Voorkom dat het Fries een zelfde lot treft als 'taaltjes' van Indianen

'Hoe komt een Amerikaan ertoe Fries te studeren?' wordt mij nogal eens gevraagd. Des te groter is de verbazing als ik vertel dat er geen enkele Fries (noch een andere Nederlander) onder mijn voorouders zit.

Ik ben naar Europa gekomen om, zoals zo veel van mijn pas afgestudeerde landgenoten, kennis te maken met de verscheidenheid van cultuur waarover ik tot dan toe alleen kon lezen. Het was mijn voornemen na enige tijd terug te keren naar de Verenigde Staten en daar aan een promotie-onderzoek Engelse filologie te beginnen. Zodra ik het Nederlands een beetje machtig was, besloot ik dat plan uit te stellen en mijn verblijf wat te verrijken met het als toehoorder volgen van colleges aan een van de Amsterdamse universiteiten. Als iemand die zich vooral voor taal en talen interesseert, was voor mij de keuze beperkt: Nederlands of Fries. Duits studeer je immers in Duitsland.

Hoewel het Nederlands, en vooral het verschijnsel 'algemeen beschaafd Nederlands' (ABN) ook bijzonder interessant is, sprak het Fries mij veel meer aan. Van de stambomen achterin verscheidene mij bekende woordenboeken wist ik dat er een taal 'Frisian' was die samen met het Engels een aparte twijg van de Germaanse tak der Indo-Europese taalfamilie vormt. Juist van die zogeheten Anglo-Friese verwantschap wilde ik meer weten. Met een beetje kennis van het Oudfries als achtergrond zou mijn studie van de Engelse taal kunnen worden verrijkt, meende ik. En dat zou ik niet zomaar in de Verenigde Staten kunnen doen.

Drama

Mijn interesse beperkte zich echter niet alleen tot het Oudfries. Na enige tijd openbaarde zich voor mij een fascinerend en zeer actueel taalsociologisch drama van het soort waar ik wel eens wat over had gelezen. Zoals bijvoorbeeld bij de Welshmen in Groot-Brittannie of de Basken in Spanje, worden er in Friesland twee talen naast elkaar gesproken. Omdat bijna alle Friezen tweetalig zijn, krijgt de taal die op een gegeven moment wordt gebruikt een zekere lading, waarbij ook machtsverschillen een rol spelen. Waarom en in welke omstandigheden verkiest men de ene taal boven de andere? In zo'n situatie vormt de taal, bewust of onbewust, een zeer duidelijk symbool van de identiteit.

Dat dit drama met het Fries zich niet alleen in de provincie Friesland afspeelt, kon ik merken uit de reacties die ik nog altijd krijg als ik mensen uit de overige provincies vertel dat ik Fries studeer. Die lopen uiteen van felle uitbarstingen tegen de stijfkoppige Friezen tot aanmoedigende interesse. Sprekender echter is het lachen dat zich het vaakst voordoet, vergezeld met zo iets als 'Fries? Wat grappig!' Zulke reacties hebben ongetwijfeld een rol gespeeld bij mijn beslissing om een doctoraal-studie Friese taal- en letterkunde te doen.

Ik kom zelf uit een streek in de Verenigde Staten (de noordwest-kust) waar ongeveer zeventig jaar geleden met veel haast een begin werd gemaakt met het verzamelen van gegevens over de talen van verscheidene plaatselijke Indianenstammen. Dat gebeurde net op het nippertje, want het overlijdenssproces van die talen was al in het laatste stadium. 'Native-speakers' van veel voor de wetenschap heel interessante talen zijn er bijna niet meer.

Het idee dat de Indianen op zijn minst het recht hebben te worden onderwezen in en over hun eigen moedertaal was in die tijd nog ketters. Ik heb zelf met oudere Indianen gesproken die als kinderen streng werden gestraft voor het gebruik van hun eigen taal op de school in het reservaat. Ze werden zelfs soms een nacht opgesloten, zonder dat hun ouders het wisten. De Indianen-'taaltjes' dienden te worden uitgeroeid, en daarmee ook hun 'cultuurtjes'. Nu het te laat is, realiseert menigeen zich dat dat een groot verlies betekent.

Nederlanders moeten zich realiseren dat hun culturele erfgoed vanouds twee talen bevat. Het Fries is niet zo maar een uitvindinkje uit de tijd van de Romantiek. Het is een zich nog steeds ontwikkelende taal. Haar genealogie gaat ten minste evenveel eeuwen terug als die van het Nederlands. Dat het Fries nog altijd met verve wordt gesproken in een behoorlijk grote hoek van Nederland ligt niet alleen aan het politieke beleid van tegenwoordig. Het is eenvoudigweg voor de meeste Friezen vanzelfsprekend om Fries te spreken. Dat besef ik iedere keer als ik kinderen Fries hoor praten, praktisch overal waar ik kom in Friesland. Natuurlijk praten ze Fries. Met de grotere mobiliteit en uniformeringstendensen die de tegenwoordige politieke veranderingen op Europees niveau met zich mee brengen, zal zo'n vanzelfsprekendheid ongetwijfeld gaan afbrokkelen. Uiteindelijk zal dat evenzeer voor het Fries als voor het ABN gelden.

Natuurlijk moet men met zijn tijd meegaan. Maar dat hoeft niet per se ten koste te gaan van het cultuurgoed waaraan men zijn historische identiteit ontleent.

Opheffing

In deze tijd worden prioriteiten nog eens op een rijtje gezet. Geld is er nooit genoeg. Mijn oorspronkelijke verbazing over het feit dat het Fries niet op elke Nederlandse universiteit wordt gedoceerd, lijkt wel een beetje naief te zijn geweest, gezien de algemene houding in Nederland tegenover het Fries. Dat er nu, met oog op bezuinigingen, een plan is om de enige volledige studierichting Fries in de Randstad te doen verdwijnen, is mijns inziens nog veel naiever.

Het plan om de studierichting Fries aan de Vrije Universiteit helemaal op te heffen is zonder meer onverantwoordelijk zowel op nationaal als op internationaal niveau. Het komt er op neer dat de mogelijkheid tot een hoofdvakstudie van het Fries met de helft wordt verminderd, met alle gevolgen van dien. Nederland functioneert namelijk als het natuurlijke centrum van de Frisistiek.

Er is in verhouding tot het aantal Friestaligen een behoorlijke belangstelling voor het Fries in het buitenland. Dat er in 1984 in de Sovjet-Unie een grammatica van het Fries uitgegeven werd en dat nu een Japanse hoogleraar met het samenstellen van een Fries-Japans woordenboek bezig is, toont aan dat er in die landen serieuze interesse voor het Fries bestaat. Ook in landen als Duitsland, Groot-Brittannie, Italie, Frankrijk, Canada en de V. S. verschijnen regelmatig artikelen op het gebied van de Frisistiek.

De aandacht van buitenlandse wetenschapsmensen voor het Fries hangt sterk af van een levende Nederlandse Frisistiek. Als de studie van het Fries steeds minder ruimte krijgt binnen Nederland, is dat een groot verlies voor de taalwetenschap in het algemeen.

Het Fries is zo Nederlands als wat. Ook de niet-Friezen moeten dit belangrijke stuk van de Nederlandse cultuur serieus nemen.

    • Thomas S. B. Johnston