Resolutie stelt Irak aansprakelijk

Bij de pogingen van de Verenigde Staten om de aandacht van de Tempelberg weer te verleggen naar de agressie van Irak worden alle ter beschikking staande middelen aangewend. Een daarvan is het volkenrechtelijke novum om door een resolutie van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Irak eraan te 'herinneren' dat het aansprakelijk is voor de schade die Koeweit en andere landen en hun onderdanen, natuurlijke zowel als rechtspersonen, lijden door Iraks invasie van Koeweit.

De volkenrechtelijke vragen die daarbij rijzen, zijn legio. Als een politiek orgaan als de Veiligheidsraad al met succes een land aansprakelijk kan stellen voor zijn daden, dan is het nog maar de vraag hoe de financiele genoegdoening moet worden afgedwongen. Bovendien, kan de Veiligheidsraad een land aansprakelijk stellen voor schade die onderdanen van andere landen lijden en, hoe moet de hoogte van de schade van de verschillende landen en hun onderdanen worden vastgesteld?

Schade

Dat landen, hun onderdanen en ondernemingen schade lijden door de Golfcrisis is duidelijk. In de eerste plaats Koeweit zelf, maar ook Koeweiti's wier bezittingen zijn vernield. Of een bedrijf als Kuwait Oil dat geen olie meer uit de woestijnbodem kan halen en verkopen. Hoewel minder direct, moeten ook landen als Jordanie en Turkije die meer dan welk land dan ook door het afgekondigde handelsembargo worden getroffen, financiele offers brengen door de annexatie van Koeweit. Wie wordt er niet al dan niet direct getroffen door de agressie van Saddam Hussein? Ook Nederland en zijn onderdanen. De fregatten in het Golfgebied kosten geld, er zijn mensen die moesten worden geevacueerd of die nog vastzitten in Bagdad en, afgezien van de aanwezigheid van Boskalis in Irak, worden er met Irak geen zaken meer gedaan, althans dat is de bedoeling.

Zoals alle voorgaande resoluties die de Veiligheidsraad ter zake van Koeweits annexatie heeft genomen, is ook deze gebaseerd op hoofdstuk zeven van het Handvest van de Verenigde Naties. Dit hoofdstuk heeft betrekking op oorlogshandelingen van landen. De Veiligheidsraad heeft een min of meer discretionaire bevoegdheid om vast te stellen wanneer er sprake is van een oorlogshandeling van het ene tegen het andere land en kan daaraan consequenties verbinden. Niet alleen kon de terugtrekking van Irak uit Koeweit worden gevorderd, ook kon de Veiligheidsraad die terugtrekking proberen af te dwingen met economische maatregelen zoals het tegen Irak afgekondigde handelsembargo.

Bovendien heeft de Veiligheidsraad de mogelijkheid om niet-militaire maatregelen met geweld te doen afdwingen. Maar hoofdstuk zeven van het Handvest van de Verenigde Naties voorziet niet, in ieder geval niet expliciet, in de mogelijkheid om een land financieel aansprakelijk te stellen voor zijn oorlogshandelingen. Dat is nu wel gebeurd, kennelijk impliciet met het argument dat zo'n aansprakelijkheidstelling een economische maatregel is. Overigens zou het volkenrechtelijke beginsel gelden dat oorlogshandelingen van het ene tegen het andere land de hele wereldorde betreffen en dat daarom ook alle landen die daardoor financiele schade lijden recht hebben op compensatie.

Causaal verband

Met de laatste resolutie lijkt de Veiligheidsraad overigens een vergaand causaal verband aan te nemen tussen de agressie van Irak tegen Koeweit en de financiele gevolgen daarvan voor andere landen (en hun onderdanen). In dit verband is de vraag gerechtvaardigd of de resolutie ook betekent dat Irak bijvoorbeeld moet boeten voor de kosten die Nederland maakt door fregatten naar de Golf te zenden of alleen voor directe oorlogsschade zoals beschadigingen aan eigendommen van landen.

Als wordt aangenomen dat de resolutie bindend is, moet die nog worden afgedwongen zolang Irak zich daaraan niet conformeert. Maar hoe? In de eerste plaats is er weer de mogelijkheid van economische sancties. Maar die zijn al genomen om Irak te dwingen Koeweit te verlaten. Handhaving van die sancties ook na een eventueel vertrek van Saddam Hussein uit Koeweit kan worden overwogen, maar lijkt niet reeel. Zal de Iraakse leider dan niet als voorwaarde stellen dat alle resoluties moeten worden ingetrokken?

Hoewel het Handvest van de Verenigde Naties ook daarin niet expliciet voorziet, zouden de bevroren buitenlandse tegoeden van Irak ervan uitgaande dat de bevriezing van die gelden op zichzelf rechtmatig is nog kunnen worden aangewend, bijvoorbeeld nadat de Veiligheidsraad een al dan niet bestaand orgaan heeft aangewezen die de tegoeden onder rechthebbenden moet verdelen. Tot slot zou de Veiligheidsraad kunnen beslissen dat Irak met geweld wordt gedwongen de openstaande rekeningen te vereffenen.

Beginsel

Dan is er nog het Internationaal Gerechtshof, de enige gerechtelijke instantie die geschillen tussen landen kan berechten. Het Statuut van het in Den Haag zetelende college bepaalt echter dat het alleen bevoegd is recht te spreken over geschillen tussen landen als beide landen daarom verzoeken of op voorhand in een verdrag hebben geregeld dat zij in voorkomende gevallen hun disputen aan dat gerechtshof zullen voorleggen. Als een land als Jordanie zich alleen tot het Internationaal Gerechtshof zou wenden, bijvoorbeeld met het verzoek de hoogte van de door het land geleden schade vast te stellen, zal het land onverrichter zake huiswaarts keren. Irak moet dus meewerken. Het gaat hier immers om het beginsel van de soevereiniteit van staten. (Volkenrechtelijk moet overigens worden aangenomen dat dan de aansprakelijkheid van Irak vastligt en niet eerst nog daarover een procedure behoeft te worden gevoerd. Mocht dat niet het geval zijn, dan zou het Internationaal Gerechtshof eerst een uitspraak moeten doen over de aansprakelijkheid van Irak.)

Volkenrechtdeskundigen betwijfelen of de Veiligheidsraad zonder meer Irak verantwoordelijk kan stellen voor door personen en ondernemingen geleden schade. Volgens internationaal rechtelijke beginselen moeten natuurlijke of rechtspersonen eerst de volledige rechtsgang bewandelen van het land waartegen zij een vordering menen te hebben, hoe hard ze ook met de resolutie wapperen. Pas als dat geen succes heeft opgeleverd het lijkt onwaarschijnlijk dat dat wel gebeurt staan eventueel nog andere wegen open. Een staat zou zo'n vordering kunnen overnemen en Irak kunnen aanspreken.

In dit verband suggereert de resolutie parallellen met de manier waarop de Verenigde Staten proberen genoegdoening te krijgen voor de schade die Khomeiny met zijn revolutie Amerikaanse burgers en ondernemingen heeft berokkend. Iran wenste indertijd niet mee te werken aan vrijlating van de Amerikaanse gijzelaars terwijl de Verenigde Staten aanzienlijke druk op Iran konden uitoefenen omdat het land weer de beschikking wenste te krijgen over de omvangrijke buitenlandse tegoeden die toen al dan niet terecht waren bevroren. Of dat drukmiddel nu kan worden gebruikt is overigens twijfelachtig, eenvoudig omdat het bedrag van de bevroren tegoeden van Irak in het buitenland wel eens zou kunnen tegenvallen.

Compensatie

Het Internationaal Gerechtshof was in de Iraanse zaak niet bevoegd de geschillen te berechten, omdat het hier compensatie betrof van schade geleden door onderdanen. Uiteindelijk hebben beide partijen ingestemd met bemiddeling door een 'onafhankelijk' land. Onder leiding van Algerije hebben de Amerikanen vervolgens met de revolutionaire regering van Khomeiny afgesproken dat het later daarvoor in Den Haag opgerichte Iran-Tribunaal de vorderingen van Amerikaanse onderdanen op Iran door arbitrage zou berechten, alsmede die van Iraniers die meenden dat zij genoegdoening moesten krijgen voor de schadelijke gevolgen van de bevriezing van hun tegoeden door de VS.

De manier waarop is in een apart verdrag vastgelegd. Daarin is onder meer geregeld dat de bevroren tegoeden worden beheerd door de ook speciaal daarvoor opgerichte Settlement Bank NV, gevestigd ten kantore van De Nederlandsche Bank. Algerije is verder aangewezen om op grond van de uitspraken van het tribunaal te beslissen wie de bevroren gelden toekomen en vervolgens aan de Settlement Bank opdracht tot betaling te geven.

En zo geschiede. Misschien dat een vergelijkbare oplossing ook in de Iraakse zaak uitkomst biedt.