Eerste of derde persoon?

Er was eens iemand die van zichzelf beweerde dat hij zich nog nooit vergist had. Ja, toch een keer: dat was toen hij dacht dat hij zich vergist had, maar bleek dat dit niet zo was. Aan deze anekdote, die ik eens een gereformeerde predikant van de kansel heb horen vertellen, moest ik denken nadat niet minder dan zes lezers mij waren komen verzekeren dat ik mij niet vergist had.

Wat is het geval? Ik had deze zin geciteerd: 'Ik ben een van de duizenden burgers die wordt opgepakt.' Daarbij had ik de volgende opmerking gemaakt: 'Waar slaat dat wordt op? Niet op ik, want dan zou het zijn: word. Ook niet op burgers, want dan zou het zijn worden.'

In mijn stuk van 9 oktober haalde ik een lezer aan die het er wel mee eens was dat het worden moet zijn, maar vond dat degeen die ten onrechte denkt dat het wordt moet zijn, toch meer gelijk heeft dan degeen die word zou schrijven. Immers, 'het betrekkelijk voornaamwoord die is het onderwerp en zorgt voor een derde persoon in de bijzin'.

Dit nu bestrijden mijn zes lezers. Een haalt zelfs de bijbel aan: 'Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis geleid heb' (Exodus 20: 2). En: 'Ik, de HERE, uw God, ben een naijverig God, die de ongerechtigheid der vaderen bezoek aan de kinderen... ' (Exodus 20: 5).

Een taalkundig nog gezaghebbender bron is de Algemene Nederlandse Spraakkunst (ANS), die zegt: 'Als een betrekkelijk voornaamwoord in de betrekkelijke bijzin als onderwerp fungeert, congrueert de persoonsvorm daarvan in persoon en getal met het antecedent', en als voorbeeld, onder andere, geeft: 'Ik, die hier veertig jaar gewerkt heb, word waarschijnlijk ook nog ontslagen'.

Overigens heb ik, toen ik op 9 oktober die lezer citeerde die met mij van mening verschilde, dit zonder commentaar gedaan, dus niet erkend dat ik, door word in plaats van wordt te schrijven, mij vergist had. Ik liet de zaak open. De anekdote in de aanhef gaat dus niet helemaal op. Doch dit terzijde. Nu de oogst van de vorige maand.

'Heel veel tuinen liggen achter een bewaakte poort en krijg je nooit te zien.' Hetzelfde woord (tuinen) zowel als onderwerp als lijdend voorwerp gebruikt. ..dan begint de haas langzaam van mij weg te lopen, niet nadat hij nog eens aandachtig aan de grond heeft geroken.' Dus de haas loopt weg voordat hij aan de grond heeft geroken. Dat kan, maar waarschijnlijk was bedoeld: niet dan nadat of, gewoon nadat.

'Rijk geillustreerd en prettig leesbaar geschreven, kan men er veel aardige bijzonderheden in vinden.' Is men rijk geillustreerd en prettig leesbaar geschreven? Waarschijnlijk niet, maar het staat er wel.

'Gebaseerd op bronnenonderzoek heeft hij een gedegen beschrijving van B.'s levensloop geschreven.' Is hij gebaseerd? Nee, maar het staat er wel. 'Zich baserend op bronnenonderzoek, heeft hij... ' zou beter zijn geweest. (Een beschrijving schrijven is ook niet mooi.)

'De tradities van de adel, de boeren en de intelligentia waren meedogenloos de kop ingedrukt.' Waren die tradities ingedrukt of was hun de kop ingedrukt?

'Enfin, redenen genoeg voor Bolkestein en zijn liberale vrinden om waakzaam te blijven, vermits hij in staat is enig tegenwicht aan de brede CDA/PvdA-coalitie te bieden.' Logischer wordt deze zin wanneer we mits, in plaats van vermits (= aangezien), lezen.

Uit de Troonrede: 'De Europees-politieke samenwerking krijgt steeds meer gestalte. Van daaruit probeert Nederland samen met andere lidstaten ontwikkelingen buiten de Europese Gemeenschap zo goed mogelijk te steunen'. Zomaar ontwikkelingen? Dus ook ongunstige?

'Het samengaan van liberalistisch kapitalisme en democratie is op den duur onmogelijk: ze zijn ten principale strijdig. Ten principale betekent: wat de hoofdzaak betreft. Hier is waarschijnlijk bedoeld: principieel.

'Buitenlandse Zaken is te overgevoelig op dit punt.' Dat is wel heel gevoelig ('t is nog een wonder dat te geen accent gekregen heeft).

'Behalve ervaring bij het familiestation had Kamperveen ook voor de Surinaamse t.v. gewerkt.' Dat ervaring kan weg.

'De VPRO is de enige omroep die aanneemt dat zelfs Nederlanders over enige intelligentie kunnen beschikken.' Maar beschikken ze er ook over?

'Mond-op-mondreclame brengt ze naar het nieuwe kantoor.' Niet erg hygienisch. Of is mond-tot-mondreclame bedoeld?

'Een massaal geleefde eenduidige moraal keert niet terug.' Wat is een geleefde moraal? (Eenduidig is een germanisme.)

'Daarmee toonde de Amsterdamse politie wel degelijk in staat te zijn daadkrachtig op te kunnen treden.' 'De historicus heeft de neiging het begrip interventie zeer breed te willen toepassen.' 'Als kinderrechter heb je de macht vrij ingrijpend te kunnen optreden.' De (door mij) gecursiveerde werkwoorden zijn overbodig. (Daadkrachtig is ook een germanisme.) ..een van de OPK-kinderen die in de Bergstichting woonde.' Consequent, maar ook fout, zou dat, in plaats van die, zijn geweest.

'Hij had zich grondig verdiept in die geschiedenis en niet in het minst in de geschriften van de grote figuren die haar hebben bepaald.' Het kan natuurlijk, maar het is toch vreemd dat je je grondig verdiept hebt in een geschiedenis zonder je ook maar enigszins te verdiepen in de geschriften van de grote figuren die haar hebben bepaald. Of is bedoeld: niet 't minst (= niet in de laatste plaats)?

'Dit vooruitzicht is eens te meer onheilspellend omdat de Sovjet-Unie dit jaar al olie moet importeren.' Ik heb in geen enkele mij ter beschikking staande taalgids of woordenboek een omschrijving van eens te meer gevonden, maar volgens mij is het hier verkeerd gebruikt en had met te meer volstaan kunnen worden.

    • J. L. Heldring
    • Dezer Dagen