Drie mobiele teams voor behandeling brandwonden

ZUTPHEN, 2 nov. De drie Nederlandse brandwondencentra in Beverwijk, Rotterdam en Groningen hebben sinds gisteren mobiele brandwondenteams. Deze B-teams, die uit ten minste een dokter en een verpleegkundige bestaan, kunnen ziekenhuizen op verzoek met specialistische kennis bijstaan. Binnen enkele maanden zal er ook een N-team komen voor slachtoffers van nucleaire rampen en een C-team voor chemische calamiteiten. Deze beide teams zullen opereren vanuit het Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum van het Academisch ziekenhuis in Utrecht.

Dit heeft dr. J. A. M. Mullink, medisch directeur van het Westeindeziekenhuis in Den Haag, gisteren bekendgemaakt op een symposium over rampengeneeskunde in Zutphen. Hij zei dat ziekenhuizen bij chemische-, nucleaire- en natuurrampen, maar ook bij drama's als in het Heizelstadion pas een schakel van betekenis kunnen zijn als er een professionele aanpak is.

Voor rampenscenario's in ziekenhuizen is 1,2 miljoen gulden nodig. Ziekenhuizen moeten efficienter hulp kunnen bieden in geval van lokale rampen. Voor de 28 ziekenhuizen die een rampenteam hebben is 800.000 gulden nodig. De Landelijke Organisatie Trauma Teams (LOTT), waarbij de 28 zijn aangesloten, probeert dat geld uit het budget van Binnenlandse Zaken te halen. Dit departement heeft voor rampenbestrijding in totaal 105 miljoen gulden ter beschikking.

Slechts veertig procent van de ziekenhuizen heeft een rampenplan en oefent hiervoor met Eerste Hulp- en operatieafdelingen. Dat gebeurt voor het merendeel met vrijwilligers.

De rampengeneeskunde is nog betrekkelijk nieuw in de medische wetenschap en ontstond in de twee Wereldoorlogen. Grote aantallen slachtoffers vielen recentelijker bij de giframp in het Indiase Bhopal, het kernongeluk in Tsjernobyl, de aardbevingen in Armenie en Mexico en het ongeluk met de veerboot Herald of Free Enterprise bij Zeebrugge.