Bonden eisen een ondernemingsplan in plaats van eensaneringsplan; NOB wil standbouwer als partner

HILVERSUM, 1 nov. Bij het omroepfaciliteitenbedrijf NOB is gisteren na een werkonderbreking van bijna een uur bij de afdeling decor een actiecomite gevormd. Vanavond overlegt dit comite met de vakbonden over de eisen die morgen in het overleg met de directie zullen worden gesteld.

Bovenaan staat voor de bonden de eis dat er geen gedwongen ontslagen zullen vallen. Als tweede punt willen de bonden dat het huidige ondernemingsplan van tafel gaat en wordt vervangen door 'een echt op ondernemen gericht plan in plaats van een saneringsplan', aldus B. Top van de Dienstenbond CNV. Het voornemen een partner te zoeken voor de afdeling decor wordt radicaal afgewezen.

Directeur E. Horstra van het NOB denkt er anders over. 'De omroepen moeten op de centen letten en zullen geneigd zijn hetzelfde decor nog eens te gebruiken. Bovendien zijn er in deze sector concurrenten met mooie, goed geoutilleerde bedrijven die binnen enkele jaren een volledig servicepakket kunnen bieden. Deze bedrijven zijn vaak ook actief in de standbouw, maar decorbouw biedt betere marges, en als een van hen hier een paar goede knapen wegkoopt, ziet de toekomst er voor ons erg somber uit. Bovendien zijn onze kosten nog steeds te hoog omdat het aantal gewerkte uren per jaar erg laag ligt.'

Horstra verwijst hiervoor naar het onderzoek van McKinsey en de contra-analyse die op verzoek van de ondernemingsraad door een ander bureau werd gemaakt. 'Volgens McKinsey is vijftig man direct personeel voldoende om grote, complexe decors te bouwen. De rest van de tijd kunnen dezelfde mensen worden ingezet voor het gewone werk en dan blijft er nog voldoende ruimte over om andere dingen te doen.'

Om de toekomst van de afdeling te verzekeren gaat Horstra op zoek naar een partner. 'Wij willen een joint venture met een goede partij uit de branche, een bedrijf dat over een goed netwerk van relaties beschikt, dat wil en kan uitbreiden en goed management in huis heeft.'

De nieuwe partner weet het nog niet, maar Horstra maakt er geen geheim van dat hij spreekt over Gielissen in Eindhoven, een kapitaalkrachtig bedrijf dat over de hele wereld de standbouw voor DAF verzorgt. De andere bedrijven in deze sector zijn of te klein of 'het gaat niet zo goed met ze'.

Horstra rekent nog eens voor waarom er naast de al lopende sanering van het bedrijf, die twee jaar geleden in gang werd gezet bij de verzelfstandiging en die circa 1.000 van de 3.200 arbeidsplaatsen kost, de komende drie jaar nog eens 475 werknemers moeten afvloeien. Een reeks cijfers over de bezetting van de diverse afdelingen gaat over tafel, en steeds wordt er bij vermeld dat het aantal 'indirecten' nog niet voldoet aan de norm, waardoor de 'overhead'-kosten te hoog zijn.

Toch verloopt de grote sanering volgens plan, zegt Horstra. De indirecte kosten zijn echter opnieuw te hoog, omdat de definitie van 'indirect' onlangs is bijgesteld. 'Directen' omschrijft Horstra nu als werknemers van wie de arbeid regelrecht op de factuur wordt gedeclareerd. Met de nieuwe omschrijving, nam het aantal indirecten toe en dat leidde tot de conclusie dat nog eens 475 medewerkers, die nu niet meer als 'directen' worden beschouwd, moeten afvloeien.

Of de verschuiving in definities terecht is, of bedacht werd om de doelstellingen van het ondernemingsplan tussentijds aan te passen, blijft duidelijk. De ondernemingsraad beschouwt het als een 'dooddoener' en twijfelt aan de geloofwaardigheid ervan. De raad meent dat ontwikkelingen zijn onderschat en veel te laat is onderkend dat de doelstellingen moesten worden bijgesteld.

De omzetcijfers over dit jaar tonen volgens de NOB-directie overduidelijk aan dat het noodzakelijk is de kosten te drukken. De Hilversumse omroepen namen vorig jaar nog voor ruim 200 miljoen gulden faciliteiten af, dit jaar ligt dat bedrag 30 miljoen lager. Er is wel enige compensatie voor deze daling in de afzet aan derden, die steeg naar 11 miljoen, maar het eindresultaat blijft negatief.

Al in 1986 rekende McKinsey uit dat de omroepen tien procent op hun faciliteiten konden besparen. Daarnaast zouden de tarieven van het NOB tien procent omlaag kunnen. Ten slotte zouden omroepen en NOB samen nog eens een besparing van tien procent kunnen realiseren. Deze bezuiniging van 30 procent, moet toch in het oorspronkelijk ondernemingsplan van 1988 zijn verwerkt? 'We hebben met zijn allen de efficiency-besparingen die voorzien waren voor de komende jaren nu al bereikt', concludeert Horstra.

Dat het NOB onlangs twee kleine bedrijven overnam, past volgens de directeur beter in het ondernemingsplan dan de vakbonden menen. 'Het zijn gesaneerde bedrijven die op markten zitten, waar wij niet werken. Het is voordeliger zulke bedrijven te kopen, dan zelf die markten te bewerken. Het ene bedrijfje doet hetzelfde als wij, en wij huurden hun materiaal eigenlijk voortdurend. Het andere ligt in het verlengde van onze design-afdeling, die te kampen heeft met concurrenten die voor een spotprijs voor de omroep willen werken omdat iedereen dan hun produkt kan zien. Zij beschouwen het als gratis reclame.' De overneming zorgt er volgens Horstra voor dat deze prijsconcurrentie minder wordt.