Kritiek Raad van State op interimwet politie

DEN HAAG, 1 nov. De Raad van State heeft forse kritiek op de interimwet voor de reorganisatie van het politiebestel. Volgens de raad grijpen de maatregelen uit de interimwet zo diep in dat een onomkeerbaar proces in werking wordt gesteld. Omdat nog te onduidelijk is hoe het nieuwe politiebestel er in de eindfase uit zal zien, vindt de raad dat het wetsvoorstel daarom in deze vorm nu niet moet worden ingediend.

De Raad van State heeft het negatieve advies op 26 oktober uitgebracht aan de ministers Hirsch Ballin van justitie en Dales van binnenlandse zaken die samen verantwoordelijk zijn voor de vernieuwing van het politiebestel. Met behulp van de Wet tijdelijke voorzieningen reoganisatie politiebestel zoals de interimwet formeel heet, willen de twee bewindslieden al op 1 januari een begin maken met veranderingen in het bestaande politiebestel. Een woordvoerder van justitie gaat er van uit dat de ministers de interimwet geheel volgens het tijdschema over een paar weken naar de Tweede Kamer zullen sturen.

Een van de meest in het oog springende wijzigingen in de interimwet is het instellen van politieregio's en het geven van bevoegdheden aan de burgemeester van de zogenoemde centrumgemeente in die regio. De raad noemt het 'uitzonderlijk' dat de burgemeester van de centrumgemeente de bevoegdheid krijgt aanwijzigingen te geven aan een collega uit een gemeente in de regio. 'Niet ondenkbaar is dat de hantering (van die bevoegdheid-red.) die verhoudingen plaatselijk zal schaden', schrijft de raad.

Volgens de raad zal de burgemeester die de aanwijzing krijgt, zich niet meer volledig tegenover de plaatselijke gemeenteraad kunnen verantwoorden. De burgemeester van de centrumgemeente kan wel door zijn gemeenteraad ter verantwoording worden geroepen voor de aanwijzing, maar dan 'geschiedt het niet tegenover het forum dat de zaak aangaat', aldus de raad. Het advies noemt dit een 'verlies aan democratisch gehalte', dat om nadere uitleg vraagt.

De raad schrijft dat tijdelijke maatregelen alleen aanvaardbaar zijn, 'indien de zekerheid bestaat dat een goed op die ingrepen aansluitende, reorganisatie van de politie op redelijke termijn wettelijk gestalte zal krijgen. Het is de vraag of die zekerheid thans reeds in voldoende mate bestaat.' De raad zegt 'het elan' waarmee Hirsch Ballin en Dales de reorganisatie ter hand hebben genomen niet te onderschatten, maar wijzen er op dat in het verleden vaker 'ver strekkende denkbeelden politiekringen, gewestelijke politie, provinciale politie hebben gecirculeerd.(...) Geen van deze pogingen heeft het tot verwezenlijking gebracht'.