De 'onbekende' oorlogsjaren van Appel

ROTTERDAM, 2 nov. Wat deed Karel Appel in de oorlog? Het door de Duitsers opgerichte Departement Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) betaalde in de eerste oorlogsjaren schilderlessen voor de jonge Appel. Hij verkocht een aantal keren werk aan NSB-ers en het DVK. Nog in 1944 kreeg hij een beurs voor de door het DKV gecontroleerde Academie voor Beeldende Kunst in Amsterdam. Ook gaf Appel zich op voor de actie 'Kampen en Kunstenaars' van het DKV, waarbij kunstenaars portrettstudies zouden maken van arbeiders in de vormingskampen van de Nederlandse Arbeitseinsatz.

Wie in deze feiten is geinteresseerd kan ze terugvinden in het boek Kunst in crisis en bezetting; een onderzoek naar de houding van Nederlandse kunstenaars in de periode 1930-1945, het in 1978 gepubliceerde promotieonderzoek van de kunsthistoricus Hans Mulder.

'Karel Appel 1940-1945; een gat in het leven van de jonge kunstenaar', is deze week te lezen op het omslag van Vrij Nederland. Het kondigt een artikel aan van Adriaan Venema en Jan Fred van Wijnen. 'Karel Appel en oorlog, die waren nog nooit met elkaar in verband gebracht', aldus de lead van het stuk. 'Helaas: enig conscientieus speurwerk leerde iets meer over Appels kleine oorlog.' Daaronder volgt een reconstructie die wil aantonen dat Appel 'zijn oorlogsverleden gewoon wat mooier gemaakt' heeft.

Afgezien van de door Mulder genoemde feiten melden Venema en Van Wijnen dat Appel regelmatig materiaal betrok bij de Kultuurkamer, dat hij al of niet vrijwillig heeft meegedaan aan de tentoonstelling Wansmaak en gezonde kunst in Het Kunsthuis, een galerie van het DVK. Ook werd Appel in juni 1944 uitgenodigd voor een studiereis naar Danzig 'om naar hartelust te schilderen'.

Hans Mulder heeft het artikel gelezen. Zijn naam en zijn boek komen er niet in voor. Hij is woedend. 'Wat Vrij Nederland presenteert als 'een gat' is helemaal geen gat. Venema en Van Wijnen kloppen oude feiten op. Een complete reconstructie kan zijn nut hebben, maar dan moet je het wel goed doen.' Volgens Mulder die alle door Vrij Nederland geciteerde documenten in fotokopie reeds jaren in huis zegt te hebben zijn veel interessante aanwijzingen door Venema en Van Wijnen veronachtzaamd. 'Ik had ze graag willen helpen', aldus Mulder.

'Ik heb niets aan Hans Mulder', zegt Venema. 'Dat is een gotspe', zegt Mulder. Op de middag voor het ter perse gaan van Vrij Nederland kreeg Mulder een telefoontje van Venema's co-auteur Van Wijnen. Mulder: 'Hij vroeg mij in mijn archief na te kijken of de schilders Hans Engelman en Leo Hofman wel zuiver op de graad waren. Waarvoor hij die informatie nodig had wilde hij niet zeggen, maar ik vermoedde dat het wel om Appel zou gaan.'

Volgens Venema is het artikel geschreven op grond van eigen onderzoek. 'Anders dan Mulder tonen wij aan dat Appel structureel werd onderhouden door de bezettende macht.' Dat Appel 'zeer goed wist met wie hij zaken deed' is volgens Mulder echter algemeen bekend. Het zou ook de reden zijn dat een Karel Appelmuseum, waarvoor aan het eind van de jaren zeventig in Amsterdam plannen bestonden, er nooit is gekomen.

In interviews heeft Appel altijd gezegd dat hij in de oorlog naar de Academie ging omdat Academieleerlingen waren vrijgesteld van de Arbeitseinsatz. De schilder die in New York woont, wil geen commentaar geven. 'Nu niet en later ook niet', zegt zijn vrouw.

    • Hans Steketee