De doffe spiegel van de Sovjetcultuur

Moskou is een stad zonder affiches: van tentoonstellingen, theatervoorstellingen en concerten hangen geen aankondigingen op straat. Wie wil weten wat er op cultureel gebied is te doen, is aangewezen op de theaters of musea zelf of op de verkooppunten van kaartjes. Toch worden er, zoals in het onlangs verschenen boek The Soviet Arts Poster te zien is, wel affiches voor toneelvoorstellingen, circus, concerten en films gemaakt. Van de tweehonderd posters die in dit boek op A3 formaat zijn afgedrukt, zijn er een stuk of vijftig in het laatste decennium ontworpen. Waar ze hebben gehangen, is me een raadsel.

De produktie van affiches voor film, theater en circus kwam in de Sovjet-Unie pas in de tweede helft van de jaren twintig op gang en begon toen meteen met een ongeevenaard hoogtepunt: de constructivistische affiches van de gebroeders Stenberg, Proekasov en anderen. Hun affiches waren op soortgelijke wijze vormgegeven als de films van Eisenstein, Poedovkin en Vertov, die ze aankondigden. Teksten werden met afbeeldingen uit de film gemonteerd tot een ritmisch geheel. Het eenvoudige affiche dat Anton Lavinski in 1926 maakte voor Eisensteins film pantserkruiser Potemkin is bijna net zo beroemd geworden als de film zelf. Het tussen dreigende kanonslopen gemonteerde hoofd van een tot opstand oproepende matroos is een beeld dat je niet snel vergeet. Nog mooier vind ik de affiches van de gebroeders Stenberg die in hun talloze ontwerpen steeds weer op een verrassende wijze gebruik wisten te maken van montage.

Een geschiedenis die met een hoogtepunt begint heeft altijd iets droevigs en ook het overzicht van Sovjetaffiches voor theater, film en circus stemt een beetje treurig. Na 1933 is er geen sprake meer van een overheersende stijl, maar hoe de vormgevers ook hun best doen, hun affiches halen het niet bij die uit de jaren twintig. Opvallend is dat het socialistisch realisme, waaronder de Sovjetkunst vanaf 1932 gebukt ging, vrijwel niet voorkomt in de in het boek opgenomen affiches. De vormgevers van affiches hadden gezien de uiteenlopende stijlen die ze gebruikten meer vrijheid dan schilders of architecten. Misschien werd het realisme niet geschikt gevonden voor affiches. Of misschien is het een kwestie van selectie van de samenstelster Nina Baboerina. Zo heeft ze niet een affiche opgenomen uit de periode 1939-1952, de hoogtijdagen van het socialistisch realisme. Nu werden er vanwege de Tweede Wereldoorlog weinig affiches gemaakt in de jaren veertig , schrijft Baboerina, maar het is toch moeilijk te geloven dat er in die dertien jaar niet een affiche werd gemaakt. Misschien is hier sprake van een doorgeschoten perestrojka in de kunstgeschiedenis: zou nu het socialistisch-realistische verleden worden verzwegen zoals vroeger avant-gardekunstenaars als El Lissitzky en Rodtsjenko niet bestaan leken te hebben?

De affiches voor theater en film zijn een spiegel van de Sovjetcultuur, schrijft Boerinova in haar inleiding. Maar dan wel een doffe, want ook van de glasnost die in de rest van de Sovjetkunst voor een ommekeer heeft gezorgd, is niets te merken in het overzicht. Surrealisme, naieve kunst, volkskunst, neo-constructivisme en flower power, het was in de vormgeving van affiches al lang voor de komst van Gorbatsjov toegestaan. Maar waarom zou de censor zich ook druk maken, als de affiches toch vrijwel nergens zijn te zien?