Computer-tekeningen zetten route uit voor boeiendedanssolo

De Amerikaanse danser/ choreograaf Arthur Rosenfeld werkt sinds 1986 in ons land. Drie jaar geleden richtte hij de internationale danstheatergroep The Meek op, die in wisselende formaties vier produkties uitbracht. In Only my nose knows is nog vaag de invloed merkbaar van Pina Bausch, sporen van het Tanztheater Wuppertal, waaraan Rosenfeld geruime tijd was verbonden. In tegenstelling tot het dramatisch neo-expressionisme van Bausch blijft het bewegingstheater van Rosenfeld echter ontwapenend ironisch.

In Only my nose knows observeren drie personages (Nadine Ganase, Torsten Konrad en Kristien Van Reusel) hun lichamen, gedachten en gevoelens. Die innerlijke processen krijgen vorm in een aantal gedanste en gespeelde scenes. Hierin vervult Rosenfeld de rol van leraar, een Lee Strasberg-figuur wiens methode de emoties vrij laat stromen.

De Belgische decorontwerper Michel Thuns verdeelde het speelvlak in twee helften: de studio/werkvloer en de kleed-/wachtkamer. De meeste handelingen spelen zich af in de hel verlichte studioruimte. Daar ontwikkelen de eenvoudige dansdelen zich op de muziek van mondharp, balalaika of steeldrum. Vingers tekenen filigraanmotieven in de lucht, teenspitsen betasten voorzichtig de grond of er stuitert een zitvlak op een omgekeerde teil.

Op een ongedwongen manier vertellen de spelers veelal absurde verhalen, zoals dat van een Belg die in een Afrikaanse kookpot belandt. Zelfs de verslaggeving van een zelfdoding roept nog een glimlach op. Het is jammer dat de spanningsboog niet tot het einde wordt doorgetrokken. Dan loopt de voorstelling vast in een kinderachtige verkleedpartij, waarna de vier spelers zich weer verdiepen in hun zelfonderzoek.

Het Concern

Deze zomer organiseerde Het Concern voor de eerste keer een workshop voor jonge choreografen. Uit de resultaten koos men twee dansstukken: Plotter van Karin Post en Adela van der Weides Sjalot. Samengevoegd met Monologue van hun Concern-collega Angela Linssen vormen zij een avondvullend programma.

De danssolo Plotter van Karin Post is gebaseerd op een van de eerste computer-tekeningen van Peter Struycken. Hierin lijkt het alsof de danseres en de beeldende kunstenaar een boeiend schaakspel spelen. Struycken heeft een zwart veld tot zijn beschikking, waarop hij als een verkeersleider de route uitzet voor de danseres. Op de compositie van Colin Nancarrow danst Karin Post op een wit vloeroppervlak. Met strakke elektrificerende bewegingen bakent zij eerst haar terrein af om later neercirkelende ronde vormen in haar solo te brengen. Deze tweede choreografie van Post laat zien dat zij choreografisch talent heeft.

Adela van der Weide maakte, onder de titel Sjalot, een broeierig dansstuk in de geest van de toneelstukken van Tennessee Williams. Het resultaat is erbarmelijk oninteressant. Monologue van Angela Linssen schetst een dor landschap waarin zelfs de laatste drup inspiratie is verdampt. De vier dansers, Suzy Blok, Jan Hessels, Karien Janssens en Karin Post hebben beter bewegingsmateriaal verdiend.

Voorstelling: Only my nose knows van The Meek/Korzo-theater. Choreografie: Arthur Rosenfeld; decor: Michel Thuns; kostuums: Galiene Dennenbroek lichtontwerp: Philippe Veyrunes. Gezien: 31/10 Korzo-theater, Den Haag. Aldaar: t/m 3/11. Daarna elders in land. Het Concern met drie choreografieen: Plotter van Karin Post, Sjalot van Adela van der Weide en Monologue van Angela Linssen. Gezien: 1/11 Frascati, Amsterdam. Aldaar t/m 3/11. Daarna tournee.