Incidentjes tussendoor

Drie al wat oudere films uit de Sovjet Unie werden het waard bevonden om alsnog in Nederland in premiere te gaan. Ze worden nu samen vertoond omdat ze gemaakt zijn naar scenario's van dezelfde man: Gennadi Sjpalikov (1937-1974). Van deze drie films is er een werkelijk bijzonder (Een lang en gelukkig leven). Van de andere twee kun je je afvragen of het niet wat overdreven is ze apart uit te brengen. Worden ze tezamen bekeken dan illustreren ze voornamelijk hoeveel invloed een regisseur heeft op een film, hoe diens visie de oorspronkelijke teneur van het scenario opzij kan duwen (in Ik wandel door Moskou), of hoe een regisseur kan worden dwarsgezeten door een scenario (Jij en ik).

Gennadi Sjpalikov was een leerling aan de Moskouse filmacademie in de vroege jaren zestig, ten tijde van de 'dooi' na Stalins dood. Hij schreef tien scenario's, regisseerde zelf een film en zag hoe zijn werk, net als dat van academiegenoten als Larisa Sjepitko, Andrej Tarkovski en Otar Josseliani, steeds sterker verdacht werd gemaakt, om uiteindelijk zonder hoop op vertoning naar de archieven verbannen te worden. Sjpalikov pleegde begin 1974, 36 jaar oud, zelfmoord, enkele dagen voor Brezjnev Solzjenitsjin liet deporteren.

Uit de literatuur en ook uit deze films blijkt dat Sjpalikov weinig zag in een lineair verhaal, met een begin, een midden en een ontknoping. De films beginnen 'ergens' in het leven van een hoofdpersoon en houden een eindje verder weer op, zonder te malen om een climax of een veelbetekenend moment. Daar gaat het Sjpalikov ook niet om. Wat hij wil betogen, moet worden opgemaakt uit de incidentjes tussendoor, uit een gesprekje met een serveerster, uit het gedrag van een klein meisje op straat, uit gezicht en stembuiging van een man die de hoofdpersoon een biertje aanbiedt. Zulke figuren zijn niet eens personages, ze zijn bewegend commentaar. Even eisen ze alle aandacht op, werpen ze extra licht op de man of vrouw die Sjpalikov ons voorstelt, maar een werkelijke rol spelen ze niet. Ze komen niet terug, of hooguit als onderdeel van een menigte.

Wie zo'n uitgesproken visie heeft op het filmverhaal kan het best zelf zijn scenario's verfilmen. Van dit pakket maakt de enige film die Sjpalikov ookregisseerde, Een lang en gelukkig leven (1966), de meeste indruk. Een lang en gelukkig leven cirkelt om een man en een vrouw die beiden in hun ontmoeting meer zien dan toeval. Ze zijn voor elkaar voorbestemd, voelen ze. Sjpalikov laat zijn publiek direct voelen dat het paar geen schijn van kans heeft om samen te blijven en we zien ze net zo nodeloos uit elkaar drijven als ze elkaar tegenkwamen. Sjpalikov blijkt goed uit de voeten te kunnen met de waarde van de zijsporen en gesprekjes in de kantlijn die zijn scenario's kenmerken. Het ontbreken van aan een nadrukkelijke verhaalontwikkeling valt niet op en het opzettelijk voorbijgaan aan een duidelijk slot geeft Sjpalikov het voorkomen van een waardig besluit. Dit alles stoort echter wel in de, in leeg optimisme ontsporende, verfilming die Georgi Danelia maakte van Ik wandel door Moskou (1963). Van de zijsporen en incidentjes maakte Danelia kwasi-schalkse of kunstmatig poetische momenten en meer dan sfeerbepalers worden ze niet. Het voorbijgaan aan een verhaallijn wekt een onvoltooide indruk en dat dit verhaal over twee, al te lieve, jongens die samen een gedenkwaardige dag doorbrengen niet met een knal eindigt, maakt Danelia niet waar. En verder? denk je, terwijl de trein wegrijdt en de nieuwe vrienden scheidt.

Jij en ik (1972) werd door Larisa Sjepitko verfilmd. Sjepitko regisseerde prachtige films als Vleugels en De opgang, maar hoewel zij wel weg weet met toeval, vluchtigheid en zijsporen, botst haar cynisme met de subtiel geschetste realiteit van Sjpalikov. Ze slaagt er niet in om zijn script naar haar hand te zetten en zijn toon lijkt maar geen aansluiting te willen vinden bij haar visie op hoe mensen automatisch reageren op verrassingen, of die uit henzelf voortkomen of uit anderen. Sjepitko maakte haar film door Sjpalikovs hoofdpersonen te ontmaskeren: de man die door heimwee niet kon genieten van zijn verblijf in het begeerde buitenland, zijn vrouw die opgaat in haar hysterie en onzekerheid, zijn achtergebleven vriend en collega die indertijd de jaloezie op zijn vriend te lijf ging met apathie en gedoemd is altijd verkeerd te reageren. Op hun manier houden beiden van hun personages. Maar Sjepitko is te onbarmhartig voor Sjpalikovs figuren. Die buigen tot ze barsten onder het geweld van haar kil-mooie licht, haar troosteloze mise en scene, haar heldere, borende blik. Ze zijn onbeschut, niet bestand tegen eerlijkheid. Ze roepen medelijden op waar Sjepitko mee-beleven zocht en Sjpalikov het wilde houden op mee-kijken.