Oranje poefs en glooiende banken

In een voormalige bierbrouwerij vlakbij het centrum van Maastricht zetelt Artifort, het honderd jaar oude, prestigieuze meubelbedrijf van de familie Wagemans. Het zijn vooral de rust en het evenwicht in de collectie die aan Italiaanse meubelmakers doen denken. De meubelen van Artifort zijn niet luidruchtig of opdringerig, noch willen ze ten koste van comfort een 'filosofie uitdragen'. In de showroom krijgen de sobere bureaustoelen van Geoffrey Harcourt evenveel aandacht als de meesterwerken van Kho Lidney Ie: niets staat hier uitsluitend om een bedrijfsimago hoog te houden. Modellen die niet aanslaan bij het publiek, worden zonder pardon uit de showroom verwijderd. Ook al zijn de ontwerpers wereldsterren.

Ter gelegenheid van Artiforts honderdste verjaardag hebben drie vrijwilligers een tentoonstelling ingericht waarmee de ontwikkeling van het Artifort meubilair zichtbaar wordt gemaakt. Gedurende de afgelopen twee jaar hebben Ewald Jamin, Loes Schwenke en Sje Weijnen zoveel mogelijk oude en nieuwere modellen van Artifort uit alle hoeken van Nederland opgespoord en naar de kelder van de tentoonstellingsruimte gebracht. Want de stoffige zolder van de bierbrouwerij bleek lang niet alle stoelen, banken, catalogi en briefpapier uit de verschillende perioden van het bedrijf te bergen.

Wat maakt de Artifort meubelen uniek? Wie langs de prachtig ingerichte en bijna volledige verzameling loopt, wordt getroffen door de haast superieure ontwerpen van Pierre Paulin en Geoffrey Harcourt uit de jaren zestig. Niet gehinderd door de burgerlijke normen van die tijd, lijken de twee ontwerpers met hun meubels te refereren aan een 'Nieuwe Tijd' die zich tot dan toe voornamelijk in de architectuur en kunst had geopenbaard.

Pierre Paulin ontwierp wat hem goed dunkte, bekommerde zich niet om benepen conventies en boog metaal tot een opvallende vorm die hij vervolgens met elastisch stof bespande. Aan die ontwerpen kwam geen poot, geen spijker, nog geen lijm te pas. De constructie van het buisframe met vrijwel naadloos de bekleding daar overheen, werd tot die tijd bijna uitsluitend voor de auto-industrie gebruikt.

Een van Paulins mooiste meubels is de abcd-bank uit 1968. De zachte glooiingen in de zittingen lijken met de hand gevormd alsof het materiaal geen kunststof maar klei was. Bekend is ook de fauteuil die hij een jaar eerder ontwierp en die doet denken aan een half opgerichte slang. De sculpturale vormen verraden Paulins achtergrond als beeldhouwer. De directie van Artifort moet wel een opvallend gevoel voor vorm en trends hebben gehad. Andere meubelfabrikanten hebben Paulins meubelen lange tijd niet durven maken, uit angst met de hele voorraad te blijven zitten.

De 'doorbraak' van Artifort als producent van moderne meubelen had zich een paar jaar daarvoor voltrokken, met de toetreding tot het bedrijf van Khu Liang Ie als esthetisch adviseur en ontwerper. Het was het begin van een aantal spannende jaren waarin Artifort met de fraaie oranje poefs (Pierre Paulin), de strakke grijze banken (Gerrit Rietveld), en de bank in de vorm van een halve S (Geoffy Harcourt) de strijd aanbond met het zwaarlijvige dressoir, het gecapitonneerde velours en het teakhout. De prachtig gewelfde stoelen, de nostalgische kuipstoeltjes, de witte kunststoffen fauteuiltjes met uitneembare zitting en de artistieke Ribbon chair: ze zijn allemaal van diverse Hollandse zolders geplukt en naar Maastricht gebracht. Een bekend beeldend kunstenaar (Jan Dibbets) bleek over een uniek exemplaar van een Rietveld Artifort bank te beschikken en wilde die voor de ruil van een nieuwe bekleding wel uitlenen. Niet ver van de bank staat een vitrine met daarin een verkleurde tijdschriftenadvertentie. Een zwaar opgemaakt model met lange haren en zwarte coltrui, nestelt zich bevallig in een oranje Artifort tv-stoel. Helaas stokt de tentoonstelling bij de jaren tachtig. Het plateau waarop de meubelen van de afgelopen tien jaar zijn opgesteld, maakt een wat bijeengesprokkelde indruk. Er staan wat bureaustoelen, er is een stoel van de jonge Marcel Wanders, maar geen van hen getuigt van de aantrekkingskracht van de jaren daarvoor. De broze balans tussen het zuiver functionele en het meer esthetische meubilair, die spanning die ook in de showroom merkbaar was, lijkt hier verstoord. Heeft dat te maken met het overlijden van Kho in 1975, waarna het bedrijf naar eigen zeggen in een soort impasse raakte?

Ook de directie van Artifort lijkt zich te realiseren dat de afgelopen jaren de aandacht misschien iets teveel lag bij de neutrale meubelen voor kantoren, vliegvelden en hotels. Tijdens de opening van de tentoonstelling, kondigde directeur Wagemans aan dat onder leiding van Borek Sipek een aantal architecten en ontwerpers tekenen aan een eventueel nieuwe collectie van Artifort. Volgend jaar april zullen de eerste resultaten te zien zijn tijdens de meubelbeurs van Milaan. Net als zijn vader vertrouwt nu ook Enry-Jean Wagemans een belangrijk deel van de toekomst van zijn bedrijf aan een buitenstaander toe. Is Sipek de nieuwe Kho Liang Ie, de ontwerper die het bedrijf een nieuw elan zal bezorgen? De barokke, frivole stijl van bij voorbeeld George Sowden en Ron Arad (twee van de acht genodigden) staat in scherp contrast met het ingetogen Artifort karakter. De twee Engelse ontwerpers zijn bekend om hun extraverte ontwerpen die steevast hun persoonlijke signatuur dragen. En het is de vraag of Artifort opgewassen zal zijn tegen de inmenging van acht ontwerpers van internationaal kaliber. Al is het niet waarschijnlijk dat Wagemans jr., zijn collectie zal aanvullen met meubelen die niet van de zogenaamde 'Artifort-indentiteit' getuigen

Aan het slot van de tentoonstelling is een hoge witte stoel uit 1985 te zien, die speciaal werd gemaakt voor Paus Johannes Paulus toen hij in 1985 het vliegveld Beek bezocht. Ernaast staat een stoel die Artifort ontwierp voor het bezoek van koningin Juliana aan Maastricht in 1948. Anders dan men zou verwachten wordt niet de stoel van Johannes Paulus maar die van de koningin gebruikt voor de jaarlijkse bedrijfs-sinterklaas. Uit pieteit voor de paus. Want ondanks alle grootvaderlijke allure is het bedrijf tot grote opluchting van het personeel altijd Limburgs en goed katholiek gebleven.