Lijfrente

Waarschijnlijk kan men niet alleen dit jaar, maar ook nog volgend jaar profiteren van de huidige hoge lijfrente-aftrek. Dit blijkt uit mededelingen van het ministerie van financien.

Afgelopen vrijdag is de ministerraad akkoord gegaan met een wijziging in de regels voor de aftrek van lijfrentepremies. Voor de meeste mensen zal de maximale fiscale lijfrente-aftrek worden teruggebracht van ruim 17.000 gulden tot 10.000 gulden per jaar. Alleen degenen die een hogere premie moeten betalen om aan een behoorlijke pensioenvoorziening te komen zijn straks beter af. Voor hen wil het kabinet zelfs een hogere grens dan de huidige 17.000 gulden hanteren.

De maatregel moet uiteindelijk 50 miljoen gulden per jaar opleveren. Voor 1991 zal hij de schatkist alleen geld kosten en wel zes miljoen gulden voor extra belastingambtenaren. Het is evenwel waarschijnlijk dat de voorstellen in 1991 heel wat meer zullen kosten. Kok is namelijk verstrikt geraakt in de ingewikkelde problemen rond de terugwerkende kracht. Hij wilde oorspronkelijk de vrijdag aan de Tweede Kamer voorgestelde regeling laten terugwerken tot de dag waarop zij bij persbericht was aangekondigd (15 oktober). Dit 'regeren bij decreet' kwam hem op veel kritiek te staan. Hij heeft nu ook bij persbericht een interpretatie aan deze terugwerkende kracht gegeven waardoor er wat scherpe kantjes van af worden gehaald.

Iedereen mag overeenkomstig de huidige wettelijke bepalingen premies blijven aftrekken, totdat de wet in werking treedt. Hij gaat er vanuit dat dit op 1 januari 1991 het geval zal zijn. In dat geval heeft zijn interpretatie geen onvoorziene financiele gevolgen. Maar hoe realistisch is deze veronderstelling?

Kok heeft de wetsbepalingen, die de overgang van het oude naar het nieuwe systeem moeten regelen, 'in dit stadium' nog niet naar de Tweede Kamer gezonden. Volgens schema staan we daar evenwel vlak voor de mondelinge behandeling, dus in welk stadium de Tweede Kamer de nieuwe overgangsregels dan wel moet krijgen, is niet duidelijk. Voorzitter mr. H. E. Koning van de Vaste commissie voor financien betwijfelt hoe dan ook of de Tweede Kamer de voorstellen op heel korte termijn kan afhandelen.

De commissie gaat deze week zelfs bekijken of het drastisch herziene wetsvoorstel nog wel meteen in de voltallige Kamer besproken kan worden. Vermoedelijk zal zij kiezen voor een verdere voorbereiding van het wetsvoorstel in de in deze onderwerpen gespecialiseerde Kamercommissie. Koning voorziet dat alleen een voor het grote publiek onbelangrijk technisch deel van de Brede herwaardering de zogenaamde egalisatiereserve voor verzekeringsmaatschappijen op 1 januari 1991 zal ingaan. De rest zou dan pas op 1 juli 1991 in werking treden.

Dat is overigens precies wat staatssecretaris Van Amelsvoort volgens onbevestigde mededelingen al tegenover de gezamenlijke verzekeraars heeft geopperd. Zo'n tijdschema maakt een redelijke kans in de Eerste Kamer, waar de invloedrijke CDA-senator Christiaanse heeft laten weten zich hard te zullen maken voor een invoeringstermijn van tenminste een half jaar.

Als de regeling inderdaad pas in de loop van volgend jaar wordt ingevoerd, zal iedereen die een contract heeft afgesloten na 15 oktober 1990, niet alleen in 1990 maar ook in 1991 nog van de bestaande aftrekmogelijkheden kunnen profiteren. De betaaldatum van de premie moet dan liggen voor de datum waarop de nieuwe wet in werking treedt. Wie evenwel in aanmerking wil komen voor de extra aftrekmogelijkheden die de nieuwe wet te bieden heeft, moet de premie juist na de inwerkingtreding betalen. Zo biedt de Brede herwaardering naast alle verwarring ook voor elk wat wils.