Louis is weg; De herinneringen van Jeanneke Boon

Een biografie van Louis Paul Boon hebben we nog niet, maar er is nu wel een boek van iemand die hem meer dan veertig jaar lang van dag tot dag heeft meegemaakt. Toen Boon in 1979 overleed bleef zijn vrouw Jeanneke eenzaam en met veel verdriet achter. 'Zoals Louis mij had voorspeld, heb ik inderdaad zeer veel geschreid', zegt zij aan het eind van haar boek, 'en ik heb ook verschrikkelijk veel whisky gedronken. Jo zei soms: 'Oma, ik denk dat de vaatwasmachine van ons moeder op whisky draait.'

Jo is de zoon en hij heeft het initiatief genomen om de herinneringen van Jeanneke vast te leggen. Als je leest hoe dit boek tot stand is gekomen, houd je je hart vast voor het resultaat. Drie maanden lang heeft Jeanneke haar herinneringen bij stukjes en beetjes op de band gezet. Bij het uittikken bleken ze onvolledig, chaotisch, onnauwkeurig gedateerd en vol herhalingen. Om orde te scheppen heeft Herwig Leum, een van de beste kenners van het werk van Boon, vijftig gesprekken met Jeanneke gevoerd en ten slotte alle gegevens met elkaar gecombineerd en gestileerd tot dit boek. Die riskante werkwijze had een boek kunnen opleveren waaruit de stem van de vertelster helemaal verdwenen was. Niets is minder waar. Het is een prachtig boek.

Van de eerste tot de laatste bladzijde horen we het volkomen authentieke geluid van een geboren vertelster. Dat ze goed kon vertellen was al geen geheim meer. In het Boonboek van 1972 beschreef Ben Cami hoe precies ze kon rapporteren, met intonatie en al, wat er gezegd en gedaan was. 'Effenaf plastisch', noemde hij het. Maar er is een groot verschil tussen van een ander horen hoe mooi iemand kan vertellen en het zelf meemaken, en in dit boek ben je erbij.

Een van de kenmerken van het spontaan ophalen van herinneringen is dat er geen echte grenzen meer bestaan tussen hoofdzaken en bijzaken. Alles wat Jeanneke Boon zich herinnert, is voor haar van hetzelfde belang. Een vechtpartij van het driejarige zoontje neemt in haar geheugen een even grote plaats in als Boons succes met de Leo J. Kryn-prijs. Haar boek gaat ook zeker niet uitsluitend over Boon, het gaat in de eerste plaats over haar eigen leven. Jeanneke was een zelfstandige vrouw die keihard werkte en met haar naaiwerk en winkel het gezin boven water hield in de tijd dat Boon weinig verdiende.

Haar belangstelling richtte zich in hoofdzaak op het gezin, de familie en de buurt waar ze woonden. Wat daarbuiten gebeurde heeft blijkbaar geen grote indruk nagelaten. Maar wat zich daarbinnen afspeelde interesseerde haar des te meer en dat gaf ze allemaal door aan Boon als hij 's avonds van de krant thuiskwam. Wie de 'Boontjes' kent, vindt hier de oerversie van allerlei verhalen, over het kamperen bij voorbeeld, of het metselen van een vloer.

Weduwen van beroemde mannen proberen na hun dood vaak alle rimpels glad te strijken. Jeanneke Boon doet dat allerminst. Ze is heel open over de moeilijke kanten van Boon, over zijn depressies en zijn drinken en over de agressiviteit die plotseling in hem op kon laaien. Ze vertelt dat hij haar een keer letterlijk het mes op de keel heeft gezet. 'Kom kameraad', zei ze toen, 'geef me dat mes terug of jij gaat eraan'. Ook over hun fysieke verhouding wil ze best praten. Seksueel vond ze hem 'een kalme man'; 'er is een hemelsbreed verschil tussen de fictie van zijn boeken en de werkelijkheid'. Dat hij altijd druk in de weer was met zijn Feminatheek, de enorme verzameling erotische foto's, vond ze niet erg. Ze zag daar geen graten in, zoals ze het uitdrukt. Erotiek liet haar tamelijk koud en wat vlinders in de buik zijn weet ze niet. In de jaren zestig hebben ze naar haar zeggen wilde feesten en dolle nachten meegemaakt, maar toch altijd in het nette. Als het er naar uitziet dat een feest op een orgie gaat uitlopen, zegt ze zonder verder commentaar: 'Louis en ik zijn dan naar huis gegaan.'

Jeannekes boek is alles tegelijk: zakelijk en gevoelig, vrolijk en triest. Klagen doet ze nooit, en misschien maakt juist daarom de laatste regel zo'n grote indruk: 'Louis is weg, ik heb geen auto meer, ik ben een borst kwijt en mijn zicht gaat steeds meer achteruit. Soms zie ik het echt niet meer zitten.'