Iraakse 'gasten' in gifgasfabriek

AMSTERDAM, 2 nov. Een van de mooiste troefkaarten van president Saddam Hussein in zijn heroische strijd 'tegen het imperialisme en het zionisme' zijn de circa vierduizend Westerse gijzelaars in Irak. Conform het klassieke principe van de gijzelhouder is hij afwisselend hun beul en hun kerstman, de man die hen met de vreselijkste dingen bedreigt en vervolgens voor hun belangen opkomt.

Hun gedwongen verblijf in Irak als 'gasten' is van levensbelang voor Saddam omdat hij daarmee tijd kan rekken en zijn vijanden uit elkaar kan spelen. Veel regeringen zullen zich immers tweemaal bedenken om een oorlog tegen Irak toe te juichen, terwijl hun landgenoten daardoor vrijwel zeker ernstig gevaar lopen. Bovendien heeft het eindeloze gepraat van de zo bonte anti-Saddam-coalitie over diplomatieke oplossingen in plaats van oorlog zowel de 'gasten' als hun naaste verwanten en vrienden psychologisch murw gemaakt. Zij zijn, geheel volgens de opzet van Saddam, een niet te versmaden anti-oorlogslobby geworden, naarmate het tijdstip om oorlog tegen Saddam te voeren steeds verder naar de toekomst wordt verschoven. In deze strategie past de uitnodiging aan de families van de 'gasten' om de Kerst samen met hun gevangen gehouden familieleden in Irak te vieren.

De gijzelaars zijn in diverse categorieen ingedeeld, waarbij voor een goede of slechte behandeling de afstamming, de religie en de nationaliteit de belangrijkste graadmeters zijn. Wie van oorsprong Arabier is en ook nog moslim, heeft de beste kansen op een goede behandeling, zelfs vrijlating. Ook maken de Irakezen een scherp onderscheid tussen 'goede' en 'foute' nationaliteiten. Vandaar, dat de Amerikanen en Britten het slechtst worden behandeld; hun regeringen zijn immers het gevaarlijkst.

Dan is er nog de zeer speciale categorie door de Iraakse autoriteiten afwisselend betiteld als de 'speciale gasten', of de 'vredespatriotten'. Voor deze extra slechte behandeling zijn Amerikanen, Britten, Duitsers en Japanners uitgekozen ongeveer 500 mensen. Zij worden naar nu is gebleken heen en weer gesleept naar gifgasfabrieken, petrochemische fabrieken en raketinstallaties. Na een paar nachten worden zij weer naar een andere strategische plek afgevoerd. Zij krijgen steeds minder eten. Zij worden in afgesloten ruimten onder zeer slechte hygienische omstandigheden vastgehouden en vaak ook fysiek bedreigd. De brieven, kaarten en foto's, die hun naasten hun sturen, worden evenals de Rode Kruispakketten met voedsel, medicijnen, speelkaarten en extra vitamines systematisch in beslag genomen. Daarentegen worden hun brieven, waarin zij klagen over hun isolement en hun wanhopige situatie wel doorgestuurd wat op het thuisfront het door Bagdad gewenste effect verschaft.

Naar het voorbeeld van de ontvoerders in Libanon zijn ook de Iraakse autoriteiten erop bedacht om het totaal aantal gijzelaars niet al te zeer te verminderen. Zo mocht de Britse ex-premier Edward Heath vorige week na langdurige onderhandelingen 40 Britse gijzelaars mee naar huis nemen. Maar het resultaat was dat de Irakezen in Koeweit op mensenjacht gingen, 26 Britten gevangen namen en twee Koeweiti's die hen hadden geholpen doodschoten. 'De Irakezen hebben er een hekel aan als hun voorraad vermindert', zegt ter verklaring een goed ingevoerde waarnemer.

De door Irak zo gewenste vrede wordt niet alleen zeer gediend door de gedwongen 'gasten', maar ook door de 'vredesdelegaties' die naar Bagdad komen. Voordat zij ter plaatse arriveren, hebben zij al duidelijk gemaakt dat zij het oneens zijn met de oorlogsoptie van het Westen. Zij allen klagen dat hun regeringen te weinig doen aan diplomatie. En zij pleiten allemaal voor beter begrip voor de Iraakse verlangens, wat betreft Koeweit en de Palestijnse kwestie. Daarvoor worden zij beloond: soms met meer, soms met minder of geen gijzelaars, al naar gelang hun status in eigen land.

Naarmate de 'vredesafgezant' meer bekendheid geniet, krijgt hij meer gijzelaars mee, zoals bleek uit de reizen van de Oostenrijkse president Kurt Waldheim, die in de Arabische wereld groot aanzien geniet wegens zijn verleden, en de Amerikaanse dominee Jesse Jackson die zich in de VS inzet voor meer begrip voor de Arabische zaak.

De vrijlating van alle Franse gijzelaars (volgens Irak als beloning voor de door Parijs zo heftig ontkende vredelievende opstelling van de Franse regering) was de meest briljante zet die Saddam kon doen. Daarmee opende hij definitief de deur voor andere voormalige staatslieden en vredesstichters die tot dan de toorn van hun regeringen vreesden. Volgens de Franse regering is het absoluut niet waar dat de voormalige minister van buitenlandse zaken Claude Cheysson tijdens een uitstapje naar Tunis in het geheim de Iraakse minister van buitenlandse zaken Tareq Aziz ontmoette en 'zaken met hem deed'. Maar die ontkenning heeft, zoals nu blijkt, anderen geenszins overtuigd of ontmoedigd om zijn voorbeeld te volgen.

De gijzelaarsstrategie van Saddam werkt perfect. Elke week dat de oorlog uitblijft, komen de gijzelaars meer in het nieuws waardoor de anti-Saddam-alliantie afbrokkelt. De Westerse regeringen hadden zich aanvankelijk voorgenomen het thema van de gijzelaars zoveel mogelijk onbesproken te laten. Maar nu worden zij door de feiten ingehaald.

Afgelopen weekeinde beloofden de regeringsleiders van de Europese Gemeenschap elkaar nog plechtig dat zij geen afzonderlijke onderhandelingen met Irak zouden voeren over hun gegijzelde landgenoten. Onmiddellijk daarna bleek echter de Duitse bondskanselier Helmut Kohl zijn eerdere bezwaren te hebben ingeslikt tegen een prive-vredesmissie naar Bagdad van oud-bondskanselier Willy Brandt. Deze gaat nu zeer waarschijnlijk samen met de Belg Willy de Clerq een gesprek met Saddam Hussein beginnen. Ook de Japanse oud-premier Yasuhiro Nakasone gaat naar Bagdad.

De Iraakse president loopt met zijn gijzelaarsspel wel het risico dat het geduld van Bush en Thatcher eerder uitgeput raakt dan hij dacht. Als de gijzelaars een te grote belasting zullen vormen voor hun politieke beslissingen, zullen zij des te eerder de oorlog beginnen. De oorlog die de 'gasten' hadden moeten verhinderen.