Projectgroep voor effectief optreden tegen zwartrijden

DEN HAAG, 1 nov. Een ambtelijke projectgroep zal uitzoeken hoe zwartrijden in het openbaar vervoer zo effectief mogelijk kan worden aangepakt. Voor de zomer van 1991 moet zij met voorstellen komen. Dit hebben de ministers Hirsch Ballin (justitie) en Maij-Weggen (verkeer) de Tweede Kamer laten weten.

De voorstellen moeten zowel voorzieningen bevatten die het zwartrijden zoveel mogelijk voorkomen als maatregelen om wanbetalers die er desondanks zullen zijn, daadwerkelijk te straffen.

In hun brief delen de ministers mee dat met ingang van vandaag officieren van justitie een boete van 195 gulden zullen eisen van zwartrijders die hun zaak voor de kantonrechter laten komen. Mocht een zwartrijder eerder op een transactievoorstel van de officier ingaan, dan kan hij er met een bedrag van 165 gulden afkomen. De zwartrijder die de boete meteen aan de controleur betaalt, is honderd gulden kwijt.

Daarmee zijn administratieve boete en strafrechtelijke afdoening beter op elkaar afgestemd. Eerder had Maij-Weggen wel de boetes voor het zwartrijden in het openbaar vervoer verhoogd, maar bleef het openbaar ministerie achter. Voor deze fout hebben de bewindslieden later in de Tweede Kamer het boetekleed aangetrokken.