Opkomst en verval van Cincinnati

VLAARDINGEN, 1 nov. 'Een mijlpaal in de industriele ontwikkeling', jubelde het Rotterdams Nieuwsblad van 15 juni 1954 bij de officiele opening van de Vlaardingse slijpmachinefabriek Cincinnati door prins Bernhard en dr. J. Zijlstra, toen minister van economische zaken. Na jarenlange verliezen werd vorige week bekend dat de enige Nederlandse fabriek voor industriele machines, een van de grootste Amerikaanse investeringen tijdens de naoorlogse wederopbouw, definitief de poorten sluit.

De ondernemingsraad hoopt de komende dagen in gesprekken met de directie te vernemen op welke termijn de fabriek dichtgaat. 'De werknemers zijn nu nog gewoon aan het werk terwijl ze weten dat de tent wordt gesloten', vertelt voorman Post, al 21 jaar werkzaam bij Cincinnati. 'Het is gewoon aandoenlijk te zien hoe toegewijd deze mensen zijn, ondanks alles wat ze in de afgelopen jaren moesten verduren.'

'De Amerikanen hebben deze unieke fabriek binnen enkele jaren moedwillig om zeep gebracht.' De woedende aanklacht van Wiebe Gouma, voorzitter van de ondernemingsraad, galmt door de imposante entree van de Cincinnati-fabriek, die kan worden beschouwd als een fraai staaltje van industriele architectuur.

Het begon zo hoopvol, 36 jaar geleden. The Cincinnati Milling Machine Co., toen en nu de grootste fabrikant van industriele machines in de wereld, zocht naar een geschikte vestigingsplaats op het Europese vasteland. Na langdurig lobbyen van het gemeentebestuur werd Vlaardingen uitverkoren. De Amerikanen investeerden ruim tien miljoen gulden, voor die tijd een zeer aanzienlijk bedrag, in een hypermoderne fabriek waarmee de Europese markt kon worden veroverd.

Met feestgedruis en veel hoge gasten werd de Nederlandse vestiging in gebruik genomen. Prins Bernhard sprak over 'een belangrijke schrede op weg naar de industrialisatie van Nederland'.

Tijdens de jaren vijftig en zestig bezochten president-directeuren van het Amerikaanse moederbedrijf regelmatig de Nederlandse vestiging. 'De ervaringen hier opgedaan, doen mij de toekomst van het Nederlandse bedrijf met optimisme tegemoet zien. Met de Nederlandse arbeider hebben wij zeer goede ervaringen', vertrouwde president-directeur F. V. Geier op 17 oktober 1955 het Rotterdams Nieuwsblad toe.

Begin jaren zestig werd het aantal produkten uitgebreid. Aanvankelijk werden frees- en draaibanken geproduceerd, later kwamen daar computergestuurde draaibanken bij. Het aantal werknemers steeg gestaag tot meer dan achthonderd man.

Voorman Post: 'Cincinnati organiseerde jaarlijks een 'family-day', uniek voor Nederland. Familieleden van trotse werknemers konden een kijkje nemen bij het bedrijf. Ook werd regelmatig samenzang georganiseerd, waarbij freezers, draaiers en slijpers de directeur een obade brachten.'

Tijdens de glorietijd in de jaren zestig en zeventig herbergde de fabriek ruim achthonderd werknemers. Anno 1990 bevolkt het schamele aantal van 140 man de veel te ruime fabriekshallen. 'Toen het slecht ging moest de vestiging in Nederland het harde gelag betalen', meent OR-voorzitter Gouma.

Halverwege de jaren zeventig begon de neergang van Cincinnati. Na de oliecrisis van 1974 kelderden wereldwijd de verkopen van het moederbedrijf Cincinnati Milacron, dat steeds meer concurrentie ondervond van Japanse bedrijven die veel sneller tegen sterk concurrerende prijzen konden leveren. De levertijd van Amerikaanse machines bedroeg vaak meer dan twee jaar.

Cincinnati Milacron trok in de loop van de jaren steeds meer produktie terug uit Nederland. De fabricage van industriele robots en machines die plastic in vorm persen werd beeindigd. Nadat twee jaar geleden de produktie van zogenoemde numeriek gestuurde bewerkingscentra naar het Engelse Birmingham werd verplaatst, maakte de Nederlandse vestiging alleen nog maar centerloze slijpmachines.

De afgelopen vijftien jaar kregen honderden werknemers van de vestiging in Vlaardingen te horen dat ze werden ontslagen. Tien jaar geleden was het aantal werknemers geslonken tot minder dan tweehonderd. 'In 1979 werd de laatste family-day gehouden. Toen hadden we geen behoefte meer om de directeur toe te zingen', herinnert OR-voorzitter Gouma zich hoofdschuddend.

Twee jaar geleden wisten de werknemers op het nippertje te verhinderen dat de Amerikanen de fabriek zouden sluiten. 'Een van onze mensen onderschepte het faxbericht uit de VS. Zodoende konden we snel handelen', vertelt Gouma. Een delegatie van werknemers reisde naar het hoofdkwartier van het concern in Cincinnati en overtuigde president-directeur D. J. Meyer dat de vestiging in Vlaardingen een laatste kans verdiende.

Meyer stelde in 1988 als voorwaarde dat de Nederlandse vestiging, die sedert midden jaren zeventig met verlies draait, in twee jaar winstgevend zou zijn. Hoewel het verlies dit jaar werd teruggebracht van zeven miljoen gulden tot negen ton was de Amerikaanse directie niet onder de indruk.

De werknemers hebben het boze vermoeden dat de Amerikanen het Vlaardingse bedrijf met zijn fraaie machines twee jaar hebben laten doordraaien als een soort showroom voor Europese afnemers. Gouma: 'Een teken aan de wand was dat de Nederlandse directeur twee jaar geleden werd opgevolgd door de Amerikaan Breckenridge, die nu nog geen woord Nederlands spreekt. Een aardige man, die onze fabriek moest sluiten.'

Cincinnati Milacron ziet kennelijk geen brood meer in de produktie van dure centerloze slijpmachines in Vlaardingen, die aan elke individuele wens van de klant worden aangepast. 'Wij gaan ons in navolging van de Japanners meer richten op het ontwerpen van standaardprodukten', zei president-directeur Meyer twee weken geleden in een vraaggesprek met het Duitse vakblad Produktion.

Het Amerikaanse bedrijf ziet grote groeikansen op de West- en Oosteuropese markt. 'We hebben daarvoor een fabriek op het continent nodig', vertelde Meyer het Duitse blad, voorbijgaand aan de vestiging in Vlaardingen. Cincinnati Milacron zal volgens de president-directeur zo snel mogelijk een fabriek in Duitsland bouwen. De Amerikaanse directeur van Cincinnati in Vlaardingen weigert elk commentaar.