IEA: nu nog geen overleg met Opec

ROTTERDAM, 1 nov. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) in Parijs, de organisatie van 21 olie importerende landen, weigert mee te doen aan een bijeenkomst over een mogelijke samenwerking met de producerende landen om de oliemarkt te stabiliseren.

Dit heeft de directeur van het IEA, mevrouw dr. H. Steeg, gisteren in Parijs gezegd na een bestuursvergadering. De conferentie, die volgende week in Geneve wordt gehouden onder auspicien van de Verenigde Naties, is bedoeld als een eerste, informele gedachtenwisseling over een betere afstemming van vraag en aanbod op de oliemarkt.

Vertegenwoordigers van acht olieproducerende, van acht consumerende landen (waaronder Nederland) en van de OPEC (organisatie van olie exporterende landen) zullen bijeenkomen in het congresgebouw van de VN. Ook het IEA was uitgenodigd. Hoofdpunten van gesprek zijn een degelijke informatie-uitwisseling, de investeringen die nodig zijn om de olieproduktie op peil te houden en een verbetering van de technologie, mede in verband met het milieu.

Eind augustus stelde de Iraanse olieminister Gholamreza Aghazadeh in een vergadering van OPEC al voor dat de organisatie contact zou leggen met het IEA om het dreigende olietekort het hoofd te bieden. Zijn idee werdovergenomen door de Venezolaanse president Carlos Andres Peres, die vorige maand tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een voorstel deed voor overleg onder de VN-paraplu. Met opzet werd besloten tot een informele bijeenkomst, om het voor het IEA als intergouvernementele organisatie makkelijker te maken deskundigen af te vaardigen.

Mevrouw Steeg zei gisteren dat het IEA zijn standpunt opnieuw wil bezien als de Golfcrisis is opgelost en het gevaar voor een tekort in de olie-aanvoer is geweken. Dan hebben de IEA-lidstaten de gelegenheid om te beoordelen in welk kader eventueel overleg met de olieproducerende landen gevoerd kan worden.

Waarnemers bij het IEA wijzen erop dat deze opmerking van Steeg een 'aardverschuiving' betekent in de onverzoenlijke houding van de organisatie tegenover OPEC. Steeg wilde tot nu toe niets van een toenadering weten omdat zij meent dat de belangen van het IEA en de OPEC tegengesteld zijn.

De voorzitter en de secretaris-generaal van OPEC hebben bij herhaling verzekerd dat de organisatie een stabiele afzet tegen redelijke prijzen wil. De Nigeriaanse olieminister Jibril Aminu zei twee weken geleden namens OPEC op een conferentie in Londen dat de organisatie geen belang heeft bij de hoog opgedreven olieprijs, omdat daardoor inflatie en een economische crisis in het Westen kan ontstaan. Dan neemt de vraag naar olie af en keldert de prijs. Ook is de hoge prijs zeer nadelig voor ontwikkelingslanden die al hun olie moeten importeren en geen andere energiebronnen hebben, aldus Aminu.

De reden dat nu geen afvaardiging van het IEA naar Geneve wordt gestuurd is volgens waarnemers in Parijs dat OPEC er sinds het ontstaan van de Golfcrisis steeds bij de olie-importerende landen op heeft aangedrongen een deel van hunhuidige, zeer ruime olievoorraden op de markt te brengen. De Westerse landen, die een tekort vrezen als een oorlog in de Golf uitbreekt, zijn daartoe nauwelijks bereid. Wel hebben de oliemaatschappijen hun voorradenverkleind, maar van de strategische voorraden is alleen door de Verenigde Staten een klein deel, bij wijze van test, op de markt gebracht.

    • Theo Westerwoudt