Een anti-Frans renteverhoginkje; Via 'technische'ingreep laat Bundesbank even zien wie er echt de baas is

ROTTERDAM, 2 nov. Eergisteren verlaagde de Franse centrale bank de officiele rentetarieven met een kwart procent. Gisteren verhoogde de Duitse Bundesbank de lombardrente met een half procentpunt. Zoals gebruikelijk ging De Nederlandsche Bank mee in de richting van de Duitsers. Maar aangezien de minister van financien net 'zwaar weer' voorspelde, wekt het geen verbazing dat de Nederlandse renteverhoging tot een kwart punt beperkt bleef. Een hogere rente drukt immers de economische groei.

Goedwillende beschouwers van de handel en wandel van de monetaire autoriteiten zullen een en ander toejuichen als een stap in de richting van Europese convergentie. Zo komen de Franse en Duitse rentetarieven immers dichter bij elkaar, net zoals eerder de inflatie in beide landen op bijna gelijk niveau is uitgekomen. In Duitsland ligt die nu iets boven de drie procent, in Frankrijk bijna op vier procent.

Sceptici waren verrast over de eenzijdige Franse stap. Zij hebben twee verklaringen tot hun beschikking. Een is dat de Bundesbank onaangenaam getroffen was door de Franse renteverlaging en meteen wilde laten zien wie er op monetair gebied de baas is in Europa. Als de Fransen denken dat ze de rente kunnen verlagen zonder daarvoor in Frankfurt toestemming te vragen, zullen we ze eens laten zien wat er dan met de koers van de franc gebeurt, zou de gedachte aan gene zijde van de Rijn geweest kunnen zijn.

Een tweede verklaring doet meer recht aan het Franse esprit. Zoals iedereen, weten de Fransen dat de Bundesbank de monetaire schade toegebracht door de tegen haar zin gehanteerde een op een omwisselingskoers van de D-mark en de Ost-mark een sterke groei van de Duitse geldhoeveelheid wil beperken door via een hoge rente de kredietgroei af te remmen. Om een verdere Duitse renteverhoging te voorkomen zouden de Fransen via hun renteverlaging de Bundesbank de pas af willen snijden. In Frankrijk heerst immers meer vrees voor een Saddam Hussein-recessie dan in Duitsland, waar de opening naar het Oosten de risico's van economische oververhitting en inflatie meer centraal in de gedachten van de Bundesbank houdt dan de vrees voor recessie. Net bleek weer dat de Duitse industriele produktie in september een half punt hoger lag dan in augustus, zelfs nadat het augustus-cijfer opwaarts moest worden gecorrigeerd.

Met typisch Duitse harde hand heeft de Bundesbank dan nu volgens deze uitleg dat verfijnde Franse opzetje gedwarsboomd. Als de Franse politiek via de Banque de France wilde laten zien: 'Wij zijn er ook nog', dan heeft Karl Otto Pohl meteen laten zien waar Frankrijk monetair en economisch precies staat. En daarmee slaat hij twee vliegen in een klap. Bij de Duitse eenwording werd Pohl voorbijgelopen door de politiek. Nu heeft hij getoond dat de Bundesbank nog steeds onafhankelijk is van de Duitse politiek, die de laatste maanden overdreven vriendelijk voor Frankrijk is, om duidelijk te maken dat Duitsland een volwaardige EG-speler blijft. En niet vergeten mag worden dat de Bundesbank met lede ogen aanziet dat omwille van de politieke vrede sinds de Duitse vereniging koersaanpassingen binnen het Europese Monetaire Stelsel (EMS) even niet mogen, waardoor de zuidelijke valuta's in de ogen van de Bundesbank hoger noteren dan op grond van de prestaties van de nationale economieen gerechtvaardigd is.

Officieel wordt de renteverhoging door de Bundesbank echter gepresenteerd als slechts een technische aanpassing. De Duitse banken konden via het officiele lombardtarief goedkoper D-marken bij de Bundesbank halen dan via de Duitse equivalent van de speciale beleningen, die gebruikt worden om de banken krap te houden en zo de rente te kunnen sturen. Zo konden de banken ook meer geld bij de Bundesbank halen dan deze gewenst acht. Vandaar dat de rangorde tussen de verschillende tarieven is hersteld.

Dat moge zo zijn, maar dat technische probleem bestond al langer. Dat de Bundesbank het aanpakt een dag nadat de Fransen hun rente verlaagden geeft toch te denken.

Of het Duitse optreden nu een technische aanpassing is of monetair krachtpatsen, Nederland kan niet anders doen dan volgen. Zou De Nederlandsche Bank niet haar tarieven hebben verhoogd, dan was de koers van de gulden onder druk gekomen en hadden in een latere fase wellicht hardere maatregelen getroffen moeten worden, zo denkt men op het Frederiksplein.

Daar was men net zo tevreden dat de geldmarktrente in Nederland onder die in Duitsland terecht was gekomen, ja zelfs de laagste in het EMS is. Dat is niet onverdiend, want met een inflatie van 2,5 procent hoeft Nederland monetair voor geen land in de wereld onder te doen. En ach, een kwart procentje rente erbij zal de Nederlandse economie de kop niet kosten.

Maar het is wel weer een kwartje extra dat het Nederlandse bedrijfsleven moet opbrengen ter wille van de lieve vrede van de Europese monetaire eenwording. Terwijl de Duitse eenwording toch voorzichtig geschat de rentevoet in Europa al met drie procentpunt heeft opgedreven.

Dat De Nederlandsche Bank de rente, al is het maar met een kwartje, moet verhogen de dag nadat de Nederlandse minister van financien waarschuwt voor zwaar weer oogt natuurlijk niet fraai. In zwaar weer heeft de Nederlandse economie juist een lagere rente nodig. Ook als de minister, hoewel hij sprak over de hele economie, eigenlijk doelde op de overheidsfinancien, is het zachtjes indrukken van het rente-rempedaal niet de juiste weg. Als er een deel van de economie gevoelig is voor rentestijging is dat wel het overheidsbudget.

Maar ja, qua rente moeten we Duitsland volgen. Wat nu gebeurt is te zien als een voorproefje van de verdere Europese eenwording op financieel gebied. Daar zal het krachtenspel tussen Parijs en Frankfurt/Bonn de ruimte bepalen die voor de Nederlandse overheid open blijft voor eigen beleid. Het Nederlandse nationale ego is niet zo groot dat we ons daar zorgen om maken. Dat doen alleen Groot-Brittannie, waar de kranten het publiek oproepen de Fransen duidelijk te maken waar ze hun ecu in kunnen steken.