Hoe werkt de terugwerkende kracht bij de aftrek vanlijfrentepremies?

A.) Het contract met de verzekeraar was rond voor 16 oktober 1990: Voor de hele looptijd van het contract geldt de volledige 'oude' aftrekmogelijkheid.

B.) Het contract was op 16 oktober alleen nog afhankelijk van medische acceptie, premiebetaling of een andere gebeurtenis:

Volgens Financien is het contract niet tijdig gesloten. (Zie voor de gevolgen onder C.) Het is goed mogelijk de Eerste of de Tweede Kamer een versoepeling van dit standpunt afdwingt. Het is evenwel minder waarschijnlijk dat het parlement helemaal een streep haalt door de terugwerkende kracht tot 16 oktober.

C.) Het contract is na 16 oktober gesloten:

In 1990 bestaat nog de 'oude' aftrekmogelijkheid van maximaal 17.116 gulden. Wie in 1991 voor de wet in werking treedt, een premie van 17.166 gulden betaalt, mag die helemaal aftrekken. Dat is dan meteen de laatste keer. Voor volgende jaren geldt namelijk de tot 10.000 gulden beperkte basisaftrek.

Wie nadat de wet in werking treedt de premie betaalt, valt helemaal onder het nieuwe regime. Dat betekent voor de meeste mensen een beperking van de aftrek tot 10.000 gulden maar degenen met een slechte pensioenvoorziening kunnen profiteren van een verruimde aftrekmogelijkheid.

D.) Men sluit na de inwerkingtreding van de Brede herwaardering een lijfrentecontract:

In dat geval geldt altijd de aftrekregeling van het nieuwe regime. Ook rondom de datum van inwerkingtreding moet men oppassen voor de werking van opschortende voorwaarden zoals een medische acceptatie.

Als moment van inwerkingtreding gaat Financien officieel uit van 1 januari 1991. Dit is weinig realistisch. Het hier besproken deel van de wet zal waarschijnlijk pas in de eerste maanden van 1991 in werking treden. Misschien wordt het zelfs 1 juli 1991.

Bron: Fiscafax