Bundesbank hekelt besluiten over EMU; Pohl: afspraken EG-topzijn bijna onbegrijpelijk

BONN, 1 nov. De slotverklaring van de EG-top in Rome van het afgelopen weekeinde biedt geen goede basis voor de vorming van een Economische en monetaire unie in Europa. (EMU).

Dit heeft Karl-Otto Pohl, president van de Duitse Bundesbank, gisteren in Frankfurt gezegd. Volgens Pohl is de verklaring onvoldoende helder en moet ze door een concreter actieprogramma worden vervangen.

Pohl, als beheerder van de D-mark algemeen gezien als de zwaarste man in het college van bankpresidenten in de Europese Gemeenschap, ontvouwde gisteren zelf een drie-puntenprogramma dat volgens hem een betere weg naar de EMU biedt.

De omschrijving van de tweede fase van de EMU (op de EG-top is daarvoor de datum 1 januari '94 gekozen) in het communique van Rome noemde Pohl 'bijna onbegrijpelijk'. Voor de in dat communique aanbevolen eis van sterkere coordinering van de monetaire politiek is op zichzelf geen centrale Europese bank nodig, dat moeten eerst de nationale regeringen zelf doen, dat geldt ook voor het uitzetten van de weg naar een Europese munt (Ecu), zei hij.

Het slotcommunique van Rome levert naar zijn mening 'geen basis voor (de benodigde) vergaande besluiten' op het gebied van een Europese monetairepolitiek. Na een verandering van de Europese verdragen zouden volgens hem eerst de wettelijke regels in de EG-lidstaten en vooral hun nu vaak nog zo verschillende economische uitgangsposities moeten worden aangepast.

De president van de Duitse centrale bank vindt dat, voor de tweede fase van de EMU kan ingaan, de besluitvorming over een Europese centrale bank afgerond moet zijn, inclusief een beslissing over haar vestigingsplaats. Ten tweede moet dan ook beslist zijn over de noodzakelijke aanpassing van het nationale recht in de lidstaten en de overdracht van monetaire bevoegdheden naar die Europese centrale bank.

Ten derde dienen dan ook de nationale economische structuren en basisgegevens (prijzen, rente, begrotingsposities) zo op elkaar te zijn afgestemd dat de overgang naar de derde EMU-fase en de vaststelling van vaste Europese wisselkoersen verantwoord wordt.

Vooraf moet volgens Pohl in de Europese verdragen 'de onafhankelijkheid, van een op bewaking van stabiele prijzen gerichte centrale Europese bank' geregeld zijn.

Wat Pohl betreft is zo'n onafhankelijkheidsstatuut voor de Europese centrale bank, waarover de nationale bankpresidenten het volgens hem intern eens zijn, de 'lakmoesproef' of de Europese regeringen werkelijk bereid zijn om een groot deel van hun monetaire soevereiniteit af te staan. 'Pas als daarover helderheid bestaat kan men een poging wagen de tweede EMU-fase in te gaan', zei hij gisteren op een symposium in Frankfurt.

Over de compromis-afspraak van Rome om de tweede EMU-fase 1 januari 1994 te laten ingaan zei Pohl dat de inhoud van het EMU-pakket belangrijker moet zijn dan tijdschema's.