De geschiedenis komt in kaarten tot leven

Het Spaarne, tussen Haarlem en Spaarndam, is nog goed traceerbaar, evenals Spaarndam en de Liede. De duinen liggen er ook nog. Maar verder trok de bulldozer der vooruitgang diepe sporen in het landschap. Het IJ en het Wijker Meer lijken als verdampt. Het Noordzeekanaal groef zich een weg door de duinen en IJmuiden verrees uit het niets. Een uitdijend Haarlem veroverde het land. Het landschap werd hervormd.

Vanmiddag werd het eerste exemplaar van de nieuwe Grote Historische Atlas van Wolters-Noordhoff overhandigd aan Relus ter Beek, minister van defensie. Wie de kaarten (1: 50.000) vergelijkt met die van de bestaande Grote Topografische Atlas (ook 1: 50.000) ziet in een oogopslag hoezeer Nederland is veranderd. De geschiedenis komt tot leven.

Waar nu autowegen rechte lijnen trekken tussen uitdijende agglomeraties, heerste vroeger de stilte van het weidse landschap. Het was de tijd van de trekschuit, kleine compacte steden ingeklemd tussen singels en grachten, en daarbuiten uitgestrekte polders. Amsterdam reikte niet verder dan de grachtengordel, de Bijlmer lag ver weg binnen de dijk van het voormalige Bijlmermeer. Nederland telde drie miljoen inwoners, en die drukten hun stempel veel minder op het landschap dan nu.

De kaarten van de Grote Historische Atlas zijn gemaakt door de Dienst der Militaire Verkenningen, de voorloper van de Topografische Dienst, tussen 1838 en 1859. Deze stafkaarten waren strikt geheim. In de zomermaanden trokken officier-verkenners, gewapend met een schets op basis van gegevens uit het kadaster, door het land. Een uitgebreide handleiding schreef voor wat allemaal genoterd moest worden. Zaken die in oorlogstijd van belang konden zijn kregen speciale aandacht.

Voor de benamingen op de kaart werd de plaatselijke bevolking geraadpleegd. Streekdialecten leverden soms de meest wonderbaarlijke uitkomsten op, die later hersteld moesten worden. 's Middags keerden de officieren terug naar hun tijdelijke standplaats om de gegevens van die dag in te tekenen op 'veldminuten' en deze in te kleuren. In een maand tijd kon een verkenner op die manier 40 tot 55 vierkante kilometer in kaart brengen.

De veldminuten hadden een schaal van 1: 25.000. In de wintermaanden werden ze omgezet in kaartontwerpen met een schaal van 1: 50.000. Alles moest met de hand op halve grootte worden nagetekend. De nettekeningen die zo ontstonden werden op linnen geplakt. Van elke tekening bestaat maar een exemplaar dat wordt bewaard in het Algemeen Rijksarchief in Den Haag. De Grote Historische Atlas bundelt nu deze tekeningen.

Tekeningen die de fantasie van de lezer/kijker prikkelen, maar soms ook somber stemmen. Zoveel moois blijkt inmiddels vermorzeld, geofferd voor... ja, voor wat? Gelukkig is er ook veel behouden. Het Waterland, vlak boven Amsterdam, ligt er bijna even gaaf bij als honderdvijftig jaar terug. Voor Botshol en de Vinkeveensche Plassen, ten zuiden van de stad, geldt hetzelfde. Maar het gebied ertussen is door de automobilist veroverd.