Lubbers is bereid tot toelichting op discussie met Van den Broek

DEN HAAG, 1 nov. Premier Lubbers is bereid schriftelijk opening van zaken te geven over de discussie tussen hem en minister Van den Broek van buitenlandse zaken over de bevoegdheden van de premier op het terrein van de buitenlandse politiek. Dat heeft hij gisteren in de Tweede Kamer toegezegd naar aanleiding van verzoeken van de kamerleden Van Mierlo (D66) en Weisglas (VVD).

In het bijzonder Van Mierlo drong er op aan dat het kabinet over deze kwestie met een eensluidend stuk komt, omdat hij vreest dat anders in het buitenland een ongewenst beeld onstaat van de competentie en het gezag van de beide ministers. Volgens Van Mierlo gisteren in de Kamer is er een 'pijnlijk probleem' ontstaan. 'Het buitenland denkt nu: is er iets mis met het gezag van de Nederlandse premier?'

De controverse tussen Lubbers en Van den Broek is deze week aan het licht gekomen nadat een briefwisseling in het kabinet was uitgelekt. Lubbers wil, 'binnen de grenzen van een goede maatvoering', zoals hij het noemt, eigen bevoegdheden op buitenlands politiek terrein: coordinerend, initierend en superviserend. Van den Broek vindt in een reactie dat de premier daarmee een zodanig onduidelijke situatie creeert ten aanzien van de taak van de minister van buitenlandse zaken en diens ministeriele verantwoordelijkheid 'dat een een ander binnen het kader van de constitutionele praktijk niet aanvaardbaar is'.

Premier Lubbers zette gisteren uiteen dat het de minister van binnenlandse zaken, mevrouw Dales, is geweest die onlangs in het kader van de studie van de commissie-Deetman over de staatsrechtelijke verhoudingen een gespreksnotitie binnen het kabinet heeft rondgestuurd. 'De minister van buitenlandse zaken en ik hebben daar een bepaald commentaar op geleverd en dat zullen wij te gelegener tijd wel eens bespreken. Dat is dus geen acuut probleem', zei hij, er aan toevoegend dat hij ook verder 'geen problemen te melden had die er niet zijn'.

Weisglas, die tijdens een debat over de EG-topconferentie waarin Lubbers als minister van buitenlandse zaken ad interim optrad, de premier tot deze uitspraken verleidde, sprak zelf van een 'knetterende ruzie' tussen de beide bewindslieden. Lubbers ontkende dat, waarbij hij zich beperkte tot de uitspraak: 'Sinds 1982 werk ik al samen met minister Van den Broek.'

Het is niet onwaarschijnlijk dat het kabinet morgen in zijn wekelijkse beraad aandacht aan deze kwestie zal besteden. Vanavond komt ook minister Van den Broek terug uit Ierland, waar hij koningin Beatrix op een staatsbezoek heeft begeleid.

De oud-ministers van buitenlandse zaken Schmelzer (CDA) en Van der Klaauw (VVD) hebben woensdag verklaard weinig heil te zien in verandering van de verhouding tussen de premier en zijn ministers. Voor de minister-president blijft volgens Schmelzer gelden dat hij bij zijn optreden buiten de deur 'in beginsel is gebonden aan een door de ministerraad vastgesteld en grotendeels door buitenlandse zaken voorgecoordineerd mandaat'.

'Goed samenspel, ordening en soms een zekere sturing' is aldus Schmelzer het enige dat nodig is om als kabinet naar buiten toe een gezicht te hebben. Daarvoor zijn naar de mening van Schmelzer mogelijkheden genoeg, zodat 'aan nieuwe formele bevoegdheden in de Nederlandse verhoudingen geen behoefte bestaat'.