Zelfverzekerde show van een volwassener Sinead O'Connor

Als een elfje op soldatenlaarzen, zo huppelde Sinead O'Connor tussen de witte draperieen die het Ahoy-podium de aanblik van een reusachtig hemelbed gaven. Toch is de 23-jarige Ierse zangeres geen bosnimf van het type Stevie Nicks, in de wieg gelegd om een massapubliek te behagen. O'Connors zangtalent is vele malen groter en haar uitstraling is soms roomser dan de paus, dan weer vrijgevochten en strijdlustig.

Frank Sinatra liet weten haar graag een pak slaag te willen geven, nadat Sinead weigerde een concert te geven wanneer daarbij het Amerikaanse volkslied gespeeld ou worden. Niet omdat ze iets tegen het volkslied heeft, maar omdat ze het nut van zo'n ingebakken gewoonte niet inziet. Als artiest met principes is ze prominent te horen op Red Hot and Blue, een verzamelplaat met liedjes van Cole Porter, waarvan de opbrengst ten goede komt aan een AIDS-researchfonds. Als podiumpersoonlijkheid heeft het kaalgeschoren provo-meisje aan zeggingskracht gewonnen sinds ze in 1988 haar Nederlandse debuut maakte.

Toen was haar optreden hooguit charmant, met een begeleidingsgroep die de belofte van het debuutalbum The Lion and the Cobra nauwelijks waar kon maken. Enkele maanden later, tijdens Pinkpop, was er sprake van een bescheiden vooruitgang, maar niets wees nog in de richting van de prachtige show en de zelfverzekerde voordracht die Sinead O'Connor gisteravond in een uitverkocht Ahoy' liet zien en horen. 'I am not like I was before, ' begon ze het etherische Feels so different, begeleid door een ingeblikt symfonieorkest.

Ze mag ouder en wijzer zijn geworden, maar enkele dagen eerder in Kopenhagen was ze onbezonnen genoeg om een halve striptease uit te voeren. Ditmaal zorgde de aanwezigheid van filmcamera's ervoor dat nonnenhabijt, soepjurk en nauwsluitend kruippakje netjes aanbleven. Ook de muzikale aankleding was tot in de puntjes verzorgd, met opmerkelijk ruige gitaarpartijen van Marco Pirroni, de lijvige gitaarbeul van Adam and the Ants.

Ondanks de aanwezigheid van twee toetsenspelers werd het uitgebreide instrumentarium slechts mondjesmaat benut. Een belangrijk deel van het concert was een solo-performance met gitaar, een prominent in het zicht geplaatste bandrecorder of songs a capella. In stijl varierend van folk tot symfonische rock, toonde Sinead O'Connor de verbluffende gave een lieflijke fluistertoon binnen enkele seconden om te doen slaan in een hysterisch vibrato. Met de overslaande stem van een Ierse country-zangeres, de ijle klank van een Balkan-diva of de zweverige toon van een Arabische slangenbezweerster gaf ze haar teksten emotionele diepgang, met als voor de hand liggend hoogtepunt de aangrijpende ballade Nothing compares to you, een compositie van Prince die ze geheel naar eigen hand wist te zetten.

In het verlengde van haar tweede plaat I do not want what I haven't got toonde Sinead O'Connor dat ze alles in huis heeft om uit te groeien tot een belangrijke en veelzeggende popster, met genoeg durf om zo nu en dan de controverse te zoeken. Alleen de korte duur, een uur exclusief de toegiften en zonder een spoor van haar op een na bekendste nummer Mandinka, vormde een teleurstellende factor bij een alleszins boeiend concert.