NEDERLANDS KOSTUUMMUSEUM TOONT NIEUWE AANWINSTEN; Een hoedals een neergestreken vogel

'Deze week keek ik toevallig naar Derrick op de televisie. Stapt daar plotseling een vrouw het beeld binnen met precies deze jurk aan. Dat vond ik nou een treffende ondersteuning van ons aankoopbeleid.' Ietse Meij, conservatrice van het Nederlands Kostuummuseum te Den Haag, wijst naar een bronskleurige deux-pieces van de beroemde Japanse ontwerper Issey Miyake. De jurk is uitgevoerd in zogenaamde 'Mercurius-plooien', geperste vouwen, die haaks op verschillende plisserichtingen staan en het geheel een sculpturale allure geven.

Pas kort geleden is dit futuristisch uitziende ontwerp door het Kostuummuseum aangekocht. Nu is het samen met andere recente aanwinsten (zowel moderne haute couture als confectie) te zien op een kleine presentatie in het Haags Gemeentemuseum. Ietse Meij zegt over deze aankoop: 'Miyake is een zo belangrijk ontwerper. Die moet je in je collectie hebben. We hebben weinig geld, maar ik zou het mezelf nooit vergeven als ik geen Miyake had gekocht.'

Tegelijkertijd werd een andere creatie van de Japanse ontwerper in de wacht gesleept: een zwart broekpak, waarbij op de plaats van heup- en kniegewrichten dwarse 'bamboeplooien' zitten. Deze plooien kunnen beurtelings in- en omgevouwen worden en lijken daardoor op de ribbels van bamboescheuten. Beide ontwerpen zijn van glanzende polyester en volgens Ietse Meij ideaal als reiskleding. 'Ze zijn bedoeld om in je koffer te doen als een rolletje, zo soepel en opvouwbaar is de stof.'

Naast deze blikvangers zijn op de presentatie eveneens aanwinsten van Nederlandse bodem te zien. De ontwerpster Maria Blaisse, die overigens meewerkte aan Miyake's lentecollectie van 1988, is vertegenwoordigd door een bolvormige hoed gemaakt van ananasvezel, met aan weerszijden lange flappen. 'In een vitrine lijkt het ontwerp net een neergestreken vogel', vindt Meij, 'Maar als je hem draagt, valt hij heel soepel, als een sluier. Ik moet soms aan de vliegende non denken.'

Ook van minder bekende couturiers heeft het Nederlandse Kostuummuseum onlangs ontwerpen verworven. Zo zijn er twee ensembles van Maurits Dingeldein en een handbeschilderde regenmantel en zijden baljurk van Achmed Millarson. Van de jonge buitenlandse ontwerpers krijgen de vrolijke hoedjes van de Joegoslavische Stasha Chimbur Drinovac en een gouden jurk van de Italiaan Francesco Andoloro alle aandacht.

Deze laatste werd door Ietse Meij toevallig tijdens een ontwerpwedstrijd in Parijs ontdekt. De opdracht luidde 'vrouwenkleding voor een vernissage in een wereldstad tijdens het middaguur'. Andoloro's ontwerp viel geheel uit de toon: 'Deze jurk kwam binnen en ik dacht: dit is een schitterende avondjurk, maar heeft niets met een vernissage te maken. Toch sprong het ontwerp eruit. De uitvoering was af'. De jury had het er moeilijk mee. Na twee uur verhit vergaderen, won een gewoon mantelpakje de hoofdprijs, maar Francesco Andoloro kreeg een ad hoc ingestelde aanmoedigingsprijs, en nu dan een plaatsje in het Haagse Kostuummuseum.

Ietse Meij ziet met de thans gepresenteerde aankopen de toekomst vol vertrouwen tegemoet. Na de deining die er dit jaar geweest is rondom het voortbestaan van de kostuumcollectie als onderdeel van het Haags Gemeentemuseum, weet ze nu te melden dat binnenkort in een vleugel van het gebouw ruimte vrijkomt. Daar zal steeds een deel van de collectie te zien zijn in drie grote tentoonstellingen per jaar. De huidige presentatie, die tot 18 november te zien is, beschouwt ze dan ook als een 'tussengiftje' van wat er in de toekomst gaat gebeuren.

Haags Gemeentemuseum, Stadhouderslaan 41, Den Haag. T/m 18 nov. Di. t/m zo., 11-17u.