Ik benij de koeien; Gesprek met Kristien Hemmerechts

De Vlaamse schrijfster Kristien Hemmerechts is de tweede vrouw aan wie de driejaarlijkse Belgische Staatsprijs voor proza wordt toegekend. Toch vindt zij dat vrouwen nog steeds zijn ondervertegenwoordigd in de Vlaamse literatuur. 'Op de televisie, in de literatuur, in de prostitutie, overal gaat het altijd om mannelijke fantasieen. Het is alsof alleen hun erotische en seksuele ervaringen ertoe doen.'

Aan het eind van het gesprek zegt ze: 'Ik ben Nederlandstalig opgegroeid, zet dat er maar bij. Als Nederlanders horen dat je in Brussel bent geboren en daar hebt gewoond, gaan ze er automatisch van uit dat je Frans bent. Zoiets is kenmerkend voor hun onwetendheid over Belgie. Het valt me altijd op hoe weinig belangstelling ze hebben voor Vlaanderen, ik vind dat arrogant en ergerlijk, want Nederland en Vlaanderen zijn voor mij cultureel gesproken een gebied.' Om die reden en omdat Amsterdam de 'culturele hoofdstad' van dit gebied is, beschouwt ze het dan ook als vanzelfsprekend dat ze van de Vlaamse uitgeverij Houtekiet is overgestapt naar De Arbeiderspers. Haar publiek is niet speciaal Vlaams.

Het is niet de eerste keer dat Kristien Hemmerechts (35) met boze ogen fel reageert. Ze windt zich op en laat dat merken. Een paar jaar geleden gaf ze in het openbaar blijk van haar opwinding toen ze in het tijdschrift De Brakke Hond flink uithaalde naar het nieuwe Vlaamse talent dat in de bundel Mooie jonge goden was verzameld. Alle daarin opgenomen schrijvers waren mannen; Hemmerechts beschuldigde hen ervan met hun fallus te schrijven in plaats van met een pen.

Haar stellingname, bedoeld om aan te tonen hoezeer de literatuur een mannelijke aangelegenheid is en ontoegankelijk voor vrouwelijke auteurs, lijkt inmiddels wat aan kracht te hebben ingeboet: na Monica van Paemel in 1987 is Hemmerechts nu de tweede vrouw aan wie de driejaarlijkse Staatsprijs voor proza is toegekend. Zij ontvangt de prijs, waaraan een bedrag van 200.000 Bfr. is verbonden, voor haar verhalenbundels Weerberichten en 's Nachts en haar vorig jaar verschenen roman Brede heupen. Zou er wellicht toch iets aan het veranderen zijn in de Vlaamse letteren?

Kristien Hemmerechts haalt aarzelend haar schouders op: 'Misschien wel, maar procentueel is het nog altijd een beperkt aantal vrouwen dat aandacht krijgt: Rita Demeester, Patricia de Martelaere, Monica van Paemel en Brigitte Raskin natuurlijk. Literaire tijdschriften waarin geen vrouwen staan en die geen vrouwelijke redacteuren hebben, zijn nog altijd niet ongewoon. Een exclusief vrouwelijk tijdschrift zou men daarentegen een merkwaardig gegeven vinden. Er zou, bij wijze van boutade, een prijs voor mannen moeten komen, zoals je voor vrouwen de Anna Bijns prijs hebt.'

Scheef

Het is een sombere herfstdag in Berchem. We zitten in de voorkamer van het hoge, donkere huis dat dateert uit het begin van deze eeuw. Het begint zachtjes te regenen. Er rijdt een tram voorbij. Kristien Hemmerechts haalt een bijlage van De Morgen tevoorschijn om de scheve verhoudingen tussen mannen en vrouwen te illustreren. Ze wijst op een interview in de krant met vier literaire uitgevers in Vlaanderen: vier mannen. Daarna komen 26 medewerkers aan het woord die hun literaire top drie presenteren; slechts twee van hen zijn vrouwen een van de twee heeft kinderboeken op haar lijstje gezet. 'Heel typerend' vindt Hemmerechts dat.

'Er is een grote gelatenheid over me gekomen', zegt ze. 'De vraag of ik feministisch ben maakt me moe, want bij veel mensen werkt het als een rode lap op een stier. Er zijn zo veel vooroordelen tegen het feminisme, bovendien wenst iedereen te horen dat je over het verleden praat als je zegt dat vrouwen weinig aan bod komen. De reactie is: zeur niet, kijk naar jezelf, iedereen heeft nu toch gelijke kansen? Maar dat is onzin: onze maatschappij wordt nog steeds op politiek, cultureel en economisch gebied door mannen gemaakt dat wordt als de normale toestand ervaren en die wil men behouden. Het is heel complex dat uit te leggen en ik breng er vaak de energie niet meer voor op. Maar begrijp me goed: ik sta nog steeds voor honderd procent achter het stukje in De Brakke Hond. Op de televisie, in de literatuur, in de prostitutie, overal gaat het altijd om mannelijke fantasieen. Het is alsof alleen hun erotische en seksuele ervaringen ertoe doen.'

Intuitie

De vier boeken die Kristien Hemmerechts op haar naam heeft staan, zouden typische vrouwenboeken genoemd kunnen worden. De vrouwelijke hoofdpersonen zijn of zwanger, of net moeder geworden of hebben een abortus achter de rug. Hun relatie met mannen en vaak ook meer in het algemeen met mensen in hun omgeving, is moeizaam en niet van blijvende aard. De vrouwenfiguren lopen rond met geheimen, ze zijn niet in staat over hun ervaringen en gevoelens te praten. Het waarom van hun handelingen blijft dikwijls raadselachtig, wat bijdraagt aan de enigszins bevreemdende sfeer in haar werk.

Hemmerechts: 'Wanneer ik schrijf denk ik niet aan een interpretatie en ook niet aan het mens- of wereldbeeld dat erin wordt verwoord. Ik vaar sterk op mijn intuitie. Ik vind dat mijn personages niet feministisch zijn, in de zin dat ze een rolmodel neerzetten. Je kunt geen voorbeeld aan mijn vrouwen nemen. Ik denk dat hun problemen ontstaan uit een conflict over bepaalde verwachtingen: ze hebben een vast idee over hoe vrouwen leven en daar kunnen ze zich niet mee verenigen. In Brede heupen is de hoofdpersoon een secretaresse: ze vertegenwoordigt het beeld van de goed verzorgde vrouw, gecombineerd met het beeld van de moeder en ook zij kan zich daar uiteindelijk niet mee identificeren.

'De gecompliceerde verhouding die de personen met hun gezin hebben, wordt veroorzaakt doordat de gezinsgroep kleiner is dan vroeger. In het verleden hadden baby's in gegoede kringen nogal eens een min; als ze ouder werden gingen de kinderen naar een kostschool. Nu dat niet meer gebeurt en de familiebanden minder los zijn, verwacht men meer van elkaar, maar dat eindigt vaak in een desillusie. Hoeveel mensen hebben niet problemen met hun vader of moeder, ook al zijn ze al lang uit het ouderlijk huis. De meeste levens blijken vol frustraties en knopen. Soms, als ik ergens ga voorlezen, voel ik me gegeneerd dat ik over al die mensen zoveel droefenis kom uitstorten. Maar het kan ook zijn dat het als een soort katharsis werkt. En ach, misschien valt het ook wel mee: als ik Nothing natural van Jenny Diski lees, vind ik mijn boeken zelfs nogal rooskleurig.

'Wat me boeit is de tegenstelling tussen de oppervlakte en de chaos daaronder. De manier waarop het leven van de meeste mensen is georganiseerd: boodschappen doen, koken, op bezoek gaan bij vrienden, feestjes; kortom, de illusie van een gestructureerde wereld tegenover de onvrede, de verbittering en de onbevredigde verlangens. In mijn volgende roman, die in februari verschijnt, heb ik letterlijk amputatie als een van de centrale beelden gekozen. Ik heb het idee dat iedereen geamputeerd is, dat er iets is weggesneden. Als ik koeien zie in een wei, denk ik: zij zijn koe, zij zijn. Ze hebben genoeg aan zichzelf en ik benijd ze daar om. Mensen worden gedreven door onrust. Bij ons gaat het altijd om willen en hebben. Dat niet te stillen gemis is in sterke mate een ziekte van deze tijd. Wij leven op een vulkaan en die is op het moment zeer explosief. De orde van het gemoedelijk kabbelende leven is heel fragiel, maar wordt zowel individueel als collectief in stand gehouden, terwijl we allemaal weten dat er de meest vreselijke dingen gebeuren.'

Gezeur

Kristien Hemmerechts gelooft niet in de vooruitgang: 'Het is misschien waar dat de geprivilegieerde groep in bepaalde landen groter is geworden, maar het is absurd te denken dat we zo beschaafd zijn. Ik heb meer en meer het gevoel van het tijdelijke, vergankelijke van alles en ik begrijp dan ook niet goed hoe je het nieuws kunt volgen en de kranten kunt lezen zonder daar somber van te worden. Het is toch krankzinnig dat iemand blij zou zijn omdat we in 1990 leven?'

Toch zegt Kristien Hemmerechts niet de behoefte te hebben 'welke boodschap dan ook' mee te delen. En hoe weinig haar boeken ook tot vrolijkheid noden, een moraliserende boodschap dragen ze niet uit. Integendeel: door de zakelijke, sobere stijl is het of de schrijfster enige distantie tot de personages bewaart. 'Als ik zelf lees, wens ik in een boek niet een levensles te vinden. Het overkomt me regelmatig dat het me geen moer kan schelen wat er in een boek staat. Ik vind het de morele verplichting van een auteur al het gelul, gezeur en gezeik eruit te laten.

'Als je schrijft moet je er rekening mee houden dat je veel van de lezers vraagt. Dus het minste wat je kunt doen is goed lopende zinnen schrijven, zodat een boek overtuigend en geloofwaardig wordt. Het is niet zo evident wat een goed boek is, maar wat ik belangrijk vind is het ritme. Dat ritme krijg je door veel schaven en schrappen. Ik vind het een uitdaging het ritme te pakken te krijgen waardoor je een boek in een ruk uitleest. Het klinkt nogal pretentieus, maar ik heb nog nooit van iemand gehoord dat hij een boek van mij niet heeft uitgelezen. Het gebeurt natuurlijk dat mensen zich afzetten tegen de levensvisie, de wereldvisie of de seksvisie, maar er is geen verzet tegen de stijl.

'Ik wil de lezers bij hun nekvel grijpen en zorgen dat ze luisteren. Even moeten ze geloven dat de personages echter zijn dan de mensen om hen heen. Het gaat daarbij om the willing suspension of disbelieve, zoals Coleridge heeft gezegd. De lezer moet in het verhaal geloven en meegesleept worden een aspect dat weinig aan bod komt in gesprekken over literatuur. Iedereen praat altijd over de thematiek van een boek, alsof dat iets zegt. Het gaat toch bijna altijd over liefde, onvervulde verlangens, angst voor de dood en voor ouderdom, over eenzaamheid en treurnis neem dat eens weg en er blijft niets over.'