbare activiteiten met mij hebben samengewerkt en tegelijk op fatsoenlijke wijze de kost hebben verdiend. Maar hij verkoos een andere en eigen weg, waar hij overigens het volste recht toe had. Hij had, en heeft nog steeds, ambities. Hij wil rijk worden en dat nog het liefst zonder inspanning.'

De tragedie van Gandhi en zijn zoons doet hier en daar aan die van Multatuli en Edu denken. Maar wat mij met Multatuli lukt, lukt mij niet met Gandhi: onderscheiden tussen zijn prestaties en zijn handelingen. Maarten 't Hart heeft vaak afgedongen op Multatuli's formaat als schrijver met het argument dat zijn levenswandel immoreel was, en dat komt mij dan altijd voor als irrelevant. Maar met betrekking tot Gandhi reageer ik precies zoals Maarten. Het is waar dat Gandhi, op een andere schaal dan Multatuli, de hele wereld voortdurend lessen gaf in goedheid. Hij wist letterlijk alles beter, weigerde zijn kinderen naar school te sturen en een opleiding te geven, want hij wilde ze 'vormen naar zijn beeld'. Hij verjaagde zijn andere zoon Manilal omdat deze Harilal, toen die in moeilijkheden verkeerde, geholpen had met geld. Karakteristiek voor het licht waarin Gandhi zijn zoons, maar vooral zichzelf zag is deze zinsnede, uit die open brief van 18 juni 1925 in Young India: 'Mensen mogen goed zijn, maar dat geldt niet noodzakelijkerwijze voor hun kinderen.'

Gandhi was zo vervuld van zijn eigen voortreffelijkheid dat hij voor andere mensen en andere denkbeelden geen enkele werkelijke belangstelling had; karakteristiek is de geschiedenis van zijn ontmoeting met Marie Stopes, de voorvechtster van geboorteregeling in Engeland. Het gesprek bestond voor hem uit een monoloog; toen zij eindelijk, na veel moeite, aan het woord wist te komen viel Gandhi stil, liet haar met ijzige beleefdheid uitspreken, en vervolgde daarna zijn eigen betoog precies vanaf het punt waar hij gebleven was, zonder enig teken te geven dat hij had gehoord wat zij gezegd had.

Zoals wel vaker met mensen die de verdraagzaamheid preken was Gandhi buitengewoon intolerant aan de graat; dat gold in het bijzonder voor zijn opvatting van seks; ook onder getrouwde mensen was het volgens hem een ontoelaatbare bron van morele en fysieke verslapping. Als op zijn Ashram wonende echtparen op seks werden betrapt maakte hij schandaal en begon openbare vasten om de Ashram van de bezoedeling te reinigen. 'Hij ontwrichtte op die manier verscheidene huwelijken', schrijft Koestler, 'in een geval door een jonge vrouw te overreden de kuisheidsgelofte af te leggen terwijl haar man voor een opdracht naar elders was gestuurd.'

Wat stond er tegenover? Geen begenadigd literair talent, zoals bij Multatuli, maar wel een indrukwekkende vasthoudendheid tegenover sociaal en politiek (vooral koloniaal) onrecht, zoals het beginsel der non-cooperatie, dat ook in Nederlands-Indie navolging vond, de cultus van de eigen gesponnen kleren, geweldloosheid en burgerlijke ongehoorzaamheid. Misschien is alleen al voldoende om alles door de vingers te zien dat hij zich verzette tegen het kastenstelsel, dat op het ogenblik weer zo prominent in het nieuws is. Dat kastenstelsel is in feite niets anders dan apartheid, niet minder schandelijk, met het enige verschil dat het door de hele wereld zonder sancties of boycot aanvaard wordt.

Hoe komt dat? Ik denk ten eerste om redenen van racistische aard: geen identificatie, omdat ook de daders gekleurd zijn; en ten tweede omdat het 'religieus' is. Dat is iets waarover ik het een paar keer met Rob Nieuwenhuys aan de stok heb gehad: diverse wreedheden en vormen van uitbuiting moeten volgens hem 'begrepen' en getolereerd worden omdat ze 'diep-religieus' en 'ritueel' van aard zijn, wortelen in adat en traditie etc., etc. Maar dat doen die dingen nu eenmaal altijd. Ook het apartheidsbegrip van de Zuid-Afrikaanse Boeren wortelt in religie, alleen geldt daarvoor die tolerantie ineens niet meer. Uiteraard terecht, in mijn oog, maar dat behoort dan te gelden tegenover iedere religie die discriminatie of wreedheden veroorzaakt ook als het religies betreft die worden beleden door gekleurde en voormalig gekoloniseerde volken.

Het geldt ook voor de Gandhicultus en dat is tegelijk het verschil met Multatuli. Gandhi's onverdraagzaamheid, schreef Koestler, gold speciaal de liefde tussen man en vrouw. 'Die liefde haatte hij.' Wat je ook van Multatuli kunt zeggen, dat deed hij niet.

Arthur Koestler: De lotus en de robot. Uitg. De Arbeiderspers 1974.

Louis Fischer: The Life of Mahatma Ghandi. London 1951.

Mahatma Ghandi: The story of my experiments with truth. London 1949.