Wellicht meer vervolgingen zaak-Zetten

ARNHEM, 1 nov. Het openbaar ministerie in Arnhem zal wellicht vervolging instellen tegen stafleden van de jeugdpsychiatrische kliniek De Lingewal, een van de Heldringstichtingen in Zetten. Volgens mevrouw mr. W. Sorgdrager, advocaat-generaal aan het Arnhemse gerechtshof, blijkt uit de zaak tegen de Zettense ex-psychiater drs. F. dat ook anderen zich schuldig hebben gemaakt aan laakbare handelingen.

In haar requisitoir gisteren tijdens het proces tegen F. sprak Sorgdrager over 'een volstrekte ontsporing van een inrichting, althans van een of meer afdelingen ervan'. Ook vroeg zij zich hardop af of sommige van de personeelsleden over het misbruik door F. hebben gezwegen omdat zij 'behoren tot de personeelsleden die zich ook aan seksueel misbruik schuldig maakten'.

Tegen drs. F. eiste Sorgdrager gisteren wegens het plegen van ontucht met pupillen acht jaar gevangenisstraf en een ontzetting uit zijn beroep voor de duur van 13 jaar. Daarmee ging de eis van fungerend procureur-generaal twee jaar uit boven de straf die de officier van justitie in mei voor de Arnhemse rechtbank eiste. Sorgdrager motiveerde de strafmaat door te verwijzen naar het vonnis van de rechtbank waarin maar zes van de tien aanklachten bewezen werden geacht, terwijl zij acht van de tien aanklachten bewezen acht. 'F. is niet zo maar iemand met zwak vlees', aldus Sorgdrager, 'hij is iemand die enorme macht heeft gehad en die macht ernstig heeft misbruikt.'

Aan het eind van de tweede dag van het proces in hoger beroep laaiden de emoties op de publieke tribune hoog op. Verscheidene vrouwen huilden, terwijl president mr. J. C. Gerbrandy de zaak sloot. De emoties werden mede veroorzaakt door het 'laatste woord', waarop een verdachte in een strafzaak recht heeft. F. betoogde daarin dat hij nooit meer wordt geloofd en dat hij geen ambities meer mag hebben voor de rest van zijn leven.

'Mijn gezin en ik worden slachtoffer van pesterijen. Al drie keer is bij mij ingebroken, waarbij reservebrillen en foto's van kinderen en kleinkinderen werden weggehaald. Ik mag nooit meer iets willen met mijn leven. Dat is treurig voor mij en voor mijn naasten', aldus de Zettense ex-psychiater. F. is door het medisch tuchtcollege voor zijn leven uit zijn beroep gezet wegens zijn seksuele relatie met een patiente.

De raadsman van F., de Arnhemse advocaat mr. E. Sutorius, bepleitte primair niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Volgens Sutorius heeft zijn client geen eerlijke berechting gekregen en zijn de beginselen van de behoorlijke strafvordering tijdens de opsporingsprocedure geschonden. Tijdens het vooronderzoek tegen F. eisten zes slachtoffers in kort geding een schadevergoeding van de ex-psychiater. De president van de rechtbank wees die eis op basis van het op dat moment onvolledige strafdossier toe. Volgens Sutorius is met dat vonnis de onschuld-presumptie (iemand is onschuldig totdat diens schuld bewezen is) met voeten getreden. Zijn client zou het slachtoffer zijn van 'krantenjustitie': 'Niemand in Nederland twijfelde na de kort geding uitspraken en de publiciteit nog aan de strafrechtelijke afloop van deze zaak', aldus Sutorius.

De advocaat betoogde ook dat F. het slachtoffer is geworden van een jarenlange vete tussen de Heldringstichting en een kritische jongerengroep 'die er al sinds 1973 op uit was mijn client te wippen'. Binnen de inrichting in Zetten gold een regiem van straffen, platspuiten, isoleren en intimideren. 'De hele zaak overziende kan ik tot geen andere conclusie komen dan dat hier een afrekening heeft plaatsgehad met client over zijn wijze van behandelen', aldus Sutorius, die voor vrijspraak of in elk geval een 'veel mildere strafoplegging' pleitte.

Sorgdrager typeerde F. als 'een slimme man die voor alles een aannemelijk verhaal heeft'. 'Ikzelf kan me wel iets voorstellen van de wijze waarop men in de ban, in de macht raakte van F.', aldus Sorgdrager. Zij had ernstige kritiek op de verklaringen van de drie getuigen-deskundigen, prof.dr. W. A. Wagenaar (hoogleraar psychologische functieleer), prof.dr. M. Brouwer (hoogleraar psychologie van collectief gedrag) en drs. J. van der Meulen (psycholoog die van 1976 tot 1980 onderzoek heeft gedaan naar de leefomstandigheden van meisjes uit Zetten) die de verdediging had laten komen. Zij noemde hun beweringen 'gegoochel met getallen'.

'Het is te makkelijk om de aanklaagsters te betichten van collectieve waan, alleen omdat ze soms hetzelfde vertellen. Er is hier ook geen sprake van massa-hysterie, zoals prof. Brouwer beweerde', aldus Sorgdrager.

Uitspraak 14 november.