Incest hoort niet in school-tv-les

De Nederlandse Onderwijs Televisie (NOT) heeft voor basisschoolleerlingen drie prachtige programma's gemaakt over incest, onder het motto 'Praten kan je helpen'. Helaas is die inspanning verkeerd gericht geweest. De Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming en de Leidse hoogleraar 'kind en media' dr. T. H. A. van der Voort vinden, op grond van iets verschillende motieven, dat de programma's niet als schooltelevisie moeten worden uitgezonden.

Ze hebben groot gelijk. Voor het eerst wordt in een schoolles de vertrouwensrelatie tussen ouders en kind ondermijnd. Dat is niet alleen ongewoon voor het onderwijs, waarin altijd het principe 'eert uw vader en uw moeder' heilig was en het twee- of eenoudergezin als hoeksteen van de samenleving wordt beschouwd.

Kinderen vertrouwen hun ouders blindelings en zijn altijd loyaal. De serie 'Praten kan je helpen' kan aan die relatie, een basisvoorwaarde voor een gelukkige jeugd, afbreuk doen. Of dat gebeurt is niet te zeggen. Maar zolang in de meeste Nederlandse huizen geen wantoestanden heersen, heeft het geen zin het te proberen. Een geschonden vertrouwensrelatie is een vrijwel zekere basis voor schuldgevoelens en voor school- en opvoedingsproblemen.

Een duidelijk voorbeeld daarvan was zondagavond te zien in het programma 'Getekend leven' van de Radio Volksuniversiteit (RVU) dat voor ouders een inleiding had moeten zijn op de schooltelevisieserie. In plaats van de schooltelevisieprogramma's toe te lichten en ouders duidelijk te maken wat hun kinderen misschien te horen zouden krijgen, werd op oppervlakkige wijze een vrouw geinterviewd, van wie de dochter en ex-man een incestueuze verhouding hebben gehad. Moeder vond het zichtbaar onvoorstelbaar dat dochter vader toch weer had opgezocht nadat het gezin uit elkaar was gevallen. De dochter voelde zich schuldig. Haar vader was immers nog erger in de problemen gekomen, haar moeder en de kinderen hadden het ook niet makkelijk, nadat zij de geheimhouding en, waarschijnlijk ook, de bestaande codes en de lieve vrede in het gezin had doorbroken. Sommige incestueuze relaties zijn te beschouwen als de enige mogelijkheid om een samenlevingsverband nog in stand te houden. Het slachtoffer offert zich daaraan op. De naaste betrokkenen doen vaak alsof ze van niets weten omdat het voor hen een afweging is tussen twee kwaden. Zelfs het slachtoffer twijfelt vaak. Bij het meisje, dat in de laatste school-tv-uitzending aan het woord komt, gingen enkele opnames in psychiatrische klinieken vooraf aan haar schending van het geheim.

Voortaan moet dat in een klassegesprek. De school, en dat is het tweede bezwaar tegen schooltelevisie van dit kaliber, is echter niet toegerust om dit soort problemen aan te pakken. In programma-afleveringen voor zes- tot negenjarigen en voor tien- tot twaalfjarigen wordt weliswaar gewezen op het bestaan van de kindertelefoon, de kinderpolitie en de kinderrechtswinkel, maar de eerste klap valt nu toch binnen school. De onderwijzer kan moeilijk de televisie na afloop van het programma uitzetten en de tafel van negen gaan oefenen. Dat is ook helemaal niet de opzet van de makers. Er moet les over incest worden gegeven. Daar is lesmateriaal voor beschikbaar. In de herfstvakantie is er een voorbereidend tv-programma voor leerkrachten uitgezonden. De leerkrachten hebben het advies gekregen het programma niet direct te laten zien, maar het op video op te nemen, erover te praten met collega's, er een lesvorm bij te bedenken, en het onderwerp dan pas te presenteren.

Onderwijzers zijn echter opgeleid om kennis over te dragen, niet om geestelijke gezondheidszorg te verlenen. De groei van het buitengewoon onderwijs, waar veel kinderen terechtkomen die het thuis moeilijk hebben, bewijst dat leerkrachten en basisscholen de problemen niet kunnen hanteren. Veel leerkrachten hebben er trouwens meer dan genoeg van dat ieder probleem waarvoor de maatschappij niet een twee drie een oplossing heeft op hun bord wordt geschoven.

Een eenvoudige kansberekening leert dat het helemaal geen zin heeft kinderen wantrouwend te maken tegen iedereen, inclusief ouders, die in hun buurt komen. Naar schatting een op de tien meisjes en een op de honderd jongens zijn slachtoffer van seksueel misbruik. De cijfers worden genoemd door de programmamakers. Gemiddeld gaat het dus om een op de 55 kinderen. Aangezien we gerust mogen aannemen dat veel incestproblemen pas in de geslachtsrijpe leeftijd ontstaan, moeten er scholen zijn waar zich geen incest-slachtoffers bevinden. Van der Voort heeft dan ook al gezegd dat die programma's niet doelmatig zijn. Dat school-tv beter ergens anders over kan gaan.

Van der Voort vindt ook, volgens het dagblad Trouw, dat de scholen eerst de ouders de moeten vragen of hun kinderen mogen kijken. Het is makkelijk voorstelbaar dat dit niet snel zal gebeuren. Als de leerkrachten op een school vinden dat het onderwerp moet worden behandeld zijn alle ouders immers potentiele daders. Aan zakkenrollers wordt ook bijna nooit gevraagd of er een preventiecampagne tegen zakkenrollerij mag worden georganiseerd.

Vreemd is ook dat de preventie zich hier op de slachtoffers richt. Die zijn zo onweerbaar in hun sociale web gespannen, dat er nauwelijks effect te verwachten is. Uitdagender zou zijn om daders aan te spreken.

Het is jammer van die drie mooie programma's dat ze op de plank horen te blijven. Maar net zoals niet geteste geneesmiddelen tegen allerlei lichamelijke kwalen eerst uitgebracht onderzocht moeten worden voor het publiek ze mag slikken, zou voor dit soort geestelijke medicijnen ook een effectonderzoek en een toelatingscommissie op zijn plaats zijn. Ter voorkoming van een softenonaffaire in de ouder-kindverhoudingen.