Filmkeuring niet in staat tot oordelen over Sneeuwwitje

Toen ik een jaar of zeven was, zag ik Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Tot op de dag van vandaag geldt die film als een van de mooiste produkties uit de studio's van Walt Disney, maar als mijn moeder in die tijd lid was geweest van de Nederlandse Filmkeuring dan had ze onverwijld om revisie van het keuringsrapport gevraagd. Hemel en aarde zou ze bewogen hebben om te zorgen dat de kwalificatie 'Alle Leeftijden' zou worden geschrapt: het lijkt zo onschuldig, die tekenfilm over dat bekende sprookje, maar haar dochtertje raakte door de dood van Sneeuwwitje overstuur van verdriet en angst voor de boze koningin zorgde een week later nog voor nachtmerries. Leden van de Filmkeuring worden aangenomen op basis van deskundigheid op het gebied van jeugd en film. Had ze gesolliciteerd, dan had mijn moeder een goede kans gemaakt, want ouderschap waarborgt die deskundigheid volgens de selectie-criteria.

De beleving van een film is een volslagen subjectieve zaak, die samenhangt met karakter, smaak, humeur, met recente gebeurtenissen, met film-kijkervaring en met al dan niet verborgen trauma's. Dat geldt zowel voor de individuele kijker als voor de veertig leden van de Nederlandse Filmkeuring en het gaat altijd op, of er nu naar splatter-horror wordt gekeken of een drama over een weggelopen geliefde.

Wetswijziging

Als de bezuinigingsplannen van het Ministerie van WVC doorgaan en een Kamermeerderheid instemt met een wetswijziging, dan zullen smaak, ervaring en trauma's van die veertig filmkeurders met ingang van 1 januari 1993 niet meer uitmaken welke films door wie mogen worden gezien. Krijgt de heer C. Crans, secretaris-directeur van het bureau Nederlandse Filmkeuring, zijn zin, dan wordt de wet ook gewijzigd, maar de andere kant op: Crans denkt aan uitbreiding. Zijn plan is dat in de toekomst niet alleen bioscoopfilms ter keuring kunnen worden aangeboden in een plicht daartoe wordt niet voorzien maar ook films uit de videotheek. Of in dat geval niet-gekeurde video-tapes, net als nu niet-gekeurde films, automatisch alleen aan personen boven de zestien jaar mogen worden verhuurd of verkocht, is evenmin duidelijk als de controle op naleving van de kwalificaties.

Zal de videotheek-employe gezagsgetrouwer zijn dan zijn collega's in de filmtheaters? Navraag bij bioscoopeigenaren leert dat nauwelijks erop wordt toegezien dat een film 'voor 12' dat wil zeggen een film die wat explicieter is in het tonen van seksualiteit inderdaad niet word bezocht door kinderen van elf jaar. De enigen die opletten zijn de portiers van porno-bioscopen: is iemand duidelijk jonger dan achttien jaar, loopt hij de kans te worden weggestuurd, eenvoudig omdat de ervaring leert dat te jong publiek volwassen kijkers vaak stoort bij zulke voorstellingen. Maar de kwalificatie '18' heeft niets te maken met de Filmkeuring. Die geven de distributeurs zelf aan hun niet-gekeurde films, ter promotie.

Alcoholische dranken mogen niet worden verkocht aan personen ondere de zestien jaar. Dat is een begrijpelijke maatregel. Alcohol is aantoonbaar slecht voor groei en het schaadt de gezondheid. Aan een eventueel schadelijk effect van films heeft men vele studies gewijd, maar het is nooit gelukt dat wetenschappelijk vast te stellen. Je vraagt je af waarop de leden van de Filmkeuring hun angst baseren, als ze het hebben over de noodzaak tot protest tegen 'griezeligheden op het filmdoek' (Ethel Portnoy, inmiddels afgetreden lid van de keuringscommissie, in NRC Handelsblad, 3 december 1987), of wanneer secretaris-generaal Crans in 'Hollywoord Boulevard', het filmprogramma van de TROS, waarschuwt tegen 'de meest gemene films' in de videotheken die er, voegde hij toe, 'veel meer zijn dan je misschien weet'.

Horror en porno

Hoe weet hij wat ik misschien weet? Ik weet genoeg. Ik weet dat er vergaande horror-films bestaan over uit elkaar spattende, levende lijken en thrillers die wellustig de acties verbeelden van sadistische seriemoordenaars. Ik weet dat er in de videotheek seksfilms kunnen worden gehuurd waarvan alleen al de gedachte eraan me doet blozen. Ik weet ook dat kinderen recht hebben op de slechte smaak, die hoort bij het ontwikkelen van een eigen volwassen onderscheidingsvermogen. Kinderen kun je waarschuwen en begeleiden, maar verbieden is onzin.

Ik ben inmiddels zelf moeder en dus bevoegd tot filmkeuring. Als mijn dochtertje zeven, is mag ze niet naar Sneeuwwitje en de zeven dwergen. Wel naar Bambi, want die deed mij indertijd niets.

Scene uit Walt Disney's film Bambi (1942)