Purper is hechter en overtuigender zonder vrouwen; Een lied, een sketch, een monoloog

De eerste blik op de nieuwe voorstelling van Purper, de groep die elk seizoen de samenstelling wijzigt, roept aardige herinneringen op aan de eerste verschijningsvorm, tien jaar geleden. Toen bestond Purper, net als nu, uit vier heren in rokkostuum. Toch is er intussen veel veranderd: wat begon als een pretentieloos kwartetje voor vocale acrobatiek, afgewisseld met enkele absurde intermezzi, was de laatste jaren een nogal hybride groepje zonder veel richting geworden. De particuliere pret stond de duidelijkheid vaak in de weg, en de pretenties waren soms groter dan de prestaties.

Maar het is in Opus8 alsof de oude samenstelling weer meer consistentie in de groep heeft gebracht. Kennelijk verdroeg de aanwezigheid van vrouwelijke gasten zich niet met de camaraderie, waaraan Purper ooit zijn charme ontleende. Nu er weer vier mannen op het toneel staan, van wie er overigens slechts een tien jaar geleden ook al meedeed, is het resultaat hechter en overtuigender dan het in lange tijd is geweest. Erik Breij (tien seizoenen), Frans Mulder (vijf) en Alfred van den Heuvel (twee) worden voor het eerst vergezeld door Jan-Simon Minkema.

Gezamenlijk hebben ze een voorstelling samengesteld, die in feite de traditionele cabaretstructuur heeft: een liedje, een sketch, een monoloog en weer een liedje. Er zijn nog steeds nummers die te veel in de prive-sfeer blijven steken en aanzetten die in de lucht blijven hangen. Nog te vaak fladderen ideeen pointeloos weg en laat de uitwerking te wensen over. Een invalletje is nog geen nummer. Er had bij voorbeeld een sterke sketch gezeten in de constatering dat homo's vaak als vertrouwensman voor vrouwen fungeren en dus meer van vrouwen weten dan hetero's, maar het blijft bij die ene opmerking jammer is dat.

Daar staan ditmaal echter stevig neergezette scenes tegenover: de door een Surinaamse buurman verstoorde stilte op 4 mei, de defecte Coca-Cola-automaat in Moskou, het ingedutte huwelijk ('Mijn hele leven is een grote onderbreking van wat ik had willen doen'), een ragfijn liedje over de verkilling in een verhouding (Na het laatste journaal) en een gaaf staaltje komische pantomime over een pianist en zijn ijdele assistent die de bladzijden van de partituur moet omslaan.

Purper moet het niet hebben van de soli ook in deze achtste samenstelling bevinden zich geen charismatische solisten. De kracht ligt in de manier waarop die vier mannen met elkaar omgaan, in eensgezindheid, botsingen en close harmony. Daarvan is nu weer meer te zien dan voorheen.