Heel Italie in houdgreep van pax mafioso

ROME, 2 nov. Alleen met Sicilianen lukt het nooit, dacht Alessandro Rovetta, een van de drie eigenaars van een grote staalfabriek in Catania. Daarom had hij de hulp ingeroepen van twee bedrijven uit Brescia, uit het noorden van Italie, voor een herstructureringsplan. En hun adviseurs kwamen al snel tot de conclusie dat daarbij de mafia buiten de deur moest worden gewerkt.

Maar de mafia laat zich niet zo makkelijk buitensluiten. Woensdagavond stonden de moordenaars te wachten op het verlaten industrieterrein van Catania. De 37-jarige Rovetta en zijn hoofd personeelszaken, de 52-jarige Francesco Vechio, werden doorzeefd met een regen van kogels.

Vechio had al eerder drie kogels op zijn autostoel gevonden, als een waarschuwing. De staalfabriek Megara had 12 miljard lire, bijna twintig miljoen gulden, uitgetrokken voor de herstructurering: heel het bedrijf zou worden verbouwd. In twee jaar dreigden de kosten te vervijfvoudigen, en de onderzoekers uit Brescia ontdekten al snel dat de schuld lag bij mafiose onderaannemers, die daarom allemaal buiten de deur gewerkt werden.

De staalfabriek, de grootste van Sicilie, had nooit beschermingsgeld aan de mafia betaald en daagde haar nu openlijk uit. Het was daarmee een van de weinige bedrijven die de mafia durfden te trotseren, misschien omdat ook de oprichters (onder wie de vader van de vermoorde Rovetta) uit Brescia kwamen.

'Hier heb je geen tijd om ondernemer te zijn, we moeten voortdurend aan de misdaad denken', zei Antonio Mauri, voorzitter van de plaatselijke associatie van industrielen. Hij vertelde dat het beschermingsgeld dat de mafia aan bedrijven vraagt, kan oplopen tot 800 miljoen lire, ruim 1,2 miljoen gulden.

Mauri is een van de industrielen uit het noorden die in de jaren vijftig naar Catania trokken, aangetrokken door de plannen om hier het grootste industriegebied van het zuiden op te zetten. De voortdurende strijd tegen de mafia maakt dat een bijzonder onzeker bestaan: toen vijf Italiaanse journalisten na de moord op Rovetta en Vechio bij hem aanbelden voor een vraaggesprek maakte hij eerst voor alle zekerheid zijn vier Duitse herders los omdat hij niet wist of dat groepje ongeregeld wel goed volk was.

'De mafia probeert van alles om zich meester te maken van de bedrijven', zei Mauri toen de honden weer vast zaten. 'Zij biedt zelfs geld aan tegen een zeer lage rente, of soms zelfs zonder rente, juist om een afhankelijkheidsrelatie te scheppen. En velen bezwijken voor de verleiding en worden zo oneerlijke concurrenten.'

Mauri vertelde dat de mafia niet alleen aanklopt voor de pizzo, het beschermingsgeld, maar ook met nadruk aanbiedt om mensen en materiaal te leveren. Het vuile mafiageld wordt vaak gebruikt om nieuwe bedrijven op te zetten of om bepaalde diensten tegen een zeer concurrerende prijs aan te bieden.

'We zitten hier midden tussen de mensen die de ene dag nog polohemden verkochten in een stalletje op straat en de volgende dag ondernemers zijn geworden of grote zaken hebben geopend', zei Mauri.

Overal op Sicilie hebben grote en kleine bedrijven last van de mafia. De aandacht voor de grote industrieen is nog betrekkelijk nieuw, maar het beschermingsgeld voor winkels is een oude traditie en is op een soort verplichte volksverzekering gaan lijken. Uit een recent onderzoek van de Kamer van Koophandel in Catania blijkt dat 22.000 winkeliers, negentig procent van het totaal, de pizzo betalen om zeker te zijn van de pax mafioso.

In Palermo heeft een vereniging van winkeliers een telefoonnummer opengesteld voor anonieme aanklachten tegen de mafia. Een winkelier uit de Via Ruggero Settimo, de meest sjieke straat van een arme stad waar genoeg zwart geld in omloop is voor dure dingen, vertelde dat hij per etalage ruim 1.500 gulden per maand kwijt is aan beschermingsgeld. Een ander vertelde dat hij 150 gulden per maand per raam moest betalen aan een glazenwasser die hem dringend had geadviseerd van zijn diensten gebruik te maken.

Constantin Garrafa, de voorzitter van deze vereniging van Palermitaanse winkeliers, zei dat de helft van de winsten naar de mafia gaat. 'Het is een enorm chantagenetwerk', zei Garrafa. En dat de pizzo geen Zuiditaliaans fenomeen is blijkt uit aanklachten van Milanese winkeliers dat zij beschermingsgeld moeten betalen. Het recente schandaal over de infiltratie van mafiosi in het gemeentehuis van Milaan laat zien dat de georganiseerde misdaad in heel Italie actief is.

Deze voorbeelden tonen dat afpersing en smeergeld voor de mafia nog steeds essentiele bronnen van inkomsten zijn, de belangrijkste na de drugshandel. Het financiele maandblad Uomini en business heeft becijferd dat deze twee posten samen bijna twintig procent van de mafia-inkomsten uitmaken.

De invloed van de mafia op de economie, of het nu om grote beursfondsen of kleine winkels gaat, is lang onderschat, schrijft het blad. De mafia 'werd beschouwd als een wereld op zich, geisoleerd, met haar rites en haar moorden, zonder veel banden met de rest van de samenleving.'

De cijfers tonen aan dat dit een grote misvatting is. In 1985 heeft het staatsonderzoeksbureau Censis uitgerekend dat de omzet van de georganiseerde misdaad op 100.000 miljard lire per jaar lag, ongeveer 155 miljard gulden. Uomini en business heeft de cijfers bijgewerkt en komt op een omzet van 190.000 miljard lire, bijna 300 miljard gulden. Dat is vier keer zoveel als de omzet van Fiat en bijna twintig procent van het bruto nationaal produkt van Italie. En hiermee wordt de verzameling mafiosi, camorristi en wie er verder nog deel uitmaakt van de georganiseerde misdaad in Italie, de belangrijkste bond van ondernemers.