Marga Klompe en de nacht van Schmelzer

Andermaal stellen wij onszelf de vraag: Wat heeft een vooruitstrevende vrouw als Marga Klompe bewogen om in de Nacht van Schmelzer haar politieke (en persoonlijke) vriend J. M. L. Th. Cals te verloochenen?

De vraag wordt wel gesteld, maar niet beantwoord in het boek 'Het verschijnsel Schmelzer' (1973). En in de pasverschenen biografie 'Marga Klompe, een gedreven politica haar tijd vooruit' (1990) wordt de vraag niet eens gesteld, laat staan dat er een verklaring wordt gezocht. Interessant boek, daar niet van, met veel informatie over haar verhouding tot Romme, de beroemde Kus van G. K. van het Reve, haar bemoeienissen met de Bijstandswet, het aftreden van Drees en het optreden van Veldkamp. Naar de Nacht van Schmelzer het naoorlogse breekpunt tussen katholieken en sociaal-democraten zoeken wij echter tevergeefs.

Dan reikt de wetenschap ons de reddende hand. Verleden jaar promoveerde de Leidse bestuurskundige Jouke de Vries op het onderwerp 'Grondpolitiek en kabinetscrisis'. Daarin komt de Nacht van Schmelzer uitgebreid aan de orde, want de grondpolitiek heeft een rol gespeeld bij de val van zowel het vierde kabinet-Drees (1956-1958) als het kabinet-Cals/Vondeling (1965-1966) en het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Op bladzijde 173 vertelt Marga Klompe hoe Schmelzer uiteindelijk de bijl aan de wortel legde. 'Nou, toen kwam er op een gegeven moment een pauze. Toen kregen we fractie. En in die fractie legde Schmelzer een motie op tafel. Alleen hij las hem niet voor, maar ik zei, ik wil die tekst voor me, want ik heb de indruk dat het een motie van wantrouwen is. Ik zei later: Is dit besproken met de premier? Nou, nee. Nou zei ik, dan moet dat eerst gebeuren, dat lijkt me noodzakelijk. Toen zei hij, vindt de fractie dat ook? De fractie vond van niet. Dan krijg je van die psychologische reacties in zo'n club en dan ineens, jongens vooruit maar, dan is iedereen doodop, om half vier 's nachts.

Nee, daarmee is de vraag nog niet beantwoord. Maar gelukkig heeft de auteur het typoscript bewaard van het gesprek dat hij op 21 januari 1986 met mevrouw Klompe heeft gevoerd.

Dat maakt ons plotseling een stuk wijzer.

Het centrale punt van discussie was, zoals wij weten, de sterk gestegen collectieve bestedingen. Weliswaar ging het om slechts tweehonderd a driehonderd miljoen gulden, een bedrag waarom wij tegenwoordig zouden lachen, maar dat toentertijd voor de conservatieve vleugel van de KVP het bewijs was van het feit dat socialisten per definitie als verderfelijke potverteerders moesten worden beschouwd.

Eigenlijk was Marga Klompe, die overigens altijd een goede verhouding met de socialisten heeft gehad, het daar wel mee eens. 'Cals was natuurlijk geen econoom, hij had geen verstand van financien en economie'. Vandaar dat zij Cals in een vroeg stadium had geadviseerd een paar persoonlijke adviseurs te benoemen, liefst uit verschillende partijen. 'Ik heb namen genoemd, je kunt aan Van den Brink denken uit de KVP, je kunt aan Tinbergen denken uit de PvdA enz. Dat heeft hij niet gedaan.'

De regering liet daarentegen weten tot geen enkele vorm van overleg met de volksvertegenwoordiging bereid te zijn. Tot irritatie van Marga Klompe, die dit een onverantwoordelijk star standpunt vond. Op de avond die aan de Nacht vooraf ging werd zij door de partijtop verzocht even in de fractiekamer te komen. Moest de crisis worden uitgeroepen? vroegen Schmelzer en de zijnen. Nee, zei de Moeder van Altijddurende Bijstand. Maar zij gaf toe: 'Ik vind dat het kabinet zich slecht gedraagt, dit is geen manier om op deze manier op te treden, om helemaal geen ruimte te geven, niets te willen veranderen, dat is niet echt verstandig, maar ik ben tegen.'

Om vervolgens niettemin voor te stemmen, voor de motie die uiteindelijk door het kabinet Cals/Vondeling als een motie van wantrouwen zou worden geinterpreteerd. Want: 'Ik was zelf heel boos om de houding van het kabinet, die dus helemaal niet parlementair-democratisch was.' Cals, zegt zij, heeft in deze kwestie onmiskenbaar fouten gemaakt. 'Het is natuurlijk nooit leuk gevloerd te worden door je eigen partij. Maar hij had het toch gedeeltelijk aan zichzelf te wijten, hoor.'

Het moet niettemin voor Cals een grote schok zijn geweest, opperde de interviewer.

'Ja, ja', zei Marga Klompe. 'Maar het was ook een ijdele jongen, hij dacht dat hij het wel rooien zou.'

Daarmee is inmiddels het antwoord op de vraag gegeven. Marga Klompe was voor Cals en zij was niet tegen de socialisten, maar bovenal hechtte zij aan gemeen, democratisch overleg tussen regering en volksvertegenwoordiging.

En toen de regering bleef volhouden dat er een prachtige begroting was gepresenteerd, waaraan tittel noch jota mocht worden veranderd, besloot zij de zijde te kiezen van diegenen die hiermee geen genoegen namen.

Schmelzer, die eveneens door de Leidse bestuurskundige is ondervraagd, voegt aan het verhaal nog een paar, tot op heden eveneens verwaarloosde elementen, toe. Van een echte persoonlijke tegenstelling tussen de rk-premier en de rk-fractiechef was eigenlijk geen sprake, zei hij. 'Maar ja, Cals is natuurlijk wel een... hij was een hoe moet ik het noemen typisch haantje de voorste. Dat merkte je ook bij debatten. Nog voordat een vraag was afgerond sprong hij er al in om te vertellen hoe het was, een typische haantje-de-voorste-figuur.' Die bovendien twee koppen kleiner was dan over het algemeen in politics wenselijk is. 'Iemand heeft mij eens gezegd dat iemand die qua postuur heel klein is een extra behoefte heeft om zich te laten gelden. Ik heb daar zelf nooit zo bij stilgestaan, want ik ben zelf ook niet erg groot, maar Cals was nog kleiner. Daar kan wel iets inzitten... dat dat meespeelt als je dat van nature al hebt.'

Volgend jaar, in 1991 is het allemaal een kwart eeuw geleden. De Nacht van Schmelzer is en blijft een der interessantse bladzijden uit de naoorlogse parlementaire geschiedenis, waarover iemand eigenlijk eens een boek, een toneelstuk of desnoods een meeslepende operette zou moeten schrijven.