Kok: bevolking wordt op de proef gesteld

Hierbij enkele citaten uit de toespraak van minister Kok.

'De omvang van de door het kabinet op te lossen meerjarenproblematiek is groot. De cijfers zijn in de Miljoenennota opgenomen, aangevuld met de gevolgen van de nu veel hogere rente dan ten tijde van het regeerakkoord werd verondersteld. Bovenop deze al bekende problematiek kunnen de gevolgen komen van nadere tegenvallers in de belastingopbrengsten en aan de uitgavenkant, van een loonontwikkeling die boven de thans gehanteerde veronderstellingen zou kunnen uitgaan en van een eventuele vertraging in het tempo van economische groei. Het heeft vandaag weinig zin om een optelsom te maken van de 'vaste' en de 'bewegende' delen van de meerjarige budgettaire problematiek (daarvoor zijn de bewegende delen te bewegelijk), maar een ding is wel zeker: de operatie waarvoor wij staan is zeer ingrijpend, de budgettaire en economische omstandigheden dwingen ons daartoe en het incasseringsvermogen van de Nederlandse bevolking zal zwaar op de proef worden gesteld.'

'Na de omvangrijke belastingverlaging in 1990 is nog geheel afgezien van de problematiek waarover ik nu spreek in 1991 slechts van een bescheiden koopkrachtverbetering van zo'n 1/2 tot 3/4 procent sprake. Maar die beperkte stijging wordt wel gelijkwaardig over inkomenscategorieen verdeeld. Als die ruimte onder invloed van de economische ontwikkeling verder wordt beperkt, staat of valt het draagvlak voor de te nemen maatregelen met ons aller bereidheid naar vermogen, en dus naar draagkracht een aandeel te leveren.'

'Doelmatigheid en effectiviteit van uitgaven en faciliteiten: dat is de prioriteit nummer een. Dan denk ik aan de bureaucratie in Den Haag, aan verschuivingen van beleidsvoorbereiding naar beleidsuitvoering, aan snellere procedures, aan een zo kritisch mogelijke blik op de bedoeling en effectiviteit van subsidies. Ik ben er niet van overtuigd dat er niet een hoop zowel beter, als sneller als ook nog goedkoper kan. Een kabinet dat het een en ander van anderen zal moeten vragen zal ten minste deze bijdrage moeten bieden. Dan zijn er de belastingfaciliteiten en het bedoeld en onbedoeld gebruik. Net als in de trein zal moeten blijken: 'misbruik wordt gestraft'. Een oneigenlijk gebruik zal door aanpassingen worden bestreden. In de sociale zekerheid geldt hetzelfde. Het niveau van de uitkeringen is niet het probleem, integendeel. Dat biedt een noodzakelijke basis. Het omvangrijke, laat staan het onnodige of onbedoelde gebruik, brengt ons allemaal wel in de problemen. De tolerantiegrens waar misbruik wordt getolereerd is wat mij betreft nul.'