Late moed

IN ZIJN MILJOENENNOTA van anderhalve maand geleden sprak minister Kok van financien over 'ruwer vaarwater'. Afgelopen woensdag had hij het tijdens een toespraak voor de Nationale Investeringsbank in Scheveningen over 'guurder weer'. Op het eerste gezicht lijkt er in de toonzetting dus niet zoveel veranderd. Of toch? Het grote verschil tussen nu en Prinsjesdag is dat ook het kabinet er langzaam maar zeker van overtuigd raakt dat wat toen nog het zwarte scenario heette, wel eens het meest waarschijnlijke scenario zou kunnen worden. De slagen om de arm die op de Derde Dinsdag werden gehanteerd ('hoewel onze economie een stootje kan hebben, moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat') zijn veranderd in een sombere boodschap: het kabinet staat voor een 'zeer ingrijpende operatie' waarbij het 'incasseringsvermogen van de Nederlandse bevolking zeer op de proef zal worden gesteld'.

Vandaar dat nu van de zijde van de minister-president en de minister van financien ook geen badinerende opmerkingen meer zijn te noteren over de waarschuwende woorden van bankpresident Duisenberg. Integendeel, samen bereiden zij de samenleving voor op de moeilijke jaren die ons wachten. De geesten worden rijp gemaakt voor forse ingrepen. Dat doet enigszins vreemd aan, want het leek er de afgelopen weken op dat alleen het kabinet zelf daarvan nog moest worden overtuigd. Was immers niet het punt van kritiek op de Miljoenennota, bijvoorbeeld van de Raad van State, dat het kabinet zijn ogen sloot voor de dreigende economische tegenwind?

ZOWEL LUBBERS als Kok, de politieke leiders van de coalitie, is nu op gelijke wijze doordrongen van de ernst van de situatie. Het lijkt een vanzelfsprekendheid, maar in een nabij verleden is dat anders geweest. Discussies over ombuigingen werden verlamd, doordat het kabinet het niet eens kon worden. Een gemeenschappelijk vertrekpunt maakt het debat over de te nemen maatregelen alvast een stuk gemakkelijker.

Kok heeft in zijn Scheveningse rede een aantal interessante voorzetten gegeven. Hij wil zich niet beperken tot een kwantitatieve aanpak, maar tevens het kwalitatieve aspect van de te nemen maatregelen erbij betrekken. De begroting moet weliswaar conform de afspraken in het regeerakkoord kloppend worden gemaakt, maar dan wel op basis van rechtvaardigheid, effectiviteit en gestrengheid. Daarnaast wijst hij op de gezien de internationale concurrentie beperkte speelruimte van Nederland om de belastingen te verhogen.

DE REDE van Kok mag in eerste instantie worden beschouwd als geadresseerd aan zijn eigen achterban: de lonen moeten worden gematigd en er zal flink moeten worden bezuinigd, want voor lastenverhoging zijn de mogelijkheden uiterst beperkt. Daartegenover stelt hij een effectievere overheid en tegengaan van oneigenlijke benutting van belastingaftrek en van uitkeringen. In zijn toespraak had Kok het over een 'baaierd van beleidsterreinen en uitgavencategorieen'. Daarin schuilt het gevaar. De tussenbalans dreigt een zodanig breed stuk te worden dat concrete maatregelen erin zoek raken. Maar verder uitstel kan het kabinet zich niet permitteren. Kok heeft een moedige rede gehouden, moed die al in de Miljoenennota had moeten worden getoond.