'Praag heeft de macht, Praag kijkt op ons neer'; Slowaakse nationalisten winnen terrein

BRATISLAVA, 1 nov. 'Het huwelijk is mislukt, we moeten onmiddellijk van de Tsjechen scheiden.' De Slowaakse nationalistische leider Vitazoslav Moric praat zo'n honderd jongeren moed in die in hongerstaking zijn gegaan uit protest tegen een onlangs aangenomen taalwet. De kalende en nogal fanatieke Moric, de onbetwiste leider van de Slowaakse Nationale Partij (SNS), geeft de strijd niet op: hij roept zijn aanhangers op acties voor te bereiden die de breuk van Tsjechoslowakije versnellen. 'Slowakije is in 1918 uit vrije wil samengegaan met de Tsjechische Landen. We hebben het recht weer uit vrije wil uit elkaar te gaan'.

In Slowakije is de geest van het nationalisme uit de fles. De SNS, die bij de verkiezingen van juni onverwachts veertien procent van de stemmen kreeg, wint steeds meer terrein. Recente prognoses geven de SNS 25 procent van de stemmen, het zelfvertrouwen van de nationalisten groeit. De eerste symbolische strijd om de taalwet is vorige week gestreden: het Slowaaks wordt de officiele taal van de deelrepubliek, met bijzondere faciliteiten voor de Hongaarse minderheid in Zuid-Slowakije. Teveel facioliteiten, vonden en vinden veel Slowaken. Tachtig van hen gingen in hongerstaking, een actie die ze pas gisteren, na een week, beeindigden, en dan nog voorlopig.

De debatten over een nieuwe verdeling van de competenties tussen de federatie in Praag en de deelregering in Bratislava worden dezer dagen gevoerd. De deelregering probeert de nationalisten wind uit de zeilen te nemen en wil de overheveling van bevoegdheden naar Bratislava al voor het eind van het jaar realiseren. Maar de nationalisten eisen meer: zij sturen aan op de breuk van Tsjechoslowakije, op een onafhankelijk Slowakije. 'De SNS wil de opstelling van een nieuwe grondwet voor Tsjechoslowakije in 1993 niet meer afwachten. Wat ons betreft bestaat er dan geen Tsjechoslowakije meer', zegt Moric vastberaden.

Het nationalisme in Slowakije blijft niet beperkt tot de burelen van de SNS en de borreltafel. De grieven van de Slowaken ten opzichte van de Tsjechen zijn diep geworteld, het vertrouwen in de federale regering van Praag is gering. De Slowaken voelen zich als onderbetaalde toeleveranciers van de industrie in de Tsjechische landen: zij maken halffabrikaten, de Tsjechen zetten de produkten in elkaar en verkopen ze in het buitenland.

De Tsjechen reageren met onbegrip op de kritiek: zij 'subsidieren' de arme Slowaken immers. Van wederzijds begrip is zelden sprake, de fricties groeien. 'In dit land zijn Slowaken altijd tweederangs burgers geweest', zegt Jozef Horsky, de rechterhand van Moric. Horsky, inmiddels gepensioneerd, werkte als ingenieur jarenlang in het buitenland voor Tsjechoslowaakse bedrijven. In mei heeft hij zich bij de SNS aangesloten. 'De Tsjechen werken mij op de zenuwen. Ik was altijd de enige Slowaak, ik telde niet mee. De Tsjechische collega's verdeelden de mooie banen, hielden elkaar de hand boven het hoofd. Voor een Slowaak is er bij de Tsjechoslowaakse bedrijven of ambassades doorgaans plaats als chauffeur of tuinman.'

Veel Slowaken voelen zich miskend, achtergesteld, gediscrimineerd. Van de autonomie die de Slowaken in 1918 was beloofd kwam niet veel terecht, na de Tweede Wereldoorlog werden Slowaakse nationalistische leiders per definitie door de communisten afgeschilderd als collaborateurs en fascisten. Bovendien was de federatie, die in 1968 dan eindelijk werd ingevoerd, een wassen neus. Praag bleef het machtscentrum van het land, Slowakije bleef de uithoek. Weliswaar werden Praag en Bratislava met elkaar verbonden door een moderne autosnelweg, maar het vele beton nam de klachten niet weg. Onder de Slowaken ontwikkelde zich een gevoel van minderwaardigheid ten opzichte van Tsjechen. Slowakije was immers het land van 'de boeren, de armoede'. Praag was het culturele centrum van het land, de stad waar de kunst, de literatuur en de muziek werden gemaakt. Bratislava had een universiteit, maar verder was er niets.

'Tsjechoslowakije is een kunstmatige staat. In 1918 werden twee ongelijke gebiedsdelen aan elkaar geschroefd', zegt Horsky. 'Maar het experiment is mislukt.' Slowakije stond van 896 tot 1918 onder Hongaars bestuur, terwijl Bohemen en Moravie sinds 1620 vanuit Wenen werden bestuurd. De onvrede onder de Slowaken over hun plaats in Tsjechoslowakije groeide sterk in het interbellum omdat de beloofde autonomie uitbleef.

Een goede voedingsbodem voor Adolf Hitler die de Slowaakse nationalisten voor het karretje spande bij het demonteren van Tsjechoslowakij: Slowakije werd in 1939 voor het eerst een 'onafhankelijke staat', aangevoerd door de Slowaakse nationale leider Josef Tiso. Het Slowaaks nationalisme kwam daarmee in het vaarwater terecht van het nationaal-socialisme, en stond in een kwade geur.

Voor het eerst vierden dit jaar honderden Slowaakse nationalisten de verjaardag van Tiso in zijn geboortedorp Banovce nad Bebravou. 'Frankrijk had in de oorlog een regering in Vichy. Hebben de Fransen daarmee het recht op onafhankelijkheid verspeeld? De communisten misbruikten Tiso om Slowakije zwart te maken. Wij eisen een onafhankelijk historisch onderzoek naar die periode', zegt Horsky. 'Vanuit Praag wordt nu weer een campagne tegen de Slowaakse nationalisten gevoerd. De Tsjechen schilderen ons in het buitenland af als fascisten, ze drukken ons in de hoek.'

De Slowaakse nationalisten strijden tegen het machtscentrum Praag, tegen het 'Pragisme'. 'Praag heeft de macht, Praag kijkt op ons neer. De Tsjechen kijken op naar de Oostenrijkers en de Duitsers, maar Slowaken vinden ze een armzalig Balkan-volkje. Ze proberen ons buiten Europa te houden', zegt Horsky. Maar in het Praagse machtscentrum zaten en zitten ook Slowaken. De communistische ex-president Gustav Husak is Slowaak, evenals de huidige voorzitter van het parlement, Alexander Dubcek, en de huidige premier, Marian Calfa. 'Die mensen zijn helemaal geassimileerd in Praag, aanhangers van het 'Tsjechoslowakisme'. Dat is de enige manier om in de hogere echelons van Tsjechoslowakije te komen. Zulke Slowaken in de Praagse nomenklatoera zijn erger dan de ergste Tsjechen'.

De klachten van de SNS lijken overdreven, en hun doelen (een onafhankelijk Slowakije met een eigen Slowaaks leger dat het land naar 'alle richtingen' kan verdedigen) zijn niet bijzonder realistisch. Een staat van vijf miljoen mensen omringd door grote buurstaten en bedreigd door interne spanningen fricties tussen Slowaken en de Hongaarse minderheid in Slowakije verscherpen zich is niet levensvatbaar.

Maar hun grieven zijn niet ongegrond: de onevenwichtigheid in Tsjechoslowakije is evident. Als de regering in Praag Slowakije niet daadwerkelijk laat emanciperen, wordt Tsjechoslowakije een zwak en verdeeld land of een gebroken staat. 'Slowakije moet een eigen identiteit krijgen, zelfrespect', zegt Peter Tatar die namens de grootste politieke formatie, Publiek tegen Geweld (VPN) de Slowaakse evenknie van Burgerforum in het presidium van het deelparlement zit. 'Er bestaat een a-symetrie in dit land. Tsjechoslowakije heeft een originele federatie nodig waarbij essentiele competenties in Bratislava terechtkomen.' Tatar is een van de ontwerpers van een voorstel waarbij de competenties opnieuw worden verdeeld: de federale regering in Praag houdt alleen nog buitenlandse politiek, defensie en het monetaire beleid. 'Een echte federatie is het enig mogelijke. Al het andere is demagogie en hysterie van de straat', zegt Tatar, die echter twijfelt bij de vraag of er in Slowakije een referendum moet worden gehouden over de nationale vraag. De populariteit van het VPN daalt, die van de SNS stijgt.

De economische hervormingen uit Praag hebben tot nu toe geleid tot hogere prijzen en een hogere werkloosheid. Veel Slowaken geven de Praag de schuld, de SNS wakkert het vuurtje aan. Voor Moric speelt de tijd in zijn voordeel. 'Hoe langer de regering aarzelt, hoe groter onze kansen.'