Columnist

Mag een krant of een tijdschrift een columnist ontslaan, als die columnist een column schrijft waar die krant of dat tijdschrift het niet mee eens is?

U begrijpt over welke columnist ik het heb.

Ik heb het natuurlijk over Forrest Mims, de columnist van Scientific American, die deze week werd ontslagen omdat de redactie erachter was gekomen dat Mims een creationist is. De creationisten wijzen de evolutietheorie af en houden vol dat de wereld, zoals de bijbel beweert, 6000 jaar geleden is geschapen. Met fossielen en al, in zes dagen. Voor deze opvatting is tegenwoordig geen serieuze wetenschapper meer te vinden. In Nederland zitten de creationisten alleen nog bij de EO.

Mims ziet in zijn ontslag een terugkeer naar de tijd van het McCarthy-isme, toen mensen hun baan kwijtraakten wegens hun politieke opvattingen. Mims zegt dat zijn geloof apart staat en dat hij heel goed wetenschappelijk werk heeft verricht, waarbij het creationisme helemaal niet aan de orde is geweest. De redactie van Scientific American daarentegen vindt dat de verdere medewerking van Mims de wetenschappelijke integriteit van het blad aantast. Wie heeft gelijk?

Grote geleerden houden er soms idiote ideeen op na. Zo vond de wiskundige L. E. J. Brouwer dat de vrouw dichter bij de leeuwin staat dan bij de man. Wordt daarom zijn wiskunde minder waardevol? Nee, want wiskunde heeft niets met vrouwen en leeuwinnen te maken, de wiskunde heeft zelfs niets met de wereld te maken.

Bij Mims ligt dat anders. Mims is een bioloog. Vroeg of laat zal hij in zijn vak toch op de evolutietheorie stuiten. Wil hij die confrontatie vermijden, dan zal hij voortdurend moeten slalommen tussen de paaltjes van zelfcensuur. Dat is voor een wetenschappelijk tijdschrift onaanvaardbaar en daarom is Mims terecht ontslagen.

Maar het ene geval is het andere niet. Laten we het over J. A. A. van Doorn hebben. Ik was het eigenlijk nooit met hem eens. Zijn column over Rushdie vond ik misselijk, zijn opvattingen over de apartheid verwerpelijk, zijn mening over het optreden van het Nederlandse leger in Indie dubieus. Toch vind ik dat hij ten onrechte het veld heeft moeten ruimen, want met zijn gewraakte column over Israel was ik het bijna volledig eens.

De hoofdredactie wijst de suggestie van de hand dat Van Doorn een antisemiet zou zijn, maar vindt dat met de formulering en toonzetting van zijn stuk 'de grenzen van het onbetamelijke zijn overschreden'. In die redenering zit een tegenstrijdigheid. Iets is onbetamelijk, omdat het antisemitisch is. Als het niet antisemitisch is, kan het ook niet onbetamelijk zijn. Tenzij je met onbetamelijk een vaag soort pesterigheid bedoelt, want dan raak je aan het prerogatief van de columnist, die toch geacht wordt zijn lezers af en toe onaangenaam te prikkelen.

Vrijwel iedereen is gevallen over Van Doorns opmerking dat van 'de joodse journalisten' zelfcensuur wordt verwacht. Dat was mij bij de eerste lezing helemaal niet opgevallen, en kennelijk ook niet de joodse schrijfster Renate Rubinstein die in VN 'het mooie stuk' van Van Doorn uitvoerig looft.

Inderdaad kun je, als je heel precies wilt zijn, Van Doorns zinsnede uitleggen met een joods woord: risjes, een kleine verspreking waaruit een onderliggende laag van antisemitische gevoelens blijkt. Maar aan de andere kant moet er dan onmiddellijk worden bijgezegd dat Shamir zelf op precies zo'n manier praat. Shamir vindt echt dat joodse journalisten ten opzichte van Israel een taak hebben. Joden die hun kritiek op Israel uiten en die vinden dat er met Palestijnen moet worden gesproken, beschouwt hij min of meer als verraders.

In NOS Laat zei Van Doorn het bijna jammer te vinden dat hij zelf geen jood is, want dan zou hij veel gemakkelijker de dingen kunnen zeggen die hij nu zegt. Ik denk alleen dat, als Van Doorn joods zou zijn, hij conservatief als hij ook is hele andere dingen zou beweren dan hij nu in zijn hoofd heeft.

Voor de televisie noemde Van Doorn de joden een intelligent volk. Dat is ongetwijfeld goed bedoeld, maar ook die positieve discriminatie is een vorm van risjes. Bij zo'n opmerking hoor ik althans de EO-collectebussen al weer rinkelen en zie ik een gitzwarte Landdag van gereformeerde jongeren voor me, die als een man achter Israel staan.

Het is ook geen kwestie van intelligentie. Het is iets heel anders. Door de eeuwen heen zijn de joden een verstrooid volk geweest zonder een eigen land. Dat heeft voor de joden ook grote voordelen gehad. De joden zijn altijd internationalistisch ingesteld geweest. En naargeestig chauvinisme was hun goeddeels vreemd, want zij waren het gewoon om over de grenzen heen te kijken. Hun politieke idealen waren niet zelden die van de internationale. Zij blonken uit in kunst, wetenschap en schaken, allemaal activiteiten die zonder internationale contacten ondenkbaar zijn.

De staat Israel is een poging om aan dat internationale karakter van het jodendom een einde te maken. Dat is wat mij in het zionisme ook zo tegenstaat. Om het extreem te zeggen, Israel is de provincie van het jodendom geworden: de klompendans, het Urker Visserskoor en het zwembad dicht op zondag. Plotseling is er ook een sibbekundig bewustzijn opgedoken, dat verwijst naar een stukje land.

Liet het internationale jodendom zich veeleer leiden door het rationele, de Staat Israel is gefundeerd op de mythe en op de metafysica. Wat hebben de arme jood uit Oezbekistan en de joodse yuppie uit Manhattan eigenlijk met elkaar gemeen? Zij spreken niet dezelfde taal, zij hebben geen gemeenschappelijke interesses, en vermoedelijk is de een heel vroom en de ander atheist.

In feite hebben ze met elkaar maar een ding gemeen: de pogrom. Dat is een even tragische als rauwe werkelijkheid. Ik ervaar het als een absurditeit dat een arme jood uit Oezbekistan en een joodse yup uit New York, op grond van deze ene tragische gemeenschappelijkheid, meer aanspraak kunnen maken op een stukje land in de woestijn dan de Palestijn die daar met zijn familie al jaren woont.