Rome smeedt staatsbanken Italie aaneen

ROME, 31 okt. In de belangrijkste herstructurering in de Italiaanse banksector in ruim vijftig jaar heeft de staatsholding IRI de weg vrijgemaakt voor een fusie tussen staatsbanken die van de nieuwe bank de grootste in Italie maakt. Bovendien worden de mogelijkheden onderzocht voor samenwerking tussen twee andere staatsbanken, die een nog grotere bank zou opleveren.

De fusieplannen zijn de eerste nadat in juli de wet-Amato is aangenomen, waarin banken die gaan samenwerken een belastingvoordeel krijgen. De wet, sterk gesteund door de Banca d'Italia, de Italiaanse centrale bank, is bedoeld om het versnipperde Italiaanse bankwezen beter voor te bereiden op 1993.

Op een handvol uitzonderingen na zijn de banken ver achtergebleven bij de groei in de rest van de economie en zijn zij niet in staat de concurrentie met andere Europese banken aan te gaan.

In een paar regels maakte de raad van bestuur van de IRI maandag bekend dat hij de mogelijkheden wil onderzoeken voor een fusie tussen de Banca Commerciale Italiana (Comit) en Credito Italiano (Credit). Het dagblad La Stampa schreef vanmorgen dat het onderzoek al vergevorderd is en dat de IRI nog voor het eind van dit jaar de definitieve goedkeuring aan zo'n fusie wil geven.

Deze twee banken, in de bankwet uit 1936 aangeduid als 'banken van nationaal belang', zijn beide in Milaan gevestigd. Een fusie zou de grootste bank van Italie opleveren. Maar zowel binnen als buiten deze banken wordt erop gewezen dat ze te veel op elkaar lijken om een fusie zinvol te maken en dat andere vormen van samenwerking misschien niet vanuit politiek, maar wel vanuit bedrijfseconomisch standpunt meer voor de hand zouden liggen.

De derde bank van nationaal belang, de Banco di Roma, gaat zeker fuseren en wordt met haar partners (voorlopig) de grootste bank van Italie, met een totaal aan activa van 135 biljoen lire, ongeveer 210 miljard gulden. De IRI heeft officieel ingestemd met een plan om de Banco di Roma, de Cassa di Risparmio di Roma en de Banco di Santo Spirito samen te voegen.

Deze banken vallen alle drie in de invloedssfeer van de christen-democratische partij, vooral van de stroming van premier Andreotti. Deze fusie betekent dan ook niet dat de politieke partijen hun greep op de banksector verzwakken. In financiele kringen wordt erop gewezen dat het politici zijn geweest, en niet bankiers, die de fusieplannen hebben opgesteld.

De Italiaanse regeringspartijen hebben de topfuncties bij staatsbanken vaak gebruikt voor politieke benoemingen, waarbij de professionele kwalificaties ondergeschikt waren aan het partijlidmaatschap of aan bewezen diensten. Deze politieke invloed in de banksector wordt gezien als een hoofdoorzaak van de inefficientie in veel Italiaanse banken.

De fusie van de Romeinse banken houdt ook geen privatisering in, iets waar minister van de schatkist Guido Carli herhaaldelijk voor heeft gepleit. De voorgaande minister van staatsdeelneming had het de IRI verboden om haar aandeel in de drie banken van nationaal belang onder de 51 procent te laten dalen. Volgens het fusieplan zou dit nu wel gebeuren, maar de IRI verkoopt in dit geval aan een andere publieke bank.

Het is de bedoeling dat de Cassa di Risparmio en de Banco di Santo Spirito, die al vergaande samenwerkingsplannen hadden, voor het einde van het jaar fuseren. Daarna zullen de Banco di Roma en de nieuwe bank hun belangen onderbrengen in een 'superbank' die waarschijnlijk Banca di Roma gaat heten. Hiervan krijgt de IRI 35 procent, de Cassa di Risparmio 65 procent. De transactie moet met gesloten beurzen gebeuren.

De Banco di Roma is het meest internationaal georienteerd van de drie partners, maar zij verkeert in een slechte gezondheid. De afgelopen drie jaar is er geen dividend uitgekeerd. De nieuwe 'superbank' zou een bijzonder sterke positie hebben in Rome en omgeving.

De fusie is van sommige kanten juist daarom gekritiseerd: er zouden te veel doublures zijn die alleen ten koste van veel geld kunnen worden weggewerkt, en de bank zou in de rest van Italie zwak zijn. Woordvoerders van de IRI hebben daarop geantwoord dat sterke regionale wortels juist kunnen helpen de internationale concurrentie het hoofd te bieden en een betrouwbare basis kunnen vormen voor internationale expansie.

Het is nog onduidelijk wat de andere aandeelhouders van de Banco di Roma doen. De IRI heeft een belang van ruim 87 procent. De rest is in handen van de Banco Hispano Americano en de Commerzbank; beide banken hadden eerder interesse getoond om een groter belang in de Banco di Roma te nemen.

De fusieplannen die de raad van bestuur van de IRI heeft bekendgemaakt dwingt een aantal andere Italiaanse banken hun opties te herzien. De Banca Nazionale del Lavoro was geinteresseerd in samenwerking met de Comit. Nu zou samenwerking tussen de BNL en de Banco di San Paolo, de huidige nummer een en twee, een mogelijkheid zijn.

Tegen de voorgestelde fusie tussen de Comit en Credit zijn echter direct bezwaren gerezen. Een woordvoerder van Credit heeft gezegd dat deze bank meer ziet in samenwerking met de Banca Nazionale dell'Agricoltura (BNA), waardoor Credits sterke positie in het bedrijfsleven zou samengaan met de kracht van de BNA in de landbouw. Er zijn echter politieke bezwaren tegen deze samenwerking, omdat de BNA een particuliere bank is.

De IMI, een andere staatsbank, onderzocht de mogelijkheden voor een fusie met de Banco di Roma. Verwacht wordt dat de IMI zich nu zal orienteren op de Banco di Napoli, die onlangs de weg heeft vrijgemaakt voor een gedeeltelijke privatisering en een beleidsplan heeft opgesteld dat van de bank de grootste kredietinstelling in het zuiden van het land moet maken.