Auteur van boek over haaruitval rekent af met spotlust; Kaalheid in wezen en tijd

Kale knikker. Biljartbal. Badmuts. Die scheldwoorden voor kale of kalende mannen kende Henk Hanssen al. Maar vleespet is nieuw voor hem. Hij beschouwt het als het zoveelste bewijs dat kaalheid slechts schijnbaar geaccepteerd is, ook al zijn er alleen al in Nederland meer dan twee miljoen kaalhoofdigen. 'Een vriend attendeerde me laatst op een recent Amerikaans slang-woordenboek, waarin staat dat het woord baldhead in de drugsscene wordt gebruikt om een ongewenste buitenstaander mee aan te duiden. En in de turbotaal van Amerikaanse middelbare scholieren staat bald voor slecht of verschrikkelijk.'

De 29-jarige publicist wil met zijn deze week verschenen boekje De Kaalheid Voorbij, een Praktisch Handboek voor de Kalende Man (Zomer en Keuning, fl.19,90) de emancipatie van de hoofdhaarlozen bevorderen. Een kokend manifest is het echter niet geworden: Hanssen en co-auteur Raymond Borger beschrijven de geschiedenis van de kaalheid en de mogelijke remedies tegen de kwaal niet zonder lichtvoetigheid (en in Hanssens geval ook met enige zelfspot: zijn haargrens begint licht te wijken). Niettemin neemt het tweetal het onderwerp wel degelijk serieus.

Vloek

Hanssen: 'Voor veel mannen is kaalheid een in stilte gedragen persoonlijke tragedie. Het hebben van haar wordt immers geassocieerd met kracht en mannelijkheid. Denk maar aan Samson: toen zijn haren door Delila werden afgeknipt, kon hij meteen naar zijn mythische onoverwinnelijkheid fluiten. In de bijbel wordt kaalheid beschreven als een vloek voor hen die god verloochend hebben. Nog niet zo lang geleden werden elk jaar tijdens de ontgroening de verse foeten door ouderejaarsstudenten kaalgeschoren. Veel vrouwen die in '40-'45 een verhouding met een Duitser hadden, werden direct na de bevrijding publiekelijk kaalgeknipt. Kaalheid heeft, kortom, een sociale betekenis van krachtverlies, van vernedering'.

Uit een enquete van de Erasmus Universiteit blijkt dat twintig procent van de kale of kalende mannen zich ongemakkelijk voelt in het gezelschap van vrouwen. Hanssen denkt dat dat nog een geflatteerd cijfer is: 'Want het is heel wat om zoiets op een enqueteformulier op te biechten. Toen we het resultaat hoorden, hebben we zelf een representatieve steekproef laten houden onder honderd vrouwen: vinden zij kalende mannen echt minder aantrekkelijk? Een ruime meerderheid meent gelukkig van niet en vindt dat mannen hun kaalheid ten onrechte als een probleem zien'. Maar het is zeer de vraag, beaamt de expert, of kaalkoppen daardoor juichend hun juk zullen afwerpen. 'Kaalheid kan een obsessie worden. De kwaal zit vaak meer in dan op het hoofd. Het is natuurlijk het beste als je een kale kop met waardigheid en overtuiging weet te dragen. Mensen als Sjoerd Pleijsier, Karel van der Graaf en Peter Faber doen dat heel goed. Daar steekt iemand als Henk Mochel, met die dwars over zijn hoofd gekamde slierten, wel erg schril bij af. Maar ook Kees Jansma maakt grote kans op de nummer een-notering in de categorie goed fout.'

De laatste twee mogen volgens Hanssen dan geen aanspraak maken op het predikaat sekssymbool, maar hoofdhaarloze mannen worden soms wel degelijk opwindend gevonden. 'Telly Savalas en Yul Brynner, bij voorbeeld. Die rekenen af met de heimelijkheid van de toupetdrager. Ik heb er wel een theorietje over: kaalheid is vooral een mannelijk kwaal. Geen hoofdhaar hebben is dus supermannelijk. En dan is er nog het Freudiaanse aspect: misschien wordt een volkomen kaal hoofd in het onderbewuste wel geassocieerd met een ontblote eikel.'

Hanssen besloot een boek over kaalheid te schrijven nadat hij vijf jaar geleden een 'participerende' reportage over kaalheid voor het weekblad Panorama had vervaardigd, en daarop honderden reacties ontving. Maandenlang had hij zich in diverse haarinstituten behandelingen met velerlei massages en lotions laten welgevallen, maar werkelijk effect was uiteindelijk alleen merkbaar in de portemonnee. 'Grof geld verdienen staat er voorop', vat de auteur de bedrijfstak gemelijk samen. 'Het is een wildgroei van ongecontroleerde nerinkjes met ongecontroleerde middeltjes.' Wat dat laatste betreft moet Hanssen een uitzondering maken voor Minoxidil en Dabao: die hebben een zekere werkzaamheid bewezen, althans bij mannen die nog niet al te kalend zijn. 'De Kaalheid Voorbij is een onafhankelijk van het bedrijfsleven tot stand gekomen uitgave', wil de auteur graag opgetekend hebben. 'De bekendere haargroeimiddelen nemen we in een apart hoofdstuk echt kritisch onder de loep. De paar werkjes die over het onderwerp te krijgen waren, werden ontsierd door eenzijdigheid en door advertenties van olietjes zus en smeerseltjes zo.' Mede-auteur Raymond Borger, een Limburgse epidemioloog die tijdens zijn mecicijnenstudie twee jaar lang onderzoek deed naar kaalheid, legde het 'medische fundament' voor het populair-wetenschappelijke boekje.

De schrijvers laten chirurgische oplossingen uiteraard niet buiten beschouwing. Hanssen is onder de indruk van zogenoemde scalp-reducties, al zou een dergelijke operatie in een horrorfilm niet misstaan: de patient moet maandenlang met een chirurgisch ingebrachte ballon onder het nog behaarde deel van de hoofdhuid rondlopen, en ziet er dan uit 'als een soort Elephant Man'. Via een ventiel wordt steeds wat meer vloeistof in de ballon gespoten, waardoor de hoofdhuid erboven geleidelijk in oppervlakte toeneemt. Tijdens een operatie wordt dan de kale huid weggesneden, opdat het opgerekte, behaarde stuk over de voorheen kale plek kan worden geplaatst. Op termijn zal het ook mogelijk zijn haarzakjes te transplanteren, maar dat kan nog tientallen jaren duren. Wie eerder geholpen wil worden kan wat hoop vestigen op een middel dat bij apen kaalheid voorkomt, c.q. afremt, maar dat niet vrij is van bijwerkingen. Hanssen: 'Je wordt er chemisch door gecastreerd, zeg maar. Je libido verdwijnt en je krijgt er borsten van. Maar daar wordt aan gewerkt. Binnen tien jaar is er waarschijnlijk een echt probaat middel op de markt'.

Krullebol

Echt kwaadaardig is de spot die kale mannen ten deel valt meestal niet, maar een kwetsbare ziel kan door de geringste ironie gewond raken. Vrienden offreren een consumptie met de gemoedelijke uitroep: Pilsje, krullebol? Vriendinnen vragen giechelend of ze, bij ontstentenis van een zakspiegel, hun mascara met behulp van jouw glimmende schedel even mogen bijwerken. Portiers in discotheken informeren goedmoedig bulderend of meneer zijn dochter soms komt ophalen. En wie als kale man wil aanschuiven op de voetbaltribune, kan te horen krijgen hoe iemand het gezelschap vraagt een beetje in te schikken: 'He jongens, maak effe plaats voor Barry Hughes!'

Hanssen realiseert zich dat hij zich als kind al schuldig maakte aan soortgelijke leut. Zijn toen reeds kalende vader werd op verjaardagen en Sinterklaasavonden regelmatig verrast met door zoonlief vervaardigde pruikjes en paardestaarten, of met een rubberen kale kop uit de feestwinkel. De auteur, berouwvol: 'Onlangs bekende mijn vader, toen we samen wat oude foto's bekeken, ietwat ontdaan te zijn geweest door het feit dat mij, als zevenjarig jochie, zijn kaalheid al zo was opgevallen'.

Het boekje van Hanssen en Borger zal op vijf december vermoedelijk in de schoen van menige kalende Nederlander terechtkomen compleet met een lichtelijk wreed Sint-gedichtje. Hoeveel stille snikken en glimlachjes zal dat weer niet veroorzaken? Hanssen: 'Misschien kunnen we met zijn allen afspreken dat het nog een keer mag, die lolligheid. Daarna maken we nooit meer flauwe grappen over het onderwerp, goed?'

Henk Hanssen en Rob Wiedijk (links), een van de 2 miljoen kaalhoofdigen van Nederland

Foto Maurice Boyer