De streep tussen de tegels; uit het geheime leven der dingen

Horloges staan stil op tijdstippen dat beminden sterven. Liften stijgen en dalen in vervallen huizen zonder elektriciteit.

En op de ringweg rond Londen gebeuren de meeste ongelukken met auto's die met de klok meerijden vooral in de herfst. Hoe kan dat?

K. Schippers las een boek over het geheime leven van voorwerpen. 'Neem de computer. Die wordt niet alleen geexecuteerd, maar ook gesommeerd als getuige naar de rechtbank te komen.'

In Atlanta, Georgia bezit Paul la Vista een grote schiethal die is opengesteld voor het publiek. De zaak heet Bulletstop en is erg populair. Er worden geen lessen gegeven. De klanten die hier komen zijn volleerd. Ze huren een revolver, een geweer of een mitrailleur en lopen naar hun baan. Wat is hun doel? Geen schijf met cirkels en een roos en ook geen rij bewegende anonieme poppen.

La Vista vermoedde dat het voor een schutter spannender is op iets te richten dat hem werkelijk beroert en waarmee hij, om welke reden dan ook, wil afrekenen. Welke prooi moest de eigenaar van Bulletstop kiezen? Hij dacht eerst aan beelden van politici, de burgemeester of de president, en van figuren uit de plaatselijke folklore. Bij nader inzien vond hij die te kinderlijk. Ze hoorden meer bij brave kermistenten waar je met een windbuks of een stapeltje ballen al snel een eenvoudig succes kunt boeken.

Plotseling kreeg La Vista een idee. Wat zou er gebeuren als hij zijn clientele de mogelijkheid bood een zelf gekozen doelwit mee naar de schiethal te nemen? De terechtstelling van een mens was natuurlijk uitgesloten. Maar misschien, zo redeneerde hij, was de verhouding van een fanatieke schutter met zijn persoonlijk eigendom net zo ingewikkeld als die met een levende huisgenoot.

La Vista heeft goed gegokt. Bulletstop voorziet in een behoefte. Inwoners van Atlanta trekken naar de schiethal om daar hun bezit met kogels te kunnen doorzeven. Het meubelstuk of een ander deel van het huisraad, dat zich verkeerd heeft gedragen of niet meer aan de eisen van de eigenaar voldoet, wordt door enkele medewerkers van La Vista in het schootsveld geplaatst. De executie kan beginnen.

Computers behoren tot de geliefdste slachtoffers. Die worden meestal door een groep schutters vernietigd. Acht mannen kwamen een keer in de hal aan met een ouderwetse grote printer. Hij werd op het elektriciteitsnet aangesloten, begon papier te spuwen en toen schoot men hem finaal aan flarden.

Op een andere dag werd in Atlanta een tentoonstelling van computers gehouden. La Vista herinnert zich dat drie mannen een aantal exemplaren van die expositie naar Bulletstop hadden meegenomen. Ze werden door zijn medewerkers in een overzichtelijk arrangement op een paar schietbanen geplaatst. De mannen huurden ieder een machinegeweer, een Uzi, een M3 en een Thompson. Volgens La Vista zag zijn hal nadat het laatste schot had geklonken eruit als een computerbedrijf dat door een tornado was bezocht.

Dit verhaal is afkomstig uit The nature of things met als ondertitel 'the secret of inanimate objects', het geheime leven van onbezielde voorwerpen. Het boek werd geschreven door Lyall Watson, een bioloog die eerder een studie over het leven van planten en over de geschiedenis van de wind publiceerde.

Watson heeft zich jaren lang grondig in de dingen verdiept. Met grote hardnekkigheid zocht hij steeds weer naar een ogenblik waarop een voorwerp niet dood, maar bezield leek te zijn. Hij vond zoveel van die momenten dat hij nu gelooft in een 'a rival form of life', in een leven der dingen dat zich parallel aan het onze voltrekt. Hij bespeurt het als een violiste hem vertelt dat ze altijd met blote schouders optreedt. De klank is het mooist als het hout van het instrument haar huid regelrecht raakt.

Hij ontlokt zowel de vreemdste geschiedenissen aan een klok, een munt, een steen of een telefoon als aan grotere objecten waaronder een huis, een ruimteschip, een auto en een kerk. Sommige helden maken steeds opnieuw hun opwachting, alsof ze niet met een vaste rol genoegen wensen te nemen.

Neem de computer. Die bevindt zich niet alleen als een weerloze ter dood veroordeelde op het slagveld. Hij wordt ook gesommeerd als getuige in een echtscheidingszaak naar de rechtszaal te komen. Daar wordt hij door deskundigen op zijn woorden onderzocht om te zien welke verhouding een man met hem was aangegaan. De zaak was aangespannen door een vrouw die zich verwaarloosd voelde omdat haar echtgenoot in zijn vrije tijd alleen nog maar voor de computer zat.

Nu een computer als een mens wordt neergeknald en als een mens wordt gedagvaard vraagt Watson zich vanzelfsprekend af of het ding ooit menselijke gevoelens zal kennen.

Hij acht het niet uitgesloten dat de computer in de toekomst met de functies van alle zintuigen wordt gevoed. Het is, volgens Watson, al mogelijk de gewaarwordingen van de tast, het gezicht en het gehoor in te brengen. Als dat ook met de smaak en de reuk lukt kan het voor gevoelens noodzakelijke kruispunt van zintuigindrukken ontstaan, al blijft de erotiek voor een computer misschien buiten bereik.

Vrije wil

Het ligt voor de hand om met Watson over de levensvatbaarheid van computers in debat te gaan. Het lijkt het meest extreme standpunt van het boek. Maar de lezer van The nature of things trekt zich voor zo'n discussie terug omdat ook de tientallen andere verhalen zijn geschreven door een bioloog die elk voorwerp, groot of klein, levenskrachten compleet met vrije wil toedicht.

Nog een paar voorbeelden.

Een Amerikaan parkeert zijn auto 's avonds in een particuliere garage naast zijn huis. Als hij de volgende dag naar zijn werk wil gaan ziet hij dat de wagen op eigen kracht, zonder dat iemand het sleuteltje in het contact heeft gedaan, de deur heeft geramd en zonder bestuurder een groot aantal straten verder tot stilstand is gekomen.

Op de ringweg rond Londen gebeuren de meeste ongelukken met auto's die met de klok meerijden, vooral in de herfst. In de lente daarentegen kun je het best tegen de klok inrijden, dan bestaat de minste kans dat er iets catastrofaals plaatsvindt.

Ook de telefoon wordt in Watsons hoogstpersoonlijke systeem van oorzaak en gevolg opgenomen.

In 1970 probeerde een Engelse huisvrouw in Warwickshire haar zoon te bellen die een paar straten verder woonde. Ze kreeg hem niet aan de telefoon. Wel viel ze midden in een gesprek tussen mission control Texas en de astronauten van een Apollo-ruimteschip. Kort daarna werd een huisvrouw uit Staffordshire gebeld door haar man vanuit een dorp dat dertig mijl van haar af lag. En ook zij hoorde twintig minuten lang een gesprek tussen Houston en de Apollo.

Een andere typische Watson-voorval speelt zich eveneens voor een deel in de lucht af.

Op 2 april 1973 viel een enorm blok ijs uit de hemel precies voor de voeten van een natuurkundige die zich in Manchester vakmatig bekommerde om het vraagstuk van ijsafzetting tijdens een blikseminslag.

Ook de klassieke ring uit sprookjesland ontbreekt niet in Watsons studie. John Cross uit Virginia verloor een ring toen hij op een dag in 1980 bij een hevige storm een weg overstak. Twee jaar later vond hij het kleinood terug in de buik van een vis die hij in zijn favoriete restaurant in Charlottesville had besteld. Vissen voelen zich nu eenmaal tot glimmende dingen aangetrokken, schrijft Watson.

Zo is het. In 1980 deden vissers in de buurt van Maleisie een bijzondere vangst. Ze troffen edelstenen aan in de buik van wel een paar dozijn vissen. De Filippijnse veerboot Don Juan was drie weken eerder dan ook in die wateren vergaan. Er werden nog meer dan honderd lichamen vermist. Die waren door de vissen al gevonden.

Waarom verzamelt Watson juist deze verhalen? Je kunt ze gemakkelijk als te bizar of te grappig afdoen. Daarmee wordt zijn werk te kort gedaan. Het is hem ernst. Hij zal niet rusten voor hij elk voorwerp aan een verhaal heeft onderworpen waarmee hij het kan besturen.

Waaraan doet zijn geschrift denken?

Het heeft wel iets van een vanitas-stilleven uit de zeventiende eeuw. Ook op die voorstelling heeft elk voorwerp een betekenis. De uitgestalde objecten laken altijd de ijdelheid, de hebzucht, de geilheid of andere menselijke zwakheden. In Watsons verhalen klinkt die kritiek wel door, maar het is niet de hoofdzaak.

The nature of things doet in zijn stelligheid ook aan een geen tegenspraak duldende religieuze tekst denken. Maar Watson verschilt van de evangelist. Hij legt het bestaande niet van hogerhand een orde op. Steeds redeneert hij vanuit de dingen om tot een sluitend verhaal te komen dat hen levendiger maakt dan ze op het eerste gezicht lijken.

Door die obsessie ontsluit hij een gebied dat in een beschouwing zelden zoveel aandacht krijgt. In zijn wereld bestaat de mens alleen door contact dat hij met voorwerpen heeft. Elk ding wordt bij hem een symbool, niets bestaat om wille van zich zelf.

Telefoontje

Zijn zucht tot interpretatie komt het mooist tot uitdrukking in het verhaal over een man die een wandeling door de binnenstad van Londen maakt. Watson zag dat hij een telefooncel voorbijliep terwijl buiten het rinkelen van de bel te horen was. De man hield zijn pas in, aarzelde even, opende de deur van de cel en nam de telefoon op. Watson vroeg waarom hij dat deed; het gesprek kon niet voor hem zijn.

'Omdat ik elk telefoontje aanneem, ' zei de man en liep door.

Het is wel zeker dat bij Watson rituelen, wetenschap en bijgeloof in een onontwarbare knoop zijn geraakt. Hij denkt bijvoorbeeld dat een ketting, een munt of een ring levendig wordt als hij om de hals, in de zak of om de vinger van een mens zit. Zo'n veel gebruikt voorwerp maakt na verlies eerder een kans om langs een sierlijk traject naar zijn eigenaar terug te keren.

Ook gelooft hij dat een gedachte een vaste vorm kan aannemen. Hoe was het anders mogelijk dat het ijsblok vlak voor de voeten van die aan ijsafzetting denkende natuurkundige terechtkwam?

Het rijm der feiten, de alleen nog muzikale bundeling van gebeurtenissen, die uitdrukkingen zijn nog te zwak om als noemer bij Watsons streven dienst te kunnen doen. Elk verhaal is bij hem een reddingsboei waaraan hij zich met een paar beminde voorwerpen vastklampt, omdat ze anders met z'n allen ten onder zouden gaan.

Het is een manier van denken met een grote traditie. In The criminal prosecution and capital punishment of animals van E. P. Evans uit 1906 (in 1987 herdrukt door Faber en Faber) zijn ook een paar bladzijden gewijd aan de vervolging van levenloze voorwerpen. *

In het oude Griekenland kon het zwaard worden veroordeeld waarmee de priester werd gedood. Het standbeeld dat op een man viel en hem het leven benam werd voor het gerecht gedaagd. Het vonnis luidde dat het in zee moest worden gegooid. Andere levenloze dingen die een mens beschadigden of doodden werden buiten de grenzen van Athene gezet.

Tussen deze executies en de terechtstellingen van die computers in Atlanta bestaat geen verschil. Ze zijn het gevolg van een animisme met paranormale kanten dat altijd weer de kop opsteekt. Lyall Watson heeft het uitgebreid tot elk voorwerp er onder kan vallen. Bij hem zoemt voortdurend een interpretatieve muziek die elk object van zich zelf verwijdert en tot een rol verleidt in een verhaal dat niet voor hem is geschreven.

Na een paar hoofdstukken wordt de auteur van The nature of things zonder het zelf te merken door zijn eigen tekst opgeslorpt. Hij zal zijn redenering wel voor een vorm van biologie houden. Voor de lezer verandert de bioloog in een figuur uit een sprookje. Horloges staan stil op tijdstippen dat beminden sterven, muntstukken vallen met bakken uit de hemel, liften stijgen en dalen in vervallen huizen zonder elektriciteit.

Met die verhalen temt Watson een horloge, een muntstuk, een lift. En toch heeft zijn boek een verdienste die buiten het sprookje omgaat. Het laat zien wat er zou gebeuren als we de lichte interpretaties van het levenloze, die onze dagen zo nauwkeurig vullen, niet meer zouden verzwijgen.

Het doosje dat alleen naast dat ene beeldje mag staan. De nieuwe gezichten in cafes die altijd weer op de oude gezichten in andere cafes lijken. De strepen tussen de tegels van het trottoir waarop, al dan niet, op straffe van het grootste ongeluk, moet worden gestapt.

Lichtflits

We proberen onze onmiddellijke omgeving steeds weer in die korte verhalen onder te brengen. Het zijn geschiedenissen met de duur van een lichtflits. Bij Lyall Watson vinden we ze tot in het waanzinnige vergroot terug. De streep tussen de tegels begeleidt onze passen omdat we zelfs de eenvoudigste handeling van iets meer betekenis willen voorzien. Met diezelfde streep verklaart Watson het universum.

Vermoedelijk lukt het alleen een groot schilder het ogenblik voor elke interpretatie te betrappen. Op sommige stillevens van Jean Simeon Chardin en Willem Claesz Heda zie je een glimp van het moment voordat de onvermijdelijke verbindingen zijn ontstaan.

Lyall Watson: The nature of things, the secret of Inanimate Objects. Uitg. Hoddle en Stoughton Londen. Prijs fl.60,40