Sovjet-burgers vermoeid en bang voor de toekomst

MOSKOU, 1 nov. Nagenoeg niemand in de Sovjet-Unie heeft nog vertrouwen in de dag van morgen. Volgens een opiniepeiling die het instituut van de bekende sociologe Tatjana Zaslavkaja in september heeft uitgevoerd koestert nog slechts anderhalf procent van de Sovjet-burgers de hoop dat het morgen goed zal gaan. Vorig jaar was dit percentage nog ruim veertig procent. Het volk is 'bang en moe', aldus Zaslavkaja in een vraaggesprek met de Komsomolskaja Pravda.

De communistische partij, die wordt geleid door president Gorbatsjov, en de regering van premier Ryzjkov kunnen op iets meer vertrouwen bogen: beide haalden een score van veertien procent. Dat percentage komt overeen met dat van het aantal burgers dat nog iets ziet in de zogenoemde 'socialistische keuze' waartoe de CPSU zich in haar perestrojka naar een markteconomie heeft bekend. Dit zijn volgens Zaslavkaja echter bovenal ouderen.

De enige krachten die nog enig vertrouwen genieten, zijn de parlementen van de republieken die zich nu een voor een onafhankelijk verklaren en de orthodoxe kerk: respectievelijk 36 en 38 procent van de bevolking heeft vertrouwen in haar republikeinse volksvertegenwoordigers en de kerk.

In de grote steden Moskou en Leningrad, waar de politieke chaos het meest manifest is, is het aanzien van de kerk nog hoger. In beide miljoenensteden rekent maar liefst 52 procent op de geestelijke macht.